27-04-04

25 april 2004 - GHYVELDE

Ditmaal bracht onze zondagse wandelescapade ons naar Ghyvelde , een ogenschijnlijk klein polderdorpje gelegen net over de grens in Frans Vlaanderen, nabij Adinkerke – De Panne. Alwaar ‘ les Randonneurs des Polders ‘ er vanuit de ruime Salle des Fêtes hun tweede ‘ Rando-watergang ‘ organiseerden.

 

            Ghyvelde , in een ver en duister verleden nog een klein Vlaams vissersdorpje is sindsdien uitgegroeid tot een Franse badplaats met familiale karakters. Dat het Vlaemsch karakter er nog heerst ,  bleek al duidelijk bij aankomst in de vroege morgen toen we verwelkomt werden in het Vlaems gelik wieder door de plaatselijke organisatoren. 

 

            De opkomende dag liet duidelijk zien dat het een aangenaam weertje ging worden , toen we via enkele ontwakende dorpsstraatjes oprukten naar een indrukwekkend duinenmassief, dat zich in feite uitstrekt tussen De Panne en Bray-dunes. We kenden tot hiertoe het Belgische gedeelte met name de Noordduinen, doch duinengordel ‘ la Dune du Perroquet ‘ was ons tot hiertoe onbekend. De organisatoren loodsten ons dan ook voortdurend door dit prachtig beschermd natuurgebied , waarbij de vegetatie bestaat uit een mozaïek van mosduin , vochtige en droge duingraslanden en struwelen van duindoorn. 

 

In eerste instantie kregen wij ‘ le dune fossile de Ghyvelde ‘ onder onze voeten geschoven. Deze oerduinen zijn in feite de oudste duinen aan onze kust , want ruim 4500 jaar geleden vormden ze de duinengordel langs de toenmalige kust. Door het eeuwenlang  insijpelen van regenwater is de bodem van deze fossiele duinen ontkalkt, waarbij de kalkmijdende steppes bezaaid zijn met korstmossen en zandzegge.

 

De schitterende wandelpaden die ons krinkelend door dit natuurgebied meenam , bezorgden ons in ieder geval een heerlijke aanhef van onze wandeldag . Iets verder mondden we uit op een klein reservaat ‘ le lac Macquis ‘ , alwaar tussen de zandige schorren en de bosjes ,de oevers  vaak worden opgezocht door trekvogels en een reigerpopulatie.  Op het einde van de vijver stond ietwat verweesd de restanten van een ‘ Blockhaus ‘ uit de tweede wereldoorlog ons op te wachten , waarna we na een zestal kilometer  een eerste rust hadden in de open natuur.

 

Van hieruit ging het in de richting van Bray dunes, alwaar we via een stukje ‘ Canal de Furnes ‘ en het omzichtig dwarsen van een oude spoorweglijn , belandden in ‘ les dunes  Marchand ‘.  Via een recent afgebakend pad langs zand- en schorren bereikten we zo Zuydcoote  voor een volgende rust in  ‘ le Centre d’ Hébergement des Dunes de Flandres ‘.  

 

Hoogtijd dus om eens te proeven van het overheerlijk Frans stokbrood met beslag en zo wat extra energie op te doen alvorens ‘ le moment suprême ‘ van deze tocht aan te vatten.

 

Want hierna wandelden we via een oude spoorwegzate op een zeer rustige wijze langsheen het vroegere sanatorium Van Cauwenberghe. Zuydcoote was destijds inderdaad bekend als herstel oord voor tuberculose , het sanatorium ligt er tegenwoordig jammer genoeg maar verkommerd bij.

 

Via een leuke chicaneslag werden we beloond voor onze inspanning : we dwarsten eerst een picknick zone om hierna het massief van de Dewulf duinen ( La Dûne Dewulf ) te betreden.  We volgden de botanische weg die ons krinkelend doorheen duinbosjes en doornstruiken bracht. Nu eens duin op , duin af konden we er diverse beschermde plantjes waarnemen , waaronder het duinviooltje . Tussen ons en de zee lag nu een lage duinengordel die slechts af en toe een blik toeliet op de watermassa van onze Noordzee en het duinengebied van Ghyvelde.  Een wandelparadijs die ons zo bracht naar  ‘ l ‘ hôpital maritime de Ghyvelde . Eveneens een sanatorium die omstreeks 1910 werd gebouwd voor de verzorging van tuberculose , doch tegenwoordig gebruikt wordt voor de éducatie van mindervalide.  Vlak voor we de kustlijn verlieten kwamen we voorbij een basis van zeilwagentjes en een heringericht ‘ blockhaus ‘ die er de evenementen van juni 1940 tentoonstelt.   Om zo voor een tweede maal de rust in Zuydcoote te bereiken.

 

Het prachtig wandelweertje had er ons ondertussen dorst van laten krijgen , waarbij we best een frisse Leffe konden nuttigen , weliswaar in een verrassend Franse verpakking . Doch het smaakte evengoed.

 

Hierna stevenden we duidelijk af op de polders , waarbij een streepje asfalt , een stukje kanaalwandeling en de restanten van menig ‘ blockhaus ‘ ons brachten naar een laatste stukje reservaat. Inderdaad , nog heel even werd onze aandacht getrokken door ‘ le lac des Hérons ‘. Een prachtig waterlandschap samengesteld uit ondiepe plassen , rietvelden en ligweiden.

 

Dit werd meteen de voorlaatste attractie van een knappe wandeling , waarbij ‘ les Randonneurs des Polders ‘ ons geen knollen voor citroenen hadden verkocht. Doch ons een boeiende wandeling hadden voorgeschoteld die mits de nodige onderhouding best kan uitgroeien tot een wandelklassieker.

 

En ja o juist , de allerlaatste … , had een zoetige smaak en mocht er ook best wezen … na 25 kilometers stappen.  Een PICON , een gekend streekaperitief op basis van witte wijn en extract die men zowel net over of voor de schreve ( de grens ) dient te proeven.  En zeg nu zelf de Wervikse Toebakstapper kan het weten, want ook aldaar smaakt die overheerlijk.
 
 
 
        Dank aan wandelmarc.skynetblogs.be voor het gebruik van de foto's

22:37 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.