28-03-06

DE VIERDAAGSEN KOMEN ER WEER AAN ...

Vierdaagse van de Ijzer   komt er weer aan ...

Het is weer zover , vanaf 1 april as. kunnen we allen weer gaan inschrijven voor de 34ste Internationale Vierdaagse van de Ijzer. Dit wist mij in ieder geval het foldertje te vertellen , dat we enkele dagen geleden in de bus mochten ontvangen.

 

De Vierdaagse van de Ijzer is dan ook een wandelhappening waarbij burgers en militairen hand in hand vier dagen lang al stappend de Westhoek aandoen.

Oostduinkerke , Poperinge , Diksmuide en Ieper zullen dan ook weer tussen 23 augustus tot 26 augustus 2006 fungeren als etappeplaatsen voor de wandelcaravaan.

 

 

Wie de sfeer gedurende deze vier dagen wil proeven kan er zelfs logeren , het organisatiecomité van de Vierdaagse van de ijzer bied volgende logementen aan :

 

Oostduinkerke (Tepelhoornstraat)
Soort : tentenkamp in de wei
Beschikbare plaatsen : 1200 bedden en 150 campingplaatsen
Uitbating :
14 A
Sfeer : "disco"


Nieuwpoort (Arsenaalstraat)
Soort : schoolgebouw van campus "De Vierboete"
Beschikbare plaatsen : 230 bedden
Uitbating : 14 A en Brandweerkorps Nieuwpoort
Sfeer : "Westvlaamse ambiance"


Poperinge (Veurnestraat)
Soort : gebouw zaal "Maeke Blyde" en tentenkamp in wei
Beschikbare plaatsen : 450 bedden en 60 campingplaatsen
Uitbating : CC Sp Mat&Prod en Brandweerkorps Poperinge
Sfeer : "Westvlaamse ambiance"


Diksmuide (Markt)
Soort : gebouw zaal "Boterhalle"
Beschikbare plaatsen : 350 bedden
Uitbating : 14 A
Sfeer : "rustig"


Ieper (Kemmelseweg)
Soort : tentenkamp in de kazerne
Beschikbare plaatsen : 450 bedden
Uitbating : CC Sp Mat&Prod
Sfeer : "rustig"

 

Een ALL-IN-TICKET omvat het logement , maaltijden , transport naar de diverse startplaatsen , verzorging , verzekering , herinneringsplaat of medaille en kost 65 €.  Voorinschrijving en betaling is verplicht voor 11 augustus 2006

Uiteraard kan men nog steeds de dag zelf inschrijven voor de dagwandelkaart en deze kost dan 5 euro per dag en omvat transport , verzorging , verzekering en de herinnering.

 

Meer info over de 34° Int. Vierdaagse van de Ijzer kan men steeds bekomen op www.mil.be/vierdaagse

 

 

 

21:58 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-03-06

EEN PICON : VOOR UP & ACHTER DE SCHREVE ... DE PANNE

Picontocht

Duintrappers Westende

12 maart 2006

 

Een prachtig winters zonnetje bracht ons vandaag naar de uithoek van de Westhoek , meerbepaald naar De Panne. In het zog van wijlen Koning Leopold I , die alhier als eerste koning der Belgen in 1831 voet aan wal zette , bood de Picontocht van de Duintrappers Westende ons een voortreffelijke dagje kust wandelen aan.

Startend vanuit het Instituut Immaculata , trokken we kriskras door het vroege , noch schaars bevolkte dorpscentrum. Uiteindelijk belandden we alras op de zeedijk , met links van ons een muur van mastodonten appartementsgebouwen die als paddestoelen uit de grond schieten. Gelukkig geven die ons wat beschutting voor de frisse ochtendwind , maar anderzijds wordt ook de zon voorlopig nog voor ons verstoken .

Recht voor ons ontwaren we het zo goed als lege , brede strand waarachter de zee zich ver teruggetrokken had. Enkele krijsende meeuwen zoeken vruchteloos naar eten , drie amazones galopperen ons voorbij … onze voetsporen kleven in het natte zand , schelpjes kraken onder ons wandelgeweld … en verder niks dan rust , een straalblauwe lucht en een hemels gevoel …


 

Het wordt een stevige strandwandeling die ons nu brengt in de richting van Bray-Dunes , tot we ter hoogte van “ Les Dunes Perroquet “ terug onder de behuizing van tal van blitse stacaravans en riante vakantiehuisjes belandden. Op en neergaand dweilen we de ruime ‘ Elysée ‘ af tot we voor een eerste keer pal op de Frans-Belgische grens halt worden toegeroepen in een lokaal café. Voor een heuse franse Picon is het echter nog te vroeg , zodat we na een geurige zwarte koffie , kort erna met onze neus gedropt worden in het natuurreservaat ‘ De Westhoek ‘, voor een schitterende kennismaking. Het natuurreservaat maakt dan ook deel uit van het grootste aaneengesloten duinengebied van de Vlaamse kust (alsof we een ander hebben …) . Samen met de aangrenzende Krakeelduinen , het waterwinningsgebied Calmeynbos , de Oosthoekduinen en de Franse duinen ‘ Le Perroquet ‘ vormen ze een uniek natuurgebied. Nagenoeg treffen we er alle duinvormen , van primaire strandduintjes tot stuifduin complexen en weidse uitgeloogde binnenduinen. Af en toe was het moeizaam ploeteren door het mulle zand van het Helmpad . Een klimmetje moest ons nu en dan eventjes hoger hezen , zodat we een uniek zicht krijgen op de brede duinruggen en uitgestrekte pannen die ons steeds maar dieper en dieper in het reservaat meesleepten. Wat later volgden we de botanische Ligusterweg die ons krinkelend doorheen duinbosjes en doornstruiken bracht. Nu eens duin op , duin af konden we er diverse beschermde plantjes waarnemen maar warempel ook onze broers en zusters. . Tussen ons en de zee lag nu een lage duinengordel die slechts af en toe een blik toeliet op de watermassa van onze Noordzee en het duinengebied van de Westhoek.

Hierna mochten we nog even kennis maken met een meer bebost gedeelte van het reservaat , alwaar smalle paadjes en kaarsrechte getrokken betonpaden van de Krakeelduinen ons nu door het groen leidden in de richting van het Calmeynbos. Het Calmeynbos werd aangeplant in 1903 op initiatief van landbouwingenieur Maurice Calmeyn. Hij was geïnteresseerd in de groeimogelijkheden van bomen in kalkrijke duinen en liet daarom een gevarieerd loofbos van 85 ha aanleggen. Vandaag de dag groeien in het bos maar dan 25 soorten bomen en 40 soorten heesters. Het bos is dan ook rijk aan mossen , korstmossen en zwammen en biedt broedmogelijkheden aan de wielewaal en diverse spechtsoorten.

En hier kregen we dan nog wat stevige wandelkost voorgeschoteld. De paden langs soms grillig gevormde bomen waren best prettig te noemen. Nu eens vlak en stevig , dan weer gezellig op- en neergaand over de zanderige duintopjes baanden we ons een weg naar het gloednieuwe Vlaams Bezoekerscentrum De Nachtegaal. Na deze facultatieve leerrijke rust , treffen we vijfhonderd meters verder dan de eigenlijke rustpost in Club J voor een eerste maal.

We zouden hier maar liefst drie keer komen kamperen , de enigste smet trouwens op de ganse organisatie van deze Picontocht. Soit , onze eerste lus zou ons aanvankelijk brengen langs riante villa’s in het hartje van De Panne , waarna we werden getrakteerd op een stevige dijk- & strandwandeling die ons nu in de richting van Sint Idesbald uitwees. Net tussen de behuizing van De Panne en Sint Idesbald doken we alras terug een idyllische strookje groen in van de Houtsaegerduinen en het Kerkepannebos., die ons na zes kilometers terug moest brengen voor een tweede maal naar Club J. Het stukje unieke duinengordel die we doorliepen, is echter momenteel zo fragiel en sterk verdroogd , dat ingrijpen tot het bewaren van zich hoog opdringt. Ondertussen probeert men door begrazing via ezels en het herstellen van oude poelen het biotoop te herstellen.

En nog was de kous duinwandelen niet af , want nu wachtte immers de Oosthoekduinen op zich. Het gebied bestaat dan ook uit een rijk met struikgewas (struweel) begroeide duinpanne omgeven door hogere en minder begroeide duinruggen. De afstand tot de zee en de beslotenheid van het landschap hebben de windverstuivingen hier al lang tot stilstand gebracht, waardoor de duinen evolueerden naar mosduinen.. Ter hoogte van een oriëntatietafel krijgen we dan ook een schitterend panorama op de lager gelegen polders van Bachten de Kupe en de boetestad Veurne.

Na dit heerlijk duin intermezzo zochten we dan voor een laatste keer onze centrale rustpost op , waarbij gedragen door de zon we nu resoluut vaarwel zegden aan het natuurgeweld van duinen , natuurreservaat en mulle zand. Er stond ons nog een lus van vier kilometers te trotseren , dewelke ons op een rustige manier langs ‘ la bourgeoisie Française ‘ en diverse hautaine stulpjes stuurde. Een laatste strookje zeedijk , kwestie van toch eventjes te passeren voorbij het standbeeld van Koning Leopold I , betekende meteen de afsluit van een fantastische wandeldag aan zee. Of toch bijna , want we mogen het gratis proevertje Picon ook niet vergeten !!!

10:58 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

IN DE VOETSPOREN VAN ST-HERMES ... DE KLIJPE

Klijpetocht

De Chatons Ronse

 11 maart 2006

 

Ronse , de koninginnestad of parel der Vlaamse Ardennen , vormde vandaag het decor voor de Klijpetocht van De Chatons. Bij het inkijken van de wandelkalender op wandelmee.be , was onze keuze dan ook vlug gemaakt. Het zou de wandelklassieker worden , alwaar de Chatons andermaal kozen voor de eigenheid van hun kunnen : een unieke avontuurlijke zwerftocht met hun gekende charisma voor doorspekte modderstroken.

Mietjes of zondagswandelaars die bang waren hun witte wandelschoentjes vuil te maken , bleven er jammer genoeg nu ook weer blijkbaar ver weg. Want met net 1000 wandelaars hadden mijn inziens de Chatons heel wat beter verdiend. Gelukkig tekende de crème de la crème van de West- & Oostvlaamse (en ook wel andere …) lange afstandwandelaars wel present , waarbij startend vanuit het KTA , we aanvankelijk door de grauwe binnenstad van de Hermesstede werden gestuurd.




Niet voor lang echter , want daar midden die grijze mastodonten van fabriekspanden , zorgde het privé-domein van Saint-Hubert met een kasteel in art-deco stijl, meteen voor een eerste groene verademing. Het kasteel was lange tijd eigendom van de familie Lagache . Henri Lagache was zelf architect en tekende voor de binnenkant van het kasteel. Lagache was één van de gezaghebbende figuren van, het op industrieel vlak, welvarende Ronse en ontving zijn belangrijkste zakenpartners in het kasteel. Henri Lagache was op luxe gesteld, maar was in de eerste plaats ook een natuurliefhebber. Die liefde voor de natuur leidde er ondermeer toe dat het park vandaag meer dan 150 plantensoorten telt, waarbij het paradepaardje van het domein ongetwijfeld de 3 ha grote schitterende vijver vormt.

De wandeling liep dan ook op een weergaloze manier tussen het groen en de boorden van deze ruime waterplas op zoek naar het echte offensief. En dit kwam er reeds meteen toen we mochten aanvangen met de beklimming van de Scherpenberg. Een potig eenmanspad loodste ons subliem over de flanken van deze eerste kuitenbijter. We waren dan ook de mening toegedaan dat we best ten rade gingen bij de Heilige Sint Hermes , de patroonheilige van Ronse , die ons moest beschermen tegen verdere kwade en geestesziekten. Maar het mocht niet baten , al lachend stuurde hij ons een tijdlang langs zijn eigenste Fiertelommegang via een knoertig kasseiwegje. Als toemaatje kregen we een subliem zicht op de Sint-Hermeskerk van Ronse en haar contouren, waarna we ons ter hoogte van de Wittenkapel mochten overgeven aan de devotie van het aanpalend sompig stukje privé domein. Onze wandelschoenen werden een eerste maal onderheven aan de klodden van het hard labeur , maar werden hierna rijkelijk beloond met effenaf sublieme wandelwegen over de Fiertelmeersen en prachtige zichten midden de Vlaamse Ardennen.

Het liet ons afstevenen op het provinciaal domein Eynsdaele . Het vroegere sanatorium in het domein is tegenwoordig omgevormd tot een school voor moeilijk opvoedbare kinderen onder toezicht van de provincie Oost-Vlaanderen. Heerlijke dreven stuurden ons nu in de richting van de Ronde van Vlaanderenstraat , alwaar we in staminee ’t Konijntje onze eerste rust troffen na 8 kilometers.

Een stevige soep moest ons terug de nodige sterkte en warmte geven. Want daar in een open vlakte , alwaar een striemende ijskoude wind de bovenhand haalde , wachtte alweer een volgend vettig karrenspoor. Het zou ons tenslotte afzetten aan de voet van de Rampe , alwaar de ouw-bonkige kinderkopjes de aanzet vormden van wat stevig klimwerk in de richting van de Hotondmolen.

We konden enkel , in de verte de witte stenen kuip, vanonder ons regenscherm waarnemen. Want hierna werden we zowaar ondergedompeld in een regelrecht winters hagel- & sneeuwoffensief ; zodat we de prachtige natuur en weidse vergezichten slechts amper tot ons konden opnemen. Mooie landelijke veldwegen wisselden elkaar nu harmonieus af met stevige klimmende getuigenheuvels , tot we op een spectaculaire wijze aan de afdaling van het Slibbergat mochten beginnen en bij wijze van spreken bijna op handen en voeten het glibberbrugje dwarsten , wilden we niet pardoes met ons figuurtje het water in dompelen. Glibber of slibber , blubber of bibber : het vergde ongetwijfeld enige behendigheid om ongeschonden terug de openbare weg te bereiken en dit konden we dan ook meermaals merken aan de ons voorbij stappende wandelcollega’s die wel kennis hadden gemaakt met de grond.

Op een feeërieke wijze vervolgden we dan maar onze wandelweg in de richting van het kunstenaarsdorpje Kwaremont. In het zog van dit pittoreske dorpje en haar witgekalkte kerkje , verschillende kunstenaarsateliers en taveernes , treffen we een tweede rust in de best gezellige cafétaria van het plaatselijke rusthuis. ( Zowaar zou een wandelaar er zijn oude dagen best kunnen passeren , op woensdag naar de Kwaremontstappers en bij schoon weder naar het nabijgelegen Konijntje … we zouden niet lang moeten nadenken !!! )

Enfin , zover is het hopelijk nog niet , zodat we fris en monter ons wandelavontuur verder zetten te beginnen met de afdaling van Vlaanderens mooiste , de Kwaremont. In de verte ontwaren we reeds de flanken van het Kluisbos , wat meteen ook ons volgend stapdoel wordt. Heerlijk ruikende humuslagen en knisperende bladeren zijn onze metgezellen door statige rijen van bomen. Het kale bos begint terug tot leven te komen , vogeltjes fluiten reeds de voorbodes der lente , de wilde hyacinten knoppen te voorschijn en een immens tapijt van sneeuwklokjes laat ons wegdromen met de volgende spreuk die we treffen op een bank. Groen , een beekje , een waterval … drie bomen vol wolkendromen …

We laten ons dan ook verder meeslepen in de unieke wandeldroom , die ons kort hierna voor een tweede maal zou afzetten in ’t Konijntje. Een product des huizes hebben we dan ook meer dan dik verdiend … en we laten het ons smaken.
Wie denkt dat het zwaarste nu achter de rug is komt bedrogen uit , want terwijl een prachtige holle wegel ons verder het landschap instuurt , wacht daar verraderlijk een tweede stukje domein Eynsdaele. Glibberige bospaden en kwieke beklimmingen loodsten ons op een fenomenale wijze door dit unieke stukje natuur , het is een privilégé om hiervan te mogen genieten. Het Eynsdaelebos met zijn talrijke bronnen , ligt er dan ook erg sompig bij , onze schoenen worden meermaals weggezogen in de modder , waardoor de afdaling van de Folderstraat meer een folterstraat aan het worden is.

Gelukkig komen we er heelhuids door en daar prijkt reeds de stompige toren van het gehucht De Klijpe. We worden er overvallen door de rust van een oase en de prachtige landschappen van de Zomerij , die ons nu moeten brengen naar een laatste rust.

Vanaf hier konden we beginnen aftellen : een wijde landelijke kronkel stuurde ons nog eventjes in de richting van Arc-Wattrepont . Alwaar we op een ‘ fatsoenlijke ‘ wijze een einde maakten aan een uitmuntende Klijpetocht die onze hoogste verwachtingen terug totaal oversteeg !

 

10:53 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

TUSSEN POLEPEL EN PAP ... IN ERPE-MERE

PAP-ETERSWANDELING

Wsv Kadees Aalst - 5 maart 2006

 

Erpe-Mere , was in een niet zo ver verleden , de dagelijkse afrit langs de E40 , om ons te begeven huiswaarts. En toevallig richtten de Kadees uit Aalst er vandaag hun Pap-eterswisselbekertocht in. Een reden temeer dus , om dit kleine puntje op de wereldkaart nog eens aan te doen. Met de gedachte dat de Kadees in het verleden steeds een schitterend wandelevenement organiseerden vanuit het nabije en landelijke Aaigem , waren onze verwachtingen hoog gespannen.

In het zog van de Sint-Bavokerk konden we in de vroege ochtend nog net een plaatsje voor onze auto vinden nabij de startplaats. Wandelaars zijn immers rare wezens , ze rijden kilometers ver voor een wandeling te doen , stappen daar 20 of meer , maar hun auto ver parkeren van de startplaats is uit de bozen. Soit , na een koffietje en onze inschrijvingsformaliteiten verlaten we de ruime sporthal aan de achterkant, alwaar een kerkpad ons in een wijde kronkel rond de Pap-etersgemeente moest brengen in de richting van de Molenbeek en het gehucht Edixvelde.

Een nogal merkwaardige spotnaam in feite , ware het niet dat : “op een kermis in de omstreken was er voor enige jaren eens een kampstrijd met den krulbol, en ’s avonds zou ter ere der winnaars een goed souper aangerecht worden. De boeren van Meire weerden zich dapper en behaalden den prijs. Zij hadden (de kwaadsprekerij komt ja achter alles) den helen dag gevast om hunnen buik eens een zielmis te doen. Doch, wat zetten ze groote oogen op, toen men voor eerste gerecht een grooten schotel pap opdiende ! De boeren lieten ze onaangeroerd, en de gastheeren, hierover verstoord, lieten hun voor tweede, en derde en vierde gerecht denzelfden schotel aanbieden, tot dat de boeren zoo’n honger kregen, dat ze uiteindelijk blij waren de pap te kunnen binnenspelen. En zoo werden het de Meire Papboeren”.

Nu eventjes onder het viaduct van de drukke E40 door, en daar werd het dorpje Erpe , mooi te kijk gelegd in een landschap dat al wat onrustig begint te kabbelen in afwachting van het serieuzere heuvelwerk van de Vlaamse Ardennen ietsje verderop. Onverharde en lichtjes besneeuwde veldwegen loodsten ons vrolijk op- en neergaand binnen een schitterend spel van steeds wisselende landschapselementen, terwijl het pittoreske kerkje van Erpe steeds naderbij komt. Omheen de kerk , moesten we het nu een tijdlang met enkele tracés van behuizing stellen , die ons zelf tot dichtbij Aalst brachten. Tot we opeens midden een eerste hevige sneeuwbui , konden neerkijken op de prachtige verscheidenheid van weiden en ruigtes van de Sieseghemkouter. De kilometerslange boerenwegel introduceerde ons weer in een stukje welig groen , waarbij rijkelijk dooraderd met slootjes , we ons een weg baanden tussen statige populieren en verwilderde weiden. Een bordje merkte aan , dat dit wellicht de laatste maal was , dat we van dit idyllisch stukje natuur zouden genieten. Mevrouw de burgemeester van Aalst en schepen van ruimtelijke ordening hadden er immers andere plannen mee , waarbij nog maar eens een prachtig stukje natuur moest plaats ruimen aan de verkavelingwoede.

Deze sublieme doorsteek zette ons uiteindelijk af aan de eerste huizen van ons rustig stekje van destijds , Nieuwerkerken. We gingen kriskras door de dorpskern op zoek naar de dominante toren van de Sint Leonarduskerk en troffen er iets later in de Volkskring onze eerste rust na een 8-tal kilometers.

Na de rust , werd ons geduld duidelijk op de proef gesteld door het vele bochtwerk tussen de huizen door , maar uiteindelijk mocht het asfalt toch plaats ruimen voor een bijzondere mooie , doch veel te korte veldwegel . Het wandelpad stevende af op een oud hoevetje , alwaar drie opvallende trekpaarden het geheel alleen maar nog meer inkleurden. Maar ook wat later lijdt het geen twijfel dat de parkoersmeester niet het beste tussenstukje had gekozen om ons in de richting van Haaltert te sturen. Steevast weliswaar landelijke asfaltwegeltjes moesten ons nu brengen naar het beoogde stapdoel , met name zaal ‘ de Outer ‘ voor een tweede rust.

Hier zou een geurige soep met onze boterhammetjes , wat meer kleur en warmte aan de wandeling geven, want laten we eerlijk zijn we waren heelwat meer gewend vanwege de Kadees tijdens onze vorige deelnames.



Gelukkig zou de laatste lus hier merkelijk verandering in brengen en daar vonden we eindelijk de ware ‘Kadees’ in terug. Het uitbundige groen van het Haalterse parkdomein zou de aanzet worden van een verkwikkende bloemlezing aan effenaf schitterende veldwegels in Vlaanderen. Een knisperende vettige veldweg stuurde ons nu hogerop het plateau van de Molenbeek , waarbij we grenzeloos konden genieten van deinende weiden waarin enkele schapen zich als vage stippen aftekenden , klimmende akkers stonden te hunkeren naar de lente en imposante populieren als statige donkere contouren het geheel sierden. Heel eventjes nog werden we bezijden het kleine Ede gestuurd , maar de eerste kerkwegel zorgde er al weer voor om op een schitterende manier van dit landschap te genieten. Een stukje onverhard dat zich door de vallei boorde en alwaar een kabbelend beekje ons vergezelde, zou ons zo finaal afzetten aan de rand van de dorpskom van Mere. Nog eventjes een stug klimmetje en daar wachtte weer de gezelligheid van de aankomstzaal. De stemming zat er al goed in met een plaatselijke muzikant, die zijn vingers vlot over de toetsen van zijn accordeon liet glijden en de mooiste melodietjes ten gehore bracht. Menig Affligems Trappistenbier vloeide rijkelijk , zodat we onze enigszins ontgoochelde verwachtingen konden wegspoelen.

Wat wil je , het kan niet iedere week een wandelcarnaval zijn en wellicht hadden we het verkeerde pad gekozen op deze Papeterstocht. Doch bij een volgende gelegenheid zullen we zekers niet wegblijven uit deze Faluintjesstreek en de wandelclub de ‘ Kadees Aalst ‘ van onze wandelvriend en voorzitter Wilfried De Vos.

 

 

10:49 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-03-06

NATIONAAL WANDELEN TE DEINZE ...

Nationale Wandeldag

Atb Natuurvrienden Deinze

26 februari 2006

 

 

Vlaanderen zal het geweten hebben , 26 februari ll. stond ongetwijfeld in het teken van de Nationale Wandeldag 2006. Wandelen opgenomen door Bloso ‘ als sporttak in de kijker ‘ kon men vandaag vanuit iedere Vlaamse provincie naar hartelust beoefenen.

Het evenement groeide dan ook uit tot één der meest succesrijkste ooit , met meer dan 28000 uit alle hoeken van Vlaanderen gaven ze afspraak in Roeselare , Deinze , Zoersel , Wellen of Hoegaarden. De vijf startplaatsen van deze editie 2006.

Wij trokken er vandaag op uit naar Deinze , alwaar we in de voetsporen van de Natuurvrienden genoten van een sublieme tocht door de Leiestreek van Basiel de Craene en het kasteel van Ooidonk en de Brielmeersen als blikvangers.

De tocht start vanuit het Vrije Technische Instituut , tevens uitvalsbasis van de Deinzse Canteclaermarsen , alwaar rond de klok van negen reeds duidelijk is dat dit Oostvlaamse luik zal uitgroeien tot een ware successtory. Al meer dan 1500 stappers zijn ons voor geweest , waarbij we na de nodige inschrijvingsformaliteiten , doorheen wat groene woonwijken van Ten Bosse aan deze Nationale Wandeldag beginnen voor een effenaf schitterende 22km zwerfplezier door de Leiestreek.

De wegel bracht ons hierna haaks in de richting van Bachten-Maria-Leerne en de historisch geworden ‘ Stokerij van Filliers ‘ De door Kamiel Filliers rond 1880 opgerichte jeneverbranderij, kent ondertussen reeds vier generaties lang graanstokers en is één van de twee overblijvende landbouwstokerijen in Vlaanderen. In de graanstokerij Filliers stookt men nog altijd op dezelfde beproefde manier zoals overgrootvader Filliers het in zijn ‘ jeneverbranderij ‘ in 1880 deed, buiten dat er heel wat lekkere fruitsoorten zijn bijgekomen.

Waarna Bachten-Maria-Leerne met zijn prachtig authentiek dorpspleintje en het 14de eeuw Romaanse Sint Pieters- en Pauluskerkje de definitieve aanzet betekenden voor een ongekende zwerftocht doorheen de kouters van deze unieke Leiestreek o zo mooi weergeven door diverse Vlaamse schilders.


Na 8 km treffen we onze eerste rust in zaal Den Engel , in het hartje van het levenslustig dorpje Maria-Leerne. Via de Bagattestraat en enkele kronkels verder komen we zo in de Ooidonkdreef. Vooraan rechts in de dreef valt ons oog meteen op het pittoreske parochiekerkje.. Het bouwvallige, maar architecturaal zo waardevolle Romaanse kerkje werd eind vorige eeuw tegen alle officiële adviezen in toch gesloopt en vervangen door een gebouw in neogotische stijl, zo wilde het de heer van het kasteel. Neogotiek was toen erg geliefd bij de katholieke aristocratie.
De weg naar het kasteel brengt ons iets verder , voorbij de imposante blauwe poort of ook wel Porta Arboreti genaamd. De kasteeldreef is dan ook prachtig omgeven door een sierlijke rij bomen. Langs de knoestige Kasseiweg ligt de hoeve "Kapelanij" uit de 14de eeuw, grondig verbouwd na 1700. Zoals de naam het laat verstaan, werd de hoeve verpacht aan de kapelaan van het kasteel en later aan de norbertijnen van de Drongense abdij. Op de hoeve aan de rechterzijde van de weg bevond zich de jeneverstokerij van het kasteel. Er was blijkbaar aan alles gedacht: geestlijke hulp links, geestrijke bijstand rechts.


Aan het eigenlijke toegangshek van het omwalde slot ligt de conciërgewoning, met koetshuis, groententuin en oranjerie en daar worden we verplicht onze controlekaart te tonen. Want daar ...
iets verder in een van de vele meanders van de Leie prijkt het kasteel van Ooidonk , volledig omringd door water , wordt deze zestiende eeuwse burcht in Vlaams-Spaanse renaissance , ook wel de “ parel “ van de Leie genaamd. De vele generaties Van graaf Arnold 't Kint de Roodenbeke , legden er een prachtig en interessante collectie meubilair aan. De galerijen en de salons zijn dan ook bemeubeld met heelwat stijlvolle stukken , terwijl wandtapijten , het zilverwerk , het porcelein en vele andere voorwerpen telkens historische momenten uit het verleden oproepen.

Een bezoekje aan het interieur zal voor een andere keer worden weggelegd vrees ik , temeer we hier vandaag de kans grijpen om te genieten van een prachtige rondgang door dit uniek stukje patrimonium en kasteeldomein. Enkele ontluikende dreven slepen ons mee door het weelderig groen , Bij het verlaten van het kasteel hebben we vanaf de valbrug een uniek zicht op het park, met in de verte de uitgestrekte Leiemeersen en daarachter het groen en de vage contouren van de villa's in het residentiële Leiedorp Deurle en enkele typische kleine boerenhoven.

We banen ons nu een weg langs één der meest idyllische plaatjes van de Leiestreek , flaneren langs enkele oude Leiearmen en het Basiel de Craenewandelpad , waarbij het natuurlijk kader ongetwijfeld elk wandel- & fietsliefhebber moet bekoren. Het zou ons tenslotte via de Vosselare Put brengen naar het Sas van Astene. Gebouwd in 1861 , wordt de houten ophaalbrug vandaag de dag nog steeds met de hand bediend. Het brugje zou zo een decor kunnen vormen voor het één of ander historisch feuilleton. Net erachter worden we aangetrokken door het nostalgische Oud Sashuis , alwaar we in een roes van leute en plezier, bij een glas bier ons verdiepen in de geschiedenis van de Deinsze scheepvaart. De patron en zijn charmante compagne weten als geen ander de passanten te vermaken met Vlaamse slagers en we zouden bij god zowaar nog de tijd uit het oog verliezen.

Er moet immers nog gestapt worden ook , waarbij onze wandelweg zich nu een vervolg breit in de richting van Astene. De weg brengt ons nu via allerlei villa’s in zeer uiteenlopende bouwtrant naar de vroegere dorpskern van Astene, een zeer oude nederzetting met pre-Romeinse tumulusgraven, alwaar we onze tweede rust van de dag treffen in de plaatselijke sporthal.

Daarna wordt in het zog van de Sint-Amanduskerk koers gezet in de richting van het vakantie- & seminariecentrum “ De Ceder “. Laverend tussen de winterse stappaden , genieten we volop van deze exclusieve rondgang. Vlug gevolgd door een onwaarschijnlijk mooie doorsteek van de Astendedreef met op het einde het Goed van Gampelaere, een erg mooie geklasseerde en omwalde hoeve.

Hierna bleven we aanvankelijk nog wat doorheen Deinze kronkelen , zodat een aanblik op het stationskwartier en de in Scheldegotiek opgetrokken Onze Lieve Vrouwekerk moesten bijdragen tot het culturele gedeelte van deze Nationale Wandeldag. Nog eventjes mochten we de Leiebrug oversteken , want die bracht ons uiteindelijk naar die tweede grote blikvanger ‘ het recreatiedomein Brielmeersen ‘.

Of toch bijna ? Want het borrelkraampje van Stokerij Filliers bleek het Mecca te zijn van enkele clubvrienden en alle wandelaars die deze geslaagde Nationale wandeldag wilden beklinken met één (of meerdere) ‘ druppels ‘.

Een verhard pad bracht ons hierna uiteindelijk in de Brielmeersen . De geitjes , de ezels , enkele niet opgehokte kippen en eenden , en andere kleinvee konden er zich koesteren in de weelde van een nog nooit geziene belangstelling. Een idyllisch boogbrugje langs een pittoresk miniatuur watermolentje leidde ons weer buiten het park om nog eventjes het jaagpad van de gekanaliseerde Leie te volgen en zo een einde te maken aan deze verrassende goeie Oostvlaamse Nationale Wandeldag die vooral bekoorde door de mooie landschapsbeelden , de rijke verscheidenheid aan bezienswaardigheden en een bende ‘ Natuurvrienden ‘ uit Deinze die echt het beste van hun kunnen hadden geëtaleerd. Wat dan ook resulteerde op een fenomenaal aantal deelnemers van bijna 7000.

22:27 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

IN DE VOETSPOREN VAN STIJN STREUVELS ...

AKTIV - wandeltocht

Textieltrekkers Vichte

19 februari 2006

 

 

      Het antiek kasseiwegje van de Varentstraat , was de aanzet van onze dagje AKTIV wandelen. Met deze lokroep wisten de Textieltrekkers uit Vichte , 1503 gegadigden te vinden die ons vanuit het naburige Kaster moest sturen langs een verrijkende verkenning tussen de Scheldevallei en de poort van de schilderachtige Vlaamse Ardennen.

Een streek die trouwens op een schitterende wijze werd ingeblikt via diverse werken van ene Frank Lateur (alias Stijn Streuvels) die vanuit zijn Lijsternest dagelijks dit uitmuntend decor kon bewonderen.

Langs een weelde van groen worden we het landschap ingestuwd , waarbij we vlak daarachter in de verte de donkere contouren van de Kluisberg konden waarnemen. Op al dat moois was het voorlopig nog wel eventjes wachten , temeer we reeds na 3 kilometers een eerste rust troffen in Kerkhove.

Vervolgens troont het jaagpad van de Schelde ons geruime tijd mee tussen een statige rij bomen en de schier roerloze stroom. Het zou de deur openen voor een dagje puur wandelplezier.

Vanaf hier zouden we een tijdlang genieten van de schitterende Vlaamse Ardennentaferelen die voor ons worden voorgeschoteld. Het stond nu vast , we rukten resoluut op naar de Kwaremont , alwaar een kleiverig karrenspoor ons tussen de plooien van het heuvelend landschap eerst nog eventjes in de richting van Berchem-Kluisbergen stuurde. Om wat later spectaculair aan de echte beklimming te beginnen. De Kwaremont zelf vielen we aan via een bekoorlijk vettig natuurpad , waarna de karakteristieke kinderkopjes ons uiteindelijk op de top brachten. Aan de voet van het witte kerkje, worden we onthaald met klokkengeluid en konden we gelukkig ons opkomend dorst- & hongergevoel bekampen.

Na een best gezellige rust , doorkruisten we nu het pittoreske kunstenaarsdorpje met in zijn zog het Sint-Amanduskerkje . Met een stukje subliem onverhard doken we terug pardoes de Vlaamse Ardennen in, waarna een staptegelpad op de flank van de heuvel en een immens zicht op de golvingen van het Kluisbos ons nu terug in de richting van de Scheldevallei loodsten. We waren de mening toegedaan dat wie de naam Vlaamse Ardennen overdreven vindt, beslist hier dringend een kijkje moet komen nemen. De heuvels mogen dan maar tot 150 m boven het zeeniveau reiken, het landschap met beboste bronbeken is diep ingesneden en de steile hellingen bieden je mooie vergezichten over de Scheldevallei. Dit was intens genieten en als zelfs schilders er hun inspiratie vinden om deze ongerepte natuur en het boerenleven op het doek te vereeuwigen, zal men het wel geweten hebben. We dartelden nu al geruime tijd langs een kabbelend beekje in de omgeving van De Ghellinck, het enige jachtige element in deze wijde, erg rustige omgeving , die enkel verstoord werd door het gedrocht van de elektriciteitscentrale van Ruien.

Gelukkig stuurde een resem van gezellige wegels , die zich smal en bochtig tussen de deinende akkers en weiden een weg zochten ons opnieuw in de richting van Berchem. Het dorpje zelf bereikten we via een afgedankte spoorwegzate tot opeens voor ons de Oude Scheldebrug terug opdoemde. De kromme brug over de Schelde en daar troffen we onze laatste rust in het nokvolle stemmige zaaltje van Kerkhove.


 

                                                Kerk van Kaster


Onze doortocht door dit nietig dorpje liep tamelijk ongemerkt voorbij , waarna we ons mochten opmaken om kronkelend de laatste twee kilometers aan te vatten naar het karakteristieke kerkje van Kaster dat aan de horizon reeds stond te wenken. Terug aangekomen in het Oc van Kaster , bleef de herinnering aan een zoveelste prachtige wandeling in de Vlaamse Ardennen nog geruime tijd meeslepen.

21:59 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE GEUTELINGEN ACHTERNA

 Geutelingentocht - 11 februari 2006

Dwars door Brakel

 

 Soms moet je je plekje wel weten te vinden op de wereldbol , zo’n plekje is ongetwijfeld het kleine Elst. Verscholen midden de glooiingen van de Vlaamse Ardennen en de overgang van de Zwalmstreek , wist Dwars door Brakel er ons andermaal te verheugen met een dot van een wandeling.

 



Reeds enkele jaren zijn de Geutelingentochten uitgegroeid tot een ware winterklassieker , waarbij niet enkel de gratis Geuteling menig aanspreekt maar ook tal van mooie vergezichten , tal van kerk- en voetwegels , verraderlijke klimmetjes en dalingen doorheen het liefdesnestje van Panamarenko boekdelen spreken.

Dwars door Brakel raakte reeds meteen onze gevoelige snaar toen we een gezellige oude kerkweg , in het zog van H. Apolloniakapel , werden ingestuurd. Het moest ons wegleidden uit het dorpscentrum om zo via een idyllisch asfaltwegje van de Moulenkouter definitief de landelijkheid op te zoeken. Ons oog viel er meteen op het imposante ‘ Hof ter Siereghem ‘, doch ook op de eerste kuitenbijter van vandaag : de Pottenberg met zijn Monasterium Mariakluizen (een oecumenische kluizenarij gesticht in 1980 en waar de broeders bidden en werken volgens de authentieke regels van de H. Benedictus) en vijf kluizen.

Hierna lag voor ons een heerlijke lus klaar , en mijn insziens meteen ook het hoogtepunt van deze wandeling. Een smalle , prettige wegel van de Perlinkweg moest ons brengen naar de Perlinkmolen of in de volksmond ook wel ’t Meulentje Perlink genaamd. Het is de oudste watermolen van Vlaanderen en reeds vermeld in 868 als molen van de abdij van Lobbes. Een tegelwegeltje geprangd tussen de prikkeldraad moet ons andermaal meenemen over de welving van de Pottenberg, alwaar een 'onberekenbare' kilometerslange veldwegel ons tot aan het begin van de beroemde kasseien van de Haaghoek brengt. Deze beruchte losweg (met hier en daar wat drassige stukjes) heet ook wel 'de ouden Athsen Heerweg' en werd indertijd de Duitse legers bijna fataal … toen ze massaal in het moeras in de omgeving van de Perlinkmolen terechtkwamen. Ze hadden namelijk verouderde kaarten waar de Heerweg nog op aangeduid stond als 'grote verbindingsweg' tussen het dorp van Elst en dat van Sint-Kornelius-Horebeke.

In het dorpje van ‘ Sente Korneels ‘ treffen we een eerste rust in het plaatselijk ontmoeting- & jeugdcentrum. Tot hiertoe klonk de wandeling als muziek in de oren , en juist toepasselijk was het de muziekstraat die ons terug het veld injoeg voor een paar unieke kronkelende ‘ boerenslagen ‘. In een wijde kronkel zocht het wandeltraject zich een weg verder door dit bekoorlijke stukje landelijkheid tot ….

Een flinke portie ‘ kinderkoppen ‘ van de vermaarde Haaghoek vrolijk met ons mee kabbelde door het landschap en ons duidelijk afstuurde in de richting van het Sint-Ursmaruskerkje van Zegelsem. Het kleine dorpje hield voorlopig echter zijn geheimen verborgen , want net ervoor bogen we af en mochten we ons opmaken voor de beruchte beklimming van de Leberg. Halfweg zorgde de Bleinstraat (what’s in the name) voor enig soelaas en nam het netjes betegelde Kloosterpad het van de Leberg over. Voor ons lag nu het stemmige geboortedorp van volks- en letterkundige Isidoor Theirlinck en mochten we kennis maken met het hart van het kasseiendorp Zegelsem.

 



Het was de Holweg die ons terug op sleeptouw nam voor wat meer avontuurlijk wandelen met een stukje pure Vlaamse Ardennen patrimonium van het Kleine Gastenhoekbekken. Een klein maar verwilderd natuurgebiedje tussen bronbeekjes presenteerde zich immers via een heerlijk , maar slijkerig natuurpad aan. Vindingrijke voorgangers hadden zich een weg gebaand via de overliggende akkers ; wij verkozen de stevige en drassige beklimming. Op een rustige manier kronkelden we daarna verder door dit onverdroten prachtig landschap , alwaar men maar niet op uitgekeken raakt. Eens de drukke Gentsebaan over , zagen we het kleine ‘ Sente Plonetorenspits ‘ van Elst voor ons liggen , grijpklaar bijna.

Maar er wachtte ons nog de lus van 6 km , die we dan ook meteen aanvatten. Achterom de pastorie van Elst , stuurde een rustig wegje ons licht dalend al meteen in een verademende landelijkheid van groene meersen en donkere akkers van Ter Walle. Het krinkelend wegje bracht ons op een sierlijke manier naar wat hoger gelegen contouren , waarbij we een ruimer overzicht over de fraaie welvingen van de Vlaamse Ardennen kregen. Aan de horizon konden we nog net een glimp opvangen van het pittoreske dorpsschooltje en het imposante ‘ Hof Ter Walle ‘ van Elst. Net op de hoek vergapen we ons voor een zoveelste maal aan één der vele bedehuisjes , die de aanzet moet worden van een prachtige doorsteek van de Taalman. We laten ons sierlijk meeglijden langs de meanderende Dorrebeek die ons over de schilderachtige en beboste omgeving van de Dompels of Den Bos ’t Elst moet helpen en lopen in feite al een tijdje te flaneren langs de dorpsgrens met Michelbeke.

Het is weer volop genieten van de weidse vergezichten met de dorpjes van Rozebeke en Michelbeke, en daar rechts van ons … waar de neerhofdieren zijn en een grote vijver, is de woonst van de wereldberoemde kunstenaar Panamerenko. Een ferme kuitenbijter in de richting van Vissegem maakt ons nog eventjes duidelijk dat we wel degelijk in de Vlaamse Ardennen vertoeven , … maar we kunnen nu niet meer langer wachten om ons resoluut in de richting van het Sint-Apolloniakerkje van Elst te storten , want aan die geurige geutelingen kunnen we niet weerstaan.

Meteen het einde van een tocht om letterlijk en figuurlijk uw vingers af te likken !

21:43 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |