05-04-06

LES POILS DE LA VACHE ME MONTE AU NEZ ...

23° Marche de Poilvache

Les Batteurs de Cuir Dinant

25 maart 2006

 

Tuk op wat Waals wandelavontuur ,viel ons oog op ‘ La Marche de Poilvache ‘ . Het was dan ook meer dan tien jaar geleden , dat deze wandelklassieker nog op mijn wandelprogramma stond.

We trokken dan ook op de laatste zaterdag van maart , richting Evrehailles , een onooglijk klein gat in de romantische vallei van de Bocq en aanleunend tegen de toeristische Condrozvallei en het beter bekende Dinant. Het liep dan ook al tegen de klok van zeven , vooraleer we ons in het kramikkig inschrijfzaaltje ‘ Salle La Victorieuse ‘ aanmelden voor onze inschrijvingskaart en resoluut gingen voor de onovertrefbare marathon die ons meesleepte langs een zwerftocht van dalen , bossen , rivierbeddingen , nijdige beklimmingen en sublieme vergezichten.


 

Buiten het grijzige wolkendek , stond niks nog een heerlijke wandeldag in de weg . En nadat we ons van het leuk ogende dorpsbeeld beheerst door een imposant 19de eeuws kasteel en de schattige Boulevard d’Evrehailles met zijn kaatsplein hadden ontdaan , vermaakten we ons voor een wijde trek door het schitterende , pril groen vergarende landschap. We daalden gestaag af in de richting van het gehucht Bauche , dat ons binnenhaalde met een stevig typisch bouwsel van blauwe arduinsteen en iets verder het bedehuisje ter ere van Saint Roch. Een heel stuk zouden we nu langs de boorden van de kolvende Bocq flaneren , waarbij een weergaloos vettig natuurpad ons nu eens dichtbij , dan weer verderaf een blik gunde op de vrolijke meanders die het riviertje maakte tussen de glooiingen.

Even verder beleefden we de eerste verrassing van de dag , een geïmproviseerd pad moest ons de berm ophelpen om de oude spoorwegzate Ciney – Yvoir op te zoeken. Enkele kilometers volgen we de dwarsliggers van het spoor. Ze liggen dan ook vol met vers gekapte houtbundels , wat erop wijst dat de lijn binnenkort terug wordt opengesteld voor een toeristisch treintje. Vanop een viaduct , gunnen we ons een bijzondere kijk op dit pittig natuurdecor , waarbij zich de Bocq doorheen slingert.

Ter hoogte van het oud stationnetje van Purnode , worden we dan uiteindelijk toch het bos ingestuurd. Aanvankelijk tussen dicht opeengepakte hoge sparren die het daglicht wat ontnemen , maar daarna door een prachtig gemengd bos waarin de vogels hun lentekriebels ten beste weggeven. Ons wandeltempo , krijgt hierna een grote deuk , door een bijzondere smeuïge stukje van het Harnoibos , moeten we ons nu zien omhoog te klauteren. Als eerste echt opwarmertje kon het wel tellen , toen we even verder op zoek gingen naar onze tweede adem op een comfortabele holle wegel. In de onwezenlijke stilte van een schitterend panorama stijgen we nu af in de richting van Dorinne , dat ons in de Rue d’en Haut (what’s in the name) binnenhaalde met een stevig bouwsel , geschraagd door een merkwaardige hoektoren. Het bleek het maison communale te zijn , alwaar omgeven door talrijke statige boerderijen , de odeur op het dorpspleintje zo in ons werd opgenomen. Dat was het overweldigend odeurtje van de boerenbuiten, waarna een kerkwegel bezijden het Saint-Fiacrekerkje ons feilloos loodste naar een eerste rust.

Na dit bijzonder vrolijk oponthoud , klommen we nu verder uit de vallei , gevolgd door een snelle afdaling en een gezellig stukje verhard langs de bosrand. Uiteindelijk ter hoogte van het station en de dorpsgrens van Durnal zoeken we terug de buik van het bos op , alwaar we nog maar eens de Bocqrivier langs onze weg treffen en wat later de tweede rust in ‘ le Centre de Loisirs du Bocq ‘.

Met een lekkere cervelas op onze maag , worden we hierna meteen opnieuw opgeslorpt voor een schitterende lus doorheen het ‘ domaine du Herbois ‘. Wandelend alover de boswegels , bijwijlen ploeterend door de bruine pasta , knabbelen we gezwind , dan weer moeizaam verder aan onze kilometers. Naast ons klatert een bosbeek met ons de dieperik in op zoek naar de oevers van de Bocq, wat later volgt een zoveelste stevige klim om uit het bos te geraken. En hoe hoger we klimmen , hoe overweldigender ons zicht op de glooiende weiden en rijkelijk beboste heuvelruggen wordt.

We flirten eventjes met de dorpsrand van Durnal , laten de Bocq onder ons doorstromen en volgen daarna een weergaloos natuurpad dat ons in ware haarspeldbochttoestanden gezapig meesleept voor een gevarieerde klimpartij over glibberige stenen en rotsblokken. Flink nahijgend, en mits wat kunst- en vliegwerk kunnen we nu beginnen aan de vervaarlijke afdaling langs een oudbollig eenmanspad , met juist naast ons de ravijn of de dieperik in. Veel keuze is er niet dan gewoon maar op uw tellen te passen. Tussen het hoog struikgewas door , horen we het water kletteren , doch met de ondertussen hevige regenbui blijft oppassen geblazen onze voeten min of meer op de begaanbare grond te houden. Uiteindelijk bereiken we heelhuids terug ‘ le centre de loisirs ‘. We hadden er op dit ogenblik 22 onvergetelijke , maar veeleisende kilometers opzitten.

In de schaduw van een eenzame rotsmassa , waar ongetwijfeld in de zomer aan alpinisme wordt gedaan , verplichtten we ons terug op te staan en de wandelweg verder te zetten. Uitrusten is echter niet aan de orde , want onze verdere trek door het bos neemt de belofte in zich met een glibberige klim langs losse steen en rotsblokken. Een heel stuk verder konden we dan toch eventjes uitblazen op het plateau van ‘ Les Comognes ‘ en de modderklompen van onze schoenen stampen op het streepje asfalt dat ons voor een tweede maal brengt naar Dorinne. In hetzelfde zaaltje als ’s morgens konden we nog eens blijven doorzakken met een gratis fris bekertje water.

Terwijl we allengs verder het landschap opschoven , brak warempel de zon ook helemaal door. We maakten ons op voor een verkenning van het Kasteel de La Motte , die zich aan de horizon weerspiegelde . Even zwermden we nog uit over rustige wegjes van het dorpje Dorinne met fraaie zichten. Maar al vlug nam een wel heel lang vettig karrenspoor het over om ons in een wijde boog doorheen de verzopen akkers van ‘ Les Fagnes ‘ te loodsen. Moeizaam zwoegend worstelden we ons uit de gladheid en zuigkracht van de plakkerige klei , hopend op een goede afloop … Uiteindelijk , bemerken we in de verte het donkere , grimmige silhouet van de kerk van Awagne, met juist ernaast de prachtige blauw stenen Ferme d’Awagne.

Ons promillengehalte stond nog op nul , zodat we droog en wel de voorlaatste controle in het plaatselijke schooltje van Awagne bereiken en ons toch maar wagen aan het plaatselijke Saint Benoit. Het zou ons later zuur opbreken , temeer gezellige op en neergaande paadjes zorgen voor een pittige natuurdoorsteek van het ‘ Domaine de Houx ‘. Hier en daar tussen het groen ontwaren we de koninklijke Maas tot we uiteindelijk langs de bosrand door het dorpje Houx zelf aandoen. En daar tussen een steegje door , wacht ons nu een moordende klim , La Poilvache. Eerst allengs voorzichtig en gelijkmatig opschuiven , daarna steeds steiler en hoger , hoger , hoger … Uitrusten komt er amper aan te pas , en de wandelaar die toch probeert een pauze in te lassen beklaagt het zichzelf als hij glijdend zich probeert terug op gang te trekken zonder enig houvast…. Twintig , misschien dertig minuten later bereiken we dan toch afgepeigerd de top of toch bijna want daar wacht nog de honderd meters verder naar de beruchte Middeleeuwse ruïne van Poilvache. Hiervoor zijn we gekomen en maakt het afzien plaats voor een onvergetelijke panorama op de Maasvallei dat diep beneden ons zich tentoonstelt.


                    

Na een laatste openluchtcontrole op de site van de ruïnes werkte we de resterende twee kilometers af met een bosdoorsteek en een vrije val richting Evrehailles. Alwaar we ons bij de andere wandelaars vervoegen die deze schitterende wandeling al overvloedig aan het doorspoelen zijn met het plaatselijke streekbiertje ‘ La Gauloise ‘ en een stevig bord américain frites.

20:31 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.