18-04-06

EEN VERHAAL VAN HOPPEBOERKES , COMMIEZEN & FRAUDEURS ...

Hoppelandtocht

Witsoonestappers Krombeke

9 april 2006

 

Sommige tochten bekoren door hun schitterend landschap , anderen genieten dan door hun naambekendheid weer een enorme uitstraling. Maar weinig tochten weten me zo te charmeren als in de uithoek van de Westhoek, daar waar de Witsoonestappers uit Krombeke ons telkens de kans bieden rond te zwerven in de eindeloosheid van dat soms godvergeten stukje West- & Frans-Vlaanderen.



Het charmante ligt er hem tevens bij dat we steeds op een ongedwongen warme manier worden ontvangen . De Poperingenaar is dan misschien geen grootprater , doch wel een keikop en eens je hem in zijn hart sluit , weet hij het dan ook te appreciëren , zelfs al kom je er maar sporadisch eens wandelen . Je bent er welkom , je voelt er zich meteen thuis.

Het beloofde een schitterende lentedag te worden , toen we in de prille vroegte vanuit zaal ‘ Maeke Blijde ‘ aan onze dertig kilometers lange wandelescapade begonnen. Slingerend tussen serene bejaardenflats , werden we erlangs het Poperingse Sint-Janshuis , de binnenstad ingeleid. In het zog van de Grote Markt met zijn stadhuis en Sint-Bertinuskerk , konden we ons opmaken voor het bezichtigen van de voornaamste bezienswaardigheden die Poperinge ons te bieden heeft. Het Nationaal Hopmuseum , het geboortehuis van astronaut Dirk Frimout , het Skindles hotel en vooral het merkwaardige Talbot House’s genoot onze volle aandacht.

In 1915 was dit de ontmoetingsplaats voor Britse soldaten. Thans een levend museum dat de oorspronkelijke sfeer behield. Als het ware een stukje Engeland in het hart van Poperinge. Een levende herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, toen dit statige herenhuis dienst deed als militaire club.

Het historische gedeelte hadden we nu duidelijk achter de rug , waarna een heerlijk karrenspoor bezijden de drukke Poperingse ring , meteen de aanzet vormde van een eerste uitgestrekte verkenning met het Hoppelandschap. We mochten vooreerst nog een tijdje flirten met de kern van het gehucht “ ’t Rood Kruis “ dat ons naar een eerste controle moest brengen. Maar eens daar voorbij wezen enkele prettige veldwegels ons de weg naar een landschap dat steeds speelser wat glooiingen liet zien. Rustige wegjes lieten ons langzaam opklimmen naar wat beboste heuvelruggen. In de verte onder een stralende blauwe hemel konden we ons verheerlijken met unieke zichten op Vlaanderens mooiste , het Heuvelland.

Uiteindelijk introduceerden de Witsoonestappers ons in de Helleketelbossen , een 35 ha groot bos alwaar een brede en smeuïge dreef werd afgewisseld met een rijke variatie van kronkelende bospaadjes die soms heerlijk op- en neer wiebelen door het ontluikend groen van prachtige voorjaarsbloeiers . Tussen de bosrand door konden we ons vergapen aan een minuscuul poëtisch hoevetje , dat zowaar met zijn tijd had stil blijven staan. We bevonden ons hier al duidelijk op het grondgebied van Abele , een schilderachtig dorpje. Als je daar in Abele vertoeft , dan is het werkelijk schrevelen (laveren) op de Frans-Belgische grens. Aan de ene kant van de straat sta je op Belgische grondgebied , aan de andere kant op Frans. Het Belgisch-Franse douanekantoor van Abele was vroeger een belangrijke grensovergang voor het vrachtvervoer. Het betrof een jarenlang kat en muisspel tussen commiezen (douanebeambten) en blauwers (smokkelaars). In de hoppebalen werd hun smokkelwaar verstopt. Meestal ging het om tabak. De nostalgie van weleer werd er weliswaar behouden , want in Abele passeer je zowaar nog een authentiek commiezenkot. Het douanekantoor is al lang niet meer operationeel , maar je kan het bezoeken als douanemuseum en er zelfs proeven van een heerlijk streekbiertje.

We lieten ons deze maal niet verschalken , temeer iets verder onze tweede rust wachtte en we ook best daar konden genieten van een welgekomen lekker Hommelbiertje.

Een riant natuurpad , dwars door een erf , zette ons meteen definitief op Frans grondgebied , zodat we ons verder in dit bekoorlijk landschap lieten doordringen. Tussen het groen van een oude spoorwegbedding dat ons in eerste instantie in de richting van Godewaersvelde stuurde , konden we reeds een glimp van die ouwe taaie ‘ Mont des Cats ‘ of te wel Catsberg opvangen. Zalige stukjes onverhard lieten ons gezapig meedeinen met de speelse golvingen van het landschap tot een stukje holle wegel het overnam en ons nu resoluut de hoogte in joeg. Langzaam klommen we op naar wat het hoogste punt van de tocht leek te zijn, met even verder het prachtigste moment van de tocht : een heerlijk panorama op het Hoppelandschap , het Heuvelland , de Leievallei en de historische steden Poperinge en Ieper … Een moment om te koesteren !



Een bepaald avontuurlijke doorsteek langs de bosrand , waarbij alle boswegels schijnbaar de spectaculaire hellingen bijeengeraapt hadden , bracht ons tenslotte aan de voet van l’abbaye de St Marie du Mont des Cats. Op de hoek juist naast de abdij in het ‘ Auberge du Mont des Cats , poften we ons dan ook neer voor het proeven van een typisch streekaperitiefje , met name de regelrechte echte Franse Picon au vin blanc. Een mens zou er zowaar het uur uit het oog verliezen , maar ten langen leste zetten we ons toch terug op gang.

Langs de muren van de imposante trappistenabdij schoven we nu verder op de flanken van le Mont des Cats , kochten nog een broodje voor onderweg en konden zo de terugweg aanvatten via een gezellige afdaling door het bosdomein van de paters trappisten. De weg die voor een hernieuwde kennismaking met Abele moest zorgen , was nu ook weer pittig gelardeerd met uitmuntende natuurpaden en vooral effenaf schitterende zichten op de Cassel- & Catsberg, die we er zo konden uithalen met zijn imposante antennemast. En ook toen we terug een stukje oude spoorwegbedding onder de voet werden geschoven , kreeg de verveling nooit de kans om toe te slaan.

Daar wachtte alweer de rust in het vredige dorpje Abele . Enkele leuke tussendoortjes van kerkwegeltjes zou de aanzet vormen van het laatste gedeelte , waarbij we de aanstekelijke lentezon iets later mochten ruilen voor de beslotenheid van een tweede stukje Helleketelbos. Waarna tenslotte een brede bosdreef ons uitspuwde aan de bosrand en in de open vlakte van het Hoppeland. Kort na onze laatste rust , werden we nog zowaar dwars door een stukje hoppeveld gestuurd, alwaar de prille hoppescheuten (een ware delicatesse trouwens) hun koppeke aan het firnament lieten schijnen.

Enkele fragmentjes van uitgestippelde wandelpaden langs de Vleterbeek en de doorsteek van het Quintens pad stuurden ons nog wat kriskras rond in Poperinge . Daar werden we weer binnengehaald via de Grote Markt , een niet te missen baken dat het nakende einde van deze schitterende tocht aankondigde.

20:48 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.