18-04-06

UNE RANDONNEE A LA "VLEMSCH" FLAMANDE ...

10° JOURNEE DE LA RANDONNEE - NIEPPE JE MARCHE - 23 APRIL 2006

           
 
Nieppe of in het “ vlemsch “ Niepkerke , een dorpje in Frans-Vlaanderen net over de grens , zou vandaag ons wekelijkse wandeluitstapje vormen …

Het plaatselijke ‘ Nieppe je marche “ hield er immers reeds voor de tiende maal haar ‘ Randonnée ‘ . Een stap in het onbekende weliswaar , waarbij we ons wel hadden voorgesteld de Vlaamse wandelkermis gelijk wij die kennen , niet bij deze Franse wandelvrienden aan te treffen. Maar groot was onze verbazing bij aankomst , hoe joviaal en amicaal alles hier aan toe gaat. Hoe klein de opkomst ook was , we werden er hartelijk ontvangen en voor amper 2 euro mochten we aanschuiven voor een gratis koffie met de wel gekende Franse verse croissant. En nog was de kous niet af , want alvorens ons wandeltraject van 21km aan te vangen , kregen we er nog een bundeltje ‘ ravitaillement pour la route “ bovenop. In een stoffen tasje aangeboden door de FFRP (Fédération Française Randonnée Pédestre) zat dan ook nog een flesje water , een fruitsapje , een vitaminereep en een chocoladebiscuits. Van de honger en dorst zouden we dus niet omkomen.

Tenslotte konden we dus toch aan ons ‘ wandelavontuur ‘ beginnen , waarbij al kuierend door de straten van Nieppe ons meteen opviel , dat we er niet in het buitenland waren. Dorps- en straatnamen klinken bekend , het uitzicht is bijzonder vertrouwd en met een mondje “ Vlemsch “ kom je een heel eind als je met de oudere generatie praat. En toch valt het op hoe snel culturen veranderen. Erg verwonderlijk is dit allemaal niet want tot 1713, bij het Verdrag van Utrecht was dit stukje Vlaanderen immers onderwerp van onophoudelijk politiek gesjacher.

Uiteindelijk is het bij Frankrijk beland maar zoals we met eigen oren en ogen konden constateren , zijn de drie eeuwen verfransing er niet in geslaagd de geesten van Breydel en Uilenspiegel volledig te bannen. Gebouwen rond het centrale dorpsplein vertonen nog duidelijk een Vlaamse stijl en prijkt daar boven niet op het gemeentehuis en het kasteel van Nieppe , onze fiere Vlaamse leeuw.

Het land van het Vlemsch is steeds een beetje reizen en nadat we de behuizing van Nieppe definitief de rug hadden toegekeerd , werden we in een weldoend bad vol nostalgie en poëzie van Frans-Vlaamse klanken gedropt. Zalige paden omgeven door uitermate sterk geurende en bloeiende doornhagen voerden ons mee over ‘ Les Broucks ‘. Net als onze Broeken , in de streek van Kortemark , een lager gelegen drassig gebied , doorsneden door talrijke beekjes en geflankeerd door knoestige knotwilgen die de koebeesten moeten beschutten tegen guur en slecht weer.

Gelukkig kenden we vandaag terug een heerlijk wandelweertje en toen we in de richting van de dorpsstraat “ La Creche “ afstevenen, opende zich aan de horizon een wijds zicht op die Westvlaamse bergen. De bulten van het Heuvelland oogden netjes naast elkaar , waarbij de schemer van zonnestraaltjes speels op inspeelde. Het gehucht “ La Creche “ bereikten we tenslotte via een beeldig bedehuisje verscholen tussen een dik groenscherm. Een wegel stuurde ons hierna terug vlug de boer op in de richting van Steenwerck. Het is een zogenaamd ‘ bocagelandschap ‘ van hagen , houtkanten , knotwilgen en kleine percelen , waarbij imposante boerderijen als ‘ Le Ferme Houblonnière ‘ en ‘ La Ferme du Colombier ‘ onze aandacht trekken. Een open landschap alwaar de vroegere gewassen als hennep en tabak al lang vervangen zijn door granen , aardappelen en bieten.

Ter hoogte van het station van Steenwercq , treffen we onze eerste ‘ point relais ‘ of laten we het eerder “checkpoint charly “ heten. Medewerkers staan ons ter hoogte van een bushalte op te wachten , enkele tafels en stoeltjes staan er opgesteld en in ruil voor het bonnetje dat ons ook nog bij de inschrijving werd overhandigd krijgen we een koel blikje bier en een heerlijk stuk baguette met paté of jambon grillé.

Van een service gesproken , de FFRP verwent haar deelnemers dus wel degelijk voor hun komst en hieraan zouden onze Vlaamse federaties wellicht een punt kunnen aanzuigen.

Voldaan , wandelen we hierna een poosje verder in de luwte van de drukke A25 , maar eens de brug over van deze autostrade , gunde men ons meteen een mooi zicht op de niet onaardige kerk van Steenwercq. Het dorpje geniet een bijzonder faam omwille van zijn pottenbakkers en aardewerk. Maar vooral onder het wandeljargon van de lange afstandwandelaars is de “ 100 km van Steenwercq “ geen onbekende.

We ontweken weliswaar de dorpskern van Steenwercq , waarbij onze wandelweg zich voerde doorheen een weelde van groen. Onze gids was geruime tijd het ‘ Boudrellepad dat ons meesleepte langs talrijke meanders van ‘ Le Grande Becque ‘ (de Grote Beek). Doch ook de gruwelen van de eerste en tweede wereldoorlog lagen hier nooit veraf : een ingetogen Duitse militaire begraafplaats en een in het groen ondergedolven ‘ Blockhaus ‘ moesten de wandeling flink wat bijkleuren.

Uiteindelijk raapten we de vijftien kilometers op , zodat we tussen wat meer volk een extra pitstop namen in l’estaminet ‘ Les Damoisselles ‘. Een hip “ folk “ caféetje ingericht in de annex van oude paarde- & koeienstallen. Alwaar de Picon op de drankenkaart naast de Pelforth staat , en er café of grand café is.

We hadden hier ongeveer twee derden van het traject afgelegd en konden ons nu gaan opmaken voor de allerbeste momenten van de wandeling. Een verrukkelijke wegel nam ons nu een heel poos op sleeptouw mee , langs ‘ Les Grands Prés “. De eerste stappers
hadden zich wellicht een baan moeten maken door een woud van brandnetels , maar het uitgestrekte natuurdoorsteekje langs de oevers van een oude Leie-arm ontpopte zich tot “ le moment suprème “ van deze Randonnée.

We volgden nu het water in de richting van Erquinghem , maar ter hoogte van een brug ging het totaal de andere kant op. We hadden nog even de tijd om te filosoferen toen we een tijdlang een oude spoorwegberm volgden , maar uiteindelijk wandelden we dan toch opnieuw Nieppe binnen. Over en langs enkele woonwijken bereikten we dan weer ‘ le Foyer Restaurant ‘ …. net op het moment dat onze Franse wandelvrienden aan de “ APERO “ begonnen. En we ons dan maar schuchter tussen hun gingen mengen …”pour le verre de l’amitié “ !!!

 

21:21 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

FEODALE KASTEELDAMES & HEREN IN HET HOUTLAND

 

31° Houtlandtocht

Godelievestappers Ruddervoorde

17 april 2006

 

Bij het ontwaken droeg Paasmaandag, eindelijk de belofte in zich van een eerste zonnige lentedag , waarop zovelen zaten te wachten. Vlug dan maar onze bedstede uit en na een stevig ontbijt, gaat het richting Oostkamp. De Godelievestappers uit Ruddervoorde hielden er immers reeds voor de eenendertigste maal hun Houtlandtocht , waarbij we in het verleden steevast mochten genieten van een gesmaakte wandeling langs talrijke feodale kasteeldomeinen.

De ruime startlocatie sporthal ‘ De Valkaart ‘ bied dan ook een ideale uitvalsbasis voor enkele heerlijke uurtjes wandelplezier. De prachtige kasteeldreef van Gruuthuse , zorgde dan ook meteen voor een schitterende ouverture van deze Houtlandtocht. We werden immers meteen in het nog tere en ontluikend groen gedeponeerd , waarbij de heerlijke zonnestraaltjes , voor een extra glans zorgden op de toegangspoort van het gelijknamig kasteeldomein.

Vanhieruit mochten we wat flaneren door de straatjes van het kerkdorpje Moerbrugge , gelegen aan het kanaal Gent-Brugge is het ondertussen een drukke toegangsweg geworden voor ruime scheepvaarten. Iets verder ter hoogte van de vaartbrug , herinnert een massa schroot die moet doorgaan als kunstwerk , ons aan de hevige strijd die de Canadeze legers leverden voor het bevrijden en herveroveren van Moerbrugge.



Toen het kanaal Gent-Brugge werd verbreed , in de periode 1987-1990 ontstond een klein stukje natuurgebied. De Warandeputten , genaamd naar het nabijgelegen Warandebos vormde dan ook ons volgend stapdoel. Heerlijk wiebelende paden brachten ons voorbij de mooiste plekjes van dit natuurgebied. Vanuit twee kijkhutten konden we ongemerkt , talrijke watervogels bespieden die zich in het uitgestrekte moerasgedeelte ophouden. We vermaakten ons dan ook aan een speels koppeltje meerkoeten , die er hun piepjonge kroost in het oog hielden , of de imposante merkwaardige fuut die vanuit haar broednest straks de jongens op haar rug zal bewaken van alle ongeil. In de vele houtkanten , lieten de zangvogels in alle toonaarden horen , dat ze er zich bijzonder goed thuis voelen en de lente nu werkelijk terug in het land is. Langs een knuppelpad door een zeldzaam moerasbiotoop , gaven de kikkers een concert van gewelste en konden we ons vergapen aan heelwat kriebel- & waterbeestjes.

Het jaagpad langs het kanaal Gent-Brugge zorgde hierna voor een verlengde van deze met groene vingers aangedikte wandeltocht. Statige populieren glinsterden hun silhouet af in het ruige wateroppervlak , terwijl het zonnetje zo uitermate haar best deed dat we ons zelfs een poosje konden wagen aan het stappen in t-shirt. Reeds geruime tijd stapten we nu langsheen de Leiemeersen , een overblijfsel van een uiterst waardevol laagveenmoeras. De naam van het domein , eigendom van Natuurpunt , wijst nog naar een middeleeuws riviertje de Zuidleie , waar naderhand de bedding van het kanaal is uitgegraven. Ooit waren de Leiemeersen een paradijselijk oord : 15 ha laagveen en nat, bloemrijk hooiland vol wilde orchideeën, grote ratelaar, veenpluis en meer van dat fraais.. In 1982 kon Natuurpunt vzw uiteindelijk 3 ha van het resterend gebied in beheer krijgen.

Door het stimuleren van natuurontwikkeling wordt gepoogd om het gebied terug in zijn oude glorie te herstellen. Met de steun van het Vlaams Gewest, (Administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Bovenschelde) werd vanaf 1992 een begin gemaakt om de baggerspecie (afkomstig van het kanaal) weer af te graven, zodat de oude veenlaag weer bloot kwam te liggen. En daar hebben massa's planten en dieren heel snel van geprofiteerd. In totaal werden op de herstelde percelen reeds meer dan 130 plantensoorten vastgesteld. Het aantal libellensoorten is opgeklommen tot 22 soorten en het herstel van het oorspronkelijke landschap heeft ook de aantrekking vergroot op vogels zoals Slobeend, IJsvogel, Watersnip, Zomertaling en andere moerasvogels. Het wemelt er ook van de Groene kikkers.

Al dit natuurgeweld bracht ons tenslotte in een wijde lus terug op het grondgebied van Moerbrugge , alwaar we in zaal Oud Stuyvenburg een eerste maal mochten stempelen. Langs de dorpsrand door en een erg groen landschap van malse weiden en vruchtbare gronden , alwaar sporadisch een romantisch witgekalkt typische Houtlandhoeve de kop kwam opsteken , vervolgden we hierna onze wandelweg. In de verte bemerkten we reeds de contouren van een statig beuk- en eikenbos , die ons moest brengen voorbij het kasteeldomein van De Cellen. Heerlijke dreven en prachtige strookjes groen van rododendron , doorspekt met flaterende tapijten vol bosanemoontjes , lieten ons in een wijde boog kennis maken met dit unieke stukje patrimonium.

En nadat we de brug over de drukke E40 voorbij waren , mochten we ons nog maar eens opmaken voor een stukje privé met het domein van Erkegem, en zijn prachtig in neo Spaans-Vlaams renaissancestijl kasteel.



Vanhieruit gingen we op zoek via enkele groene tussenstrookjes van de woonwijk Nieuwenhove naar onze tweede rust . Het laatste stukje opende alweer spectucalair met de imposante kasteeldreef van het domein Nieuwvliet , maar hierna was onze avontuurlijke zwerftocht door het Houtand nog slechts een lauw afkooksel van het voorgaande. Slingerend door de bebouwing van Oostkamp , moesten we ons nu tevreden stellen met huisjes en tuintjes kijken. Kon de passage langs het vernieuwde centrum met het silhouet van de kleine Sint-Pieterskerkje ons amper bekoren tot gelukkig een heerlijk natuurpad van het stadsdomein ‘ De Valkaart ‘ ons terug pal afzette nabij de sporthal en alsnog zorgde voor een geslaagde apotheose.

20:58 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

EEN ONMOGELIJK VERHAAL VAN KAAS IN BESELARE

Driedaagse Kaaswandeltochten

Drevetrotters Zonnebeke

15 april 2006

 

Beselare , leefde voor één keer niet in de ban van hekserij en haar befaamde heksenstoet. Telkenjaar exporteren de Drevetrotters uit het naburige Zonnebeke er immers een hele resem kaasgeuren , want maar liefst drie dagen na één staat alles er in het teken van de Internationale Kaaswandeltochten.

Op zaterdag tekenden wij present voor het tweede luik van deze Kaastochten , alwaar we ons lieten meeslepen voor een dertig kilometers lange zwerftocht , waarbij de bloederige rode draad van de Eerste Wereldoorlog en heerlijke stukjes bos- en groendoorsteekjes nooit veraf bleken.


 

Het was dan ook nogal rustig , toen we rond de klok van negen in de ‘ Heksenketel ‘ arriveerden voor onze obligate startformaliteiten. En na een babbel met her en der , liet de parcoursmeester ons nog wat rustig indommelen met enkele heerlijke dorps- en heksenwegels van de woonwijk ‘ De Warande ‘. Het zou ons brengen naar een gezellige graswegel , waarbij in de ochtendlijke nevel , alle wandelregisters werden opengetrokken op een golvend open- en bosrijk landschap. Half verscholen achter de behuizing , zagen we het Sint-Martinuskerkje van Beselare , maar steeds verder achteruitschuiven , waarna het karaktervolle stukje onverhard die ons in de richting van de Molenaarselst moest sturen , opeens rechtsomkeer maakte en ons op een effenaf schitterende wijze richting de Reutelbeekvallei stuurde.

“ Hier stond ooit het immense Steenuilbos , de thuisbasis van heksenmeesteres Sefa Bubbels. In de zeventiende eeuw, heerste een ellendige tijd van armoede. De ideale voedingsbodem voor verdachtmaking. Paarden die ter plekke doodvielen, betoverde koeien die geen melk meer gaven, kinderen vol neten en luizen, boerenknechten die stierven en dit alles was natuurlijk de schuld van Sefa. Toen zij stierf, was niemand bereid haar met paard en karre naar het kerkhof te voeren. Dan werd maar de koetsier met dit luguber karwei belast. Toen men de grote zware kist liet zinken, braken de koorden zodat de kist op haar zijde viel. Op hetzelfde ogenblik rommelde en kletste de bliksem. Heel het Steenuilbos schoot in brand en Sefa' s huisje werd met de grond gelijk gemaakt. Dit gebeurde op de laatste zondag van juli. Ter herinnering hieraan trekt tweejaarlijks precies op die zondag de Heksenstoet uit in Beselare. “

Uiteindelijk bereikten we de Reutel , een vanouds bekend landelijke cafeetje , die ons de richting uitwees van een met voorjaarsbloemetjes bedekte berm en een stukje Wielewaalbos. Voor ons , oogde het streepje asfalt echter allesbehalve pover , want het straatje dat ons nu kronkelend langs het klaterend Reutelbeekje naar beneden stuurde , baadde rijkelijk in een ongewone weelde van groen. Voor ons imponeerde in de verte het ontluikende Polygoonbos. Meteen ons volgend stapdoel , toen een vettig karrenspoor langs de bosrand zorgde voor de prelude. Heerlijke smeuïge paden langs statige loof- en naaldbomen voeren ons een tijdlang door dit staatsdomein. Vandaag ligt het geheel er vredig bij , doch tijdens de eerste wereldoorlog werden de ‘ Polygone Woods ‘ een strategisch punt , waarbij zowel Britten als Duitsers om beurt bij aanvallen moesten terugkrabbelen , de vijandelijke loopgraven lagen amper van elkaar verwijderd , hevige strijden leiden er tenslotte voor dat dit stukje natuur praktisch volledig met de grond werd gelijkgemaakt. Tot op 28 september 1918 , dit stukje erfgoed definitief werd heroverd door de 9° Schotse divisie. Op een bult in het domein herinnert het Polygoon Wood Cemetery aan de hevige gevechten die de 5de Australische divisie er in het najaar van september-oktober 1917 leverde. 2006 jonge Australiërs kregen er een waardig rustplaats voor de heroïsche strijd die ze leverden. Achter de begraafplaats staat , in de stijl van een Griekse tempel , The Missing Memorial.

Het stukje boswandeling was meteen het eerste hoogtepunt , toen we de brug van de ‘ smettelijke ‘ A17 die de Polygonebossen en de Nonnenbossen van elkaar afsnijden, moesten dwarsen en even verder al onmiddellijk een tweede ruig stukje natuurgebied van de Nonnenbossen werden ingestuurd. De natuur had er jammer genoeg reeds grotendeels moeten plaats maken aan de verkavelingswoede van vakantie- & woonhuisjes. Even verder ter hoogte van een open plek in het bos , konden we weer onze ogen breed uitslaan over het landschap. We moesten onze aandacht verdelen over de prachtige uitzichten , het befaamde Bellewaerde-park die in de verte pronkte en het imposante gesloten Nonnebossenpachtgoed.

“ Rond 1198 bevond zich alhier een Nonnenklooster , en zoals het bij vele abdijen of kloosters betaamde , hoorde daar ook een hofstede of neerhof bij. De hofstede is altijd al blijven bestaan , ook toen de geuzen in 1598 de abdij verwoesten en de nonnen naar Ieper vluchtten. Het pachtgoed onderging weliswaar doorheen de jaren heen , diverse veranderingen , maar de naam bleef bestaan. Aan de andere kant staat een grijsgranieten gedenksteen ter ere van Captain E.J. Brodie van het 1ste Bataljon Cameron Highlanders die alhier op 11 november 1914 , als held viel tijdens de eerste slag om Ieper. “

Daarna mogen we ons opnieuw in de landelijkheid onderdompelen, op zoek naar een eerste rust , waarbij de Zandberg zelfs voor wat bescheiden klimwerk moest zorgen. Een smeuïg natuurpad stuurde ons hierna langsheen de kant van de bisschoppelijke Gothschalkbossen, waarbij een snoer van schitterende karrensporen en veldwegels ons een heel stukje verder doen opschieten tot ons volgend wandeldoel. Met name de Gasthuisbossen van Zandvoorde die het hoog natuurlijk gehalte van deze Kaastochten alle eer aandeden. Een fraai natuurgebied dat ons uitgebreid laat genieten van zanderige paden die ons kronkelend tussen de donkere stammen van sparren en loofbomen slingert. Daarna zochten de bospaden met ons de bosrand op , alwaar we ter hoogte van de Zwarte Leen , nog maar eens worden geconfronteerd met de gruwelen van de eerste wereldoorlog. We bevonden ons op de site van Hill 60 , een heuvel die was ontstaan door de uitgravingen voor de spoorlijn Ieper-Komen.

“ Eens tijdens de eerste wereldoorlog bleek deze plaats een strategisch punt te zijn , daar het een uitstekend uitzicht bood op Ieper en haar hinterland. In december 1914 veroverden Duitse troepen dan ook de heuvel op Franse troepen. Diverse malen viel de heuvel in handen van Britten en terug omgekeerd na hevige strijden in de hand van de Duitsers , tot op 7 juni 1917 het onwaarschijnlijke gebeurde. Maar liefst 19 geallieerde dieptemijnen werden onder de stellingen van de Duitsers tussen Hill 60 en ‘ The Birdcage ‘ om precies 3u10 in de ochtend tot ontploffing gebracht. De aarde beefde alhier als nooit tevoren en slokte talloze mensenlevens op. Tijdens de daaropvolgende gevechten kwam de heuvel in handen van de Britten , terwijl tijdens het Lente-Offensief van april 1918 , Hill 60 nog maar eens van kamp verwisselde. “

Erlangs de spoorlijn ontdekken we een nieuw stukje groenbiotoop van het Vierlingenbos. Sinds drie jaar deeluitmakend van het provinciaal domein “ De Palingbeek ‘’ mijmeren we weg in een heerlijk stukje park- en natuurgebied. De rijke waaier van natuurpaden laat ons kennismaken met een imposante mijnkrater , die herinnert aan de slag van 7 juni 1917 , maar vooral met schilderachtige hoekjes van vijvers en andere poëtische groene doorsteekjes. Zo bereikten we op een selecte natuurlijke manier het grondgebied van Hollebeke , alwaar in de schaduw van de kerktoren een plaatselijke café zich ontfermde over ons …

Het kleine dorpscentrum verlaten we hierna in rechte lijn , waarbij het landschap uitnodigt om te kijken op deinende gezichten van de leievallei en het landelijk & bosrijk gebied rond Zandvoorde. We stevenen nu voor een tweede maal af in de richting van de Gasthuisbossen , beroeren even wat schitterende uithoekjes van de Everzwijnhoek tot het bos ons uitspuwt via een gracieuze grasweg , die ons de hoogte injaagt van de Passendaleveldweg en alwaar we onze ogen uitstaren op een merkwaardige kolonie buffels.

Een snoer van heerlijke kerkwegels neemt ons uiteindelijk mee in de richting van Geluveld , alwaar we in het cultureel centrum onze laatste rust treffen en ons tegoed doen aan enkele kaasproevertjes. Voorbij de restanten van de Geluveldse molen met in zijn zog een gedenkkruis ter ere van the South Wales borders , blijkt alweer een dot van een karrenspoor kleur te geven aan deze Kaastochten. Het zou ons tenslotte brengen aan de op- & afrit van de autostrade , tot waar we heel eventjes maar belandden in de ambachtelijke zone van Beselare. Het kerkje van de toveresseparochie kon men zo reeds ruiken , maar de Zonnebeekse wandelclub had nog een extraatje klaar liggen. De lange Wervikvoetweg (een oud tramspoor) zond ons nog eens in een wijde boog rond het dorpje , waarna we in het zog van het Sefa Bubbels standbeeldje en via een paar afsluitende heksenwegeltjes opnieuw de ‘ Heksenketel ‘ bereiken en aan de hand van een geestrijk vocht , kunnen terugblikken op voortreffelijke wandeldag.

20:53 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

EEN VERHAAL VAN HOPPEBOERKES , COMMIEZEN & FRAUDEURS ...

Hoppelandtocht

Witsoonestappers Krombeke

9 april 2006

 

Sommige tochten bekoren door hun schitterend landschap , anderen genieten dan door hun naambekendheid weer een enorme uitstraling. Maar weinig tochten weten me zo te charmeren als in de uithoek van de Westhoek, daar waar de Witsoonestappers uit Krombeke ons telkens de kans bieden rond te zwerven in de eindeloosheid van dat soms godvergeten stukje West- & Frans-Vlaanderen.



Het charmante ligt er hem tevens bij dat we steeds op een ongedwongen warme manier worden ontvangen . De Poperingenaar is dan misschien geen grootprater , doch wel een keikop en eens je hem in zijn hart sluit , weet hij het dan ook te appreciëren , zelfs al kom je er maar sporadisch eens wandelen . Je bent er welkom , je voelt er zich meteen thuis.

Het beloofde een schitterende lentedag te worden , toen we in de prille vroegte vanuit zaal ‘ Maeke Blijde ‘ aan onze dertig kilometers lange wandelescapade begonnen. Slingerend tussen serene bejaardenflats , werden we erlangs het Poperingse Sint-Janshuis , de binnenstad ingeleid. In het zog van de Grote Markt met zijn stadhuis en Sint-Bertinuskerk , konden we ons opmaken voor het bezichtigen van de voornaamste bezienswaardigheden die Poperinge ons te bieden heeft. Het Nationaal Hopmuseum , het geboortehuis van astronaut Dirk Frimout , het Skindles hotel en vooral het merkwaardige Talbot House’s genoot onze volle aandacht.

In 1915 was dit de ontmoetingsplaats voor Britse soldaten. Thans een levend museum dat de oorspronkelijke sfeer behield. Als het ware een stukje Engeland in het hart van Poperinge. Een levende herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, toen dit statige herenhuis dienst deed als militaire club.

Het historische gedeelte hadden we nu duidelijk achter de rug , waarna een heerlijk karrenspoor bezijden de drukke Poperingse ring , meteen de aanzet vormde van een eerste uitgestrekte verkenning met het Hoppelandschap. We mochten vooreerst nog een tijdje flirten met de kern van het gehucht “ ’t Rood Kruis “ dat ons naar een eerste controle moest brengen. Maar eens daar voorbij wezen enkele prettige veldwegels ons de weg naar een landschap dat steeds speelser wat glooiingen liet zien. Rustige wegjes lieten ons langzaam opklimmen naar wat beboste heuvelruggen. In de verte onder een stralende blauwe hemel konden we ons verheerlijken met unieke zichten op Vlaanderens mooiste , het Heuvelland.

Uiteindelijk introduceerden de Witsoonestappers ons in de Helleketelbossen , een 35 ha groot bos alwaar een brede en smeuïge dreef werd afgewisseld met een rijke variatie van kronkelende bospaadjes die soms heerlijk op- en neer wiebelen door het ontluikend groen van prachtige voorjaarsbloeiers . Tussen de bosrand door konden we ons vergapen aan een minuscuul poëtisch hoevetje , dat zowaar met zijn tijd had stil blijven staan. We bevonden ons hier al duidelijk op het grondgebied van Abele , een schilderachtig dorpje. Als je daar in Abele vertoeft , dan is het werkelijk schrevelen (laveren) op de Frans-Belgische grens. Aan de ene kant van de straat sta je op Belgische grondgebied , aan de andere kant op Frans. Het Belgisch-Franse douanekantoor van Abele was vroeger een belangrijke grensovergang voor het vrachtvervoer. Het betrof een jarenlang kat en muisspel tussen commiezen (douanebeambten) en blauwers (smokkelaars). In de hoppebalen werd hun smokkelwaar verstopt. Meestal ging het om tabak. De nostalgie van weleer werd er weliswaar behouden , want in Abele passeer je zowaar nog een authentiek commiezenkot. Het douanekantoor is al lang niet meer operationeel , maar je kan het bezoeken als douanemuseum en er zelfs proeven van een heerlijk streekbiertje.

We lieten ons deze maal niet verschalken , temeer iets verder onze tweede rust wachtte en we ook best daar konden genieten van een welgekomen lekker Hommelbiertje.

Een riant natuurpad , dwars door een erf , zette ons meteen definitief op Frans grondgebied , zodat we ons verder in dit bekoorlijk landschap lieten doordringen. Tussen het groen van een oude spoorwegbedding dat ons in eerste instantie in de richting van Godewaersvelde stuurde , konden we reeds een glimp van die ouwe taaie ‘ Mont des Cats ‘ of te wel Catsberg opvangen. Zalige stukjes onverhard lieten ons gezapig meedeinen met de speelse golvingen van het landschap tot een stukje holle wegel het overnam en ons nu resoluut de hoogte in joeg. Langzaam klommen we op naar wat het hoogste punt van de tocht leek te zijn, met even verder het prachtigste moment van de tocht : een heerlijk panorama op het Hoppelandschap , het Heuvelland , de Leievallei en de historische steden Poperinge en Ieper … Een moment om te koesteren !



Een bepaald avontuurlijke doorsteek langs de bosrand , waarbij alle boswegels schijnbaar de spectaculaire hellingen bijeengeraapt hadden , bracht ons tenslotte aan de voet van l’abbaye de St Marie du Mont des Cats. Op de hoek juist naast de abdij in het ‘ Auberge du Mont des Cats , poften we ons dan ook neer voor het proeven van een typisch streekaperitiefje , met name de regelrechte echte Franse Picon au vin blanc. Een mens zou er zowaar het uur uit het oog verliezen , maar ten langen leste zetten we ons toch terug op gang.

Langs de muren van de imposante trappistenabdij schoven we nu verder op de flanken van le Mont des Cats , kochten nog een broodje voor onderweg en konden zo de terugweg aanvatten via een gezellige afdaling door het bosdomein van de paters trappisten. De weg die voor een hernieuwde kennismaking met Abele moest zorgen , was nu ook weer pittig gelardeerd met uitmuntende natuurpaden en vooral effenaf schitterende zichten op de Cassel- & Catsberg, die we er zo konden uithalen met zijn imposante antennemast. En ook toen we terug een stukje oude spoorwegbedding onder de voet werden geschoven , kreeg de verveling nooit de kans om toe te slaan.

Daar wachtte alweer de rust in het vredige dorpje Abele . Enkele leuke tussendoortjes van kerkwegeltjes zou de aanzet vormen van het laatste gedeelte , waarbij we de aanstekelijke lentezon iets later mochten ruilen voor de beslotenheid van een tweede stukje Helleketelbos. Waarna tenslotte een brede bosdreef ons uitspuwde aan de bosrand en in de open vlakte van het Hoppeland. Kort na onze laatste rust , werden we nog zowaar dwars door een stukje hoppeveld gestuurd, alwaar de prille hoppescheuten (een ware delicatesse trouwens) hun koppeke aan het firnament lieten schijnen.

Enkele fragmentjes van uitgestippelde wandelpaden langs de Vleterbeek en de doorsteek van het Quintens pad stuurden ons nog wat kriskras rond in Poperinge . Daar werden we weer binnengehaald via de Grote Markt , een niet te missen baken dat het nakende einde van deze schitterende tocht aankondigde.

20:48 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-04-06

IN HET ZOG VAN TOMMEKE BOONEN ...

1° Ronde van Vlaanderenkoerstocht

De Kwaremontstappers

1 april 2006

 


 

Met veel belangstelling hadden we uitgekeken naar de Eerste Ronde van Vlaanderenkoers tocht , die een veelbelovende 3-sterrentocht vanuit het hartje der Vlaamse Ardennen moest worden. Het pittoreske dorpje Kwaremont , met zijn noestige kasseitjes en de pittige heuveltjes en karrensporen er rond , waren wel spek naar onze bek : temeer de Vlaamse Ardennen nu éénmaal onze geliefkoosde wandelregio vormt.

Daarnaast zou een aangepast dagje animatie voor kids met clowns , springkastelen en pony’s , ook naar de jeugd toe moeten bijdragen om op een aangename en speelse wijze kennis te laten maken met de wandelsport. En terwijl de pagadders aan het spelen waren , zouden menig deelnemer of ouders aan de hand van een frisse pint in de luxueuze tent kunnen genieten van een aardig stukje zigeunermuziek.

Een veel belovend initiatief alvast , waar in de wandelsport ruim de optie : “ stilstaan is achteruitgaan “ werd aangepakt en die we verkozen buiten de gewaardeerde uitnodiging op een dagje “ Aktivia-vergadering “ in Aalter..


Bij onze aankomst bleek het dorpje Kwaremont alvast reeds duidelijk in de ban te leven van de echte Ronde van Vlaanderen , die morgen alhier de bovenhand zou krijgen. Duizenden wielertoeristen ondergingen vandaag immers reeds hun stootje adrenaline door deel te nemen aan hun Ronde van Vlaanderen . Van wandelaars echter was in de wellicht luxueuste startplaats die ik ooit aandeed (een prachtige ruime partytent naast de Pupiter), weinig te zien. We werden dan ook ontvangen door twee charmante gastfiguranten-wandelaars in kostuum, die dan maar aan de schaarse deelnemers een inschrijvingskaart verkochten .

Waarna we ons opgang trokken voor een verhoopt stukje avontuur in de Vlaamse Ardennen. Het verhoopt pittig zwerftochtje kreeg echter meteen een zware domper toen donkere massawolken zich aan de horizon omtoverden en iets later “ opendeurdagen “ hielden met een ware stortvloed van regen als gevolg. We waren net begonnen aan de eerste krachtmeting met de klim van het Slibbergat , iets later gevolgd door de glibberige kinderkopjes van de Rampe. De immense zichten van de Vlaamse Ardennen , werden verdoezeld door een mistig geheel van nattigheid . Terwijl op het plateau dat ons in de richting van de Hotond stuurde , de wind en de regen in speelde op ons gemoed en vooral op ons regenscherm dat in alle richtingen van de wijzers werd gestuwd. Ter hoogte van de Scherpenberg , hadden we al lang alle hoop verloren , het water stroomde zo regelrecht de getuigenheuvel af ,recht ons wandelschoenen in. Gelukkig prijkte daar reeds het kerkje van De Klijpe , alwaar we als verzopen “ Konijntjes “ ons konden gaan uitschudden.

Het was echter nutteloos geweest , de regensluizen bleven maar lopen zodat we wijselijk besloten onze wandelweg maar wat in te korten. De Zomerij , de Folderstraat hadden allen al meerdere keren kennis gemaakt met onze wandelschoenen en wij met hun. Maar vandaag hadden wij er echt geen plezier aan of toch. Want daar, warempel in de toepasselijke “ Ronde van Vlaanderenstraat “ en na een extra pitstop in ons ondertussen omgedoopt stamcafé , liet de zon zich van haar beste kant zien.

We konden maar half lachen met deze late aprilgrap of aprilgril , temeer we bij het beklimmen van de robuuste Kwaremont , duidelijk beseften welk schoon landschap vandaag aan ons voorbij was gegaan , dank zei de weergoden.

Het lovenswaardig initiatief van de Kwaremontstappers om er een echte Vlaamse wandelkermis van te maken , was dan ook bijna volledig in het water gevallen . De zigeuners probeerden ons nog wat op te beuren , pipo de clown zat er troosteloos bij , de pony’s waren wijselijk in hun stal gebleven bij gebrek aan …

Eén les hadden we er wel van onthouden … de manier van en waarop die Ronde van Vlaanderenkoerstocht werd aangepakt ,wil ik best mee scheep gaan en zal binnen ettelijke jaren wellicht één van de juiste zijn … willen we echt NIET blijven STILSTAAN OF ACHTERUITGAAN zoals velen het proclameren.

20:38 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

LES POILS DE LA VACHE ME MONTE AU NEZ ...

23° Marche de Poilvache

Les Batteurs de Cuir Dinant

25 maart 2006

 

Tuk op wat Waals wandelavontuur ,viel ons oog op ‘ La Marche de Poilvache ‘ . Het was dan ook meer dan tien jaar geleden , dat deze wandelklassieker nog op mijn wandelprogramma stond.

We trokken dan ook op de laatste zaterdag van maart , richting Evrehailles , een onooglijk klein gat in de romantische vallei van de Bocq en aanleunend tegen de toeristische Condrozvallei en het beter bekende Dinant. Het liep dan ook al tegen de klok van zeven , vooraleer we ons in het kramikkig inschrijfzaaltje ‘ Salle La Victorieuse ‘ aanmelden voor onze inschrijvingskaart en resoluut gingen voor de onovertrefbare marathon die ons meesleepte langs een zwerftocht van dalen , bossen , rivierbeddingen , nijdige beklimmingen en sublieme vergezichten.


 

Buiten het grijzige wolkendek , stond niks nog een heerlijke wandeldag in de weg . En nadat we ons van het leuk ogende dorpsbeeld beheerst door een imposant 19de eeuws kasteel en de schattige Boulevard d’Evrehailles met zijn kaatsplein hadden ontdaan , vermaakten we ons voor een wijde trek door het schitterende , pril groen vergarende landschap. We daalden gestaag af in de richting van het gehucht Bauche , dat ons binnenhaalde met een stevig typisch bouwsel van blauwe arduinsteen en iets verder het bedehuisje ter ere van Saint Roch. Een heel stuk zouden we nu langs de boorden van de kolvende Bocq flaneren , waarbij een weergaloos vettig natuurpad ons nu eens dichtbij , dan weer verderaf een blik gunde op de vrolijke meanders die het riviertje maakte tussen de glooiingen.

Even verder beleefden we de eerste verrassing van de dag , een geïmproviseerd pad moest ons de berm ophelpen om de oude spoorwegzate Ciney – Yvoir op te zoeken. Enkele kilometers volgen we de dwarsliggers van het spoor. Ze liggen dan ook vol met vers gekapte houtbundels , wat erop wijst dat de lijn binnenkort terug wordt opengesteld voor een toeristisch treintje. Vanop een viaduct , gunnen we ons een bijzondere kijk op dit pittig natuurdecor , waarbij zich de Bocq doorheen slingert.

Ter hoogte van het oud stationnetje van Purnode , worden we dan uiteindelijk toch het bos ingestuurd. Aanvankelijk tussen dicht opeengepakte hoge sparren die het daglicht wat ontnemen , maar daarna door een prachtig gemengd bos waarin de vogels hun lentekriebels ten beste weggeven. Ons wandeltempo , krijgt hierna een grote deuk , door een bijzondere smeuïge stukje van het Harnoibos , moeten we ons nu zien omhoog te klauteren. Als eerste echt opwarmertje kon het wel tellen , toen we even verder op zoek gingen naar onze tweede adem op een comfortabele holle wegel. In de onwezenlijke stilte van een schitterend panorama stijgen we nu af in de richting van Dorinne , dat ons in de Rue d’en Haut (what’s in the name) binnenhaalde met een stevig bouwsel , geschraagd door een merkwaardige hoektoren. Het bleek het maison communale te zijn , alwaar omgeven door talrijke statige boerderijen , de odeur op het dorpspleintje zo in ons werd opgenomen. Dat was het overweldigend odeurtje van de boerenbuiten, waarna een kerkwegel bezijden het Saint-Fiacrekerkje ons feilloos loodste naar een eerste rust.

Na dit bijzonder vrolijk oponthoud , klommen we nu verder uit de vallei , gevolgd door een snelle afdaling en een gezellig stukje verhard langs de bosrand. Uiteindelijk ter hoogte van het station en de dorpsgrens van Durnal zoeken we terug de buik van het bos op , alwaar we nog maar eens de Bocqrivier langs onze weg treffen en wat later de tweede rust in ‘ le Centre de Loisirs du Bocq ‘.

Met een lekkere cervelas op onze maag , worden we hierna meteen opnieuw opgeslorpt voor een schitterende lus doorheen het ‘ domaine du Herbois ‘. Wandelend alover de boswegels , bijwijlen ploeterend door de bruine pasta , knabbelen we gezwind , dan weer moeizaam verder aan onze kilometers. Naast ons klatert een bosbeek met ons de dieperik in op zoek naar de oevers van de Bocq, wat later volgt een zoveelste stevige klim om uit het bos te geraken. En hoe hoger we klimmen , hoe overweldigender ons zicht op de glooiende weiden en rijkelijk beboste heuvelruggen wordt.

We flirten eventjes met de dorpsrand van Durnal , laten de Bocq onder ons doorstromen en volgen daarna een weergaloos natuurpad dat ons in ware haarspeldbochttoestanden gezapig meesleept voor een gevarieerde klimpartij over glibberige stenen en rotsblokken. Flink nahijgend, en mits wat kunst- en vliegwerk kunnen we nu beginnen aan de vervaarlijke afdaling langs een oudbollig eenmanspad , met juist naast ons de ravijn of de dieperik in. Veel keuze is er niet dan gewoon maar op uw tellen te passen. Tussen het hoog struikgewas door , horen we het water kletteren , doch met de ondertussen hevige regenbui blijft oppassen geblazen onze voeten min of meer op de begaanbare grond te houden. Uiteindelijk bereiken we heelhuids terug ‘ le centre de loisirs ‘. We hadden er op dit ogenblik 22 onvergetelijke , maar veeleisende kilometers opzitten.

In de schaduw van een eenzame rotsmassa , waar ongetwijfeld in de zomer aan alpinisme wordt gedaan , verplichtten we ons terug op te staan en de wandelweg verder te zetten. Uitrusten is echter niet aan de orde , want onze verdere trek door het bos neemt de belofte in zich met een glibberige klim langs losse steen en rotsblokken. Een heel stuk verder konden we dan toch eventjes uitblazen op het plateau van ‘ Les Comognes ‘ en de modderklompen van onze schoenen stampen op het streepje asfalt dat ons voor een tweede maal brengt naar Dorinne. In hetzelfde zaaltje als ’s morgens konden we nog eens blijven doorzakken met een gratis fris bekertje water.

Terwijl we allengs verder het landschap opschoven , brak warempel de zon ook helemaal door. We maakten ons op voor een verkenning van het Kasteel de La Motte , die zich aan de horizon weerspiegelde . Even zwermden we nog uit over rustige wegjes van het dorpje Dorinne met fraaie zichten. Maar al vlug nam een wel heel lang vettig karrenspoor het over om ons in een wijde boog doorheen de verzopen akkers van ‘ Les Fagnes ‘ te loodsen. Moeizaam zwoegend worstelden we ons uit de gladheid en zuigkracht van de plakkerige klei , hopend op een goede afloop … Uiteindelijk , bemerken we in de verte het donkere , grimmige silhouet van de kerk van Awagne, met juist ernaast de prachtige blauw stenen Ferme d’Awagne.

Ons promillengehalte stond nog op nul , zodat we droog en wel de voorlaatste controle in het plaatselijke schooltje van Awagne bereiken en ons toch maar wagen aan het plaatselijke Saint Benoit. Het zou ons later zuur opbreken , temeer gezellige op en neergaande paadjes zorgen voor een pittige natuurdoorsteek van het ‘ Domaine de Houx ‘. Hier en daar tussen het groen ontwaren we de koninklijke Maas tot we uiteindelijk langs de bosrand door het dorpje Houx zelf aandoen. En daar tussen een steegje door , wacht ons nu een moordende klim , La Poilvache. Eerst allengs voorzichtig en gelijkmatig opschuiven , daarna steeds steiler en hoger , hoger , hoger … Uitrusten komt er amper aan te pas , en de wandelaar die toch probeert een pauze in te lassen beklaagt het zichzelf als hij glijdend zich probeert terug op gang te trekken zonder enig houvast…. Twintig , misschien dertig minuten later bereiken we dan toch afgepeigerd de top of toch bijna want daar wacht nog de honderd meters verder naar de beruchte Middeleeuwse ruïne van Poilvache. Hiervoor zijn we gekomen en maakt het afzien plaats voor een onvergetelijke panorama op de Maasvallei dat diep beneden ons zich tentoonstelt.


                    

Na een laatste openluchtcontrole op de site van de ruïnes werkte we de resterende twee kilometers af met een bosdoorsteek en een vrije val richting Evrehailles. Alwaar we ons bij de andere wandelaars vervoegen die deze schitterende wandeling al overvloedig aan het doorspoelen zijn met het plaatselijke streekbiertje ‘ La Gauloise ‘ en een stevig bord américain frites.

20:31 Gepost door stefba | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |