02-08-06

RUST IN VREDE BIJ DE PATERS VAN WEST-VLETERN

Witsoonestapperstocht

Witsoonestappers Krombeke

21 juli 2006

 

Het piepkleine Krombeke , ergens verscholen in het Poperingse hoppeland , leeft volledig in ban van ridder Cornelius Witsoone , zo ook de plaatselijke wandelclub wist er haar naam aan te verbinden met ‘ de Witsoonestappers ‘.

Het is dan ook een lange tijd geleden , dat op een zwoele zomerse dag , in de bossen van Krombeke , Ridder Witsoone verdwaalde en hij alle hoop bleek te hebben opgegeven. Ware het niet dat hij na 72 uur rondzwerven en de uitputting nabij , plotseling de Angelusklokken hoorde luidden. Hij ging op het geluid af en kwam uiteindelijk in Krombeke terecht. Uit dankbaarheid schonk hij de arme bevolking van het dorpje 72 ellen grond en gaf hij de opdracht aan de bevolking elke avond de klokken van Krombeke 72 keren te slaan , gelijk aan het aantal uren dat hij verdwaald was in het bos.

Vandaag net op de zwoele zomerse 21ste juli , hielden de Witsoonestappers hun gelijknamige wisselbekertocht. Meteen een reden te over om in het zog van Ridder Witsoone , te genieten van een stukje Hoppeland en vooral van de bossen rond Sint Sixtus met zijn wereldvermaarde abdij en heerlijk trappistenbier.

Het beloofde alvast een verschroeiende wandeldag te worden en wijselijk waren reeds meer dan 600 deelnemers ons voor , toen ook wij rond de klok van negen , in de schaduw van het Sint Blasiuskerkje en de pastorie met het imposante Ridder Witsoonebeeldje , ons op gang trokken voor onze 30 kilometers lange wandelescapade.

Meteen mochten we met volle teugen genieten , toen een kanjer van een ouderwetse kasseiwegel , ons in de groene romantiek van de weidse valleien met zijn prachtige hommelhoven en de onvergetelijke landschappen van het heuvelland op de achtergrond dropte. Langs slingerende wegels ; schaduwrijke groene doorsteekjes en wiegende landerijen van de Hapjeshoek , konden we de frisse lucht van een nog ongerepte stukje Westhoek ademen op zoek naar onze eerste rust na een kleine vijftal kilometers.

Het Canadabos zou ons hierna opnemen in een lommerrijke trek van heerlijke deinende eik- & haagbeukdreven. Tussen de donkere contouren van de hoogstammige bomen , weerspiegelen zich als nevelslierten de zonnestralen gretig. Ter hoogte van een bosrand wringen we ons tussen een oerwoud van manshoge koningsvarens , terwijl zeldzame zandoogjes en koolwitjes speels fladderen van de éné paarse kattenstaart naar de andere.

Het bos spuwt ons tenslotte uit ter hoogte van de gelijknamige staminee , alwaar we iets verder via de Chinese poort een eerste maal kort mogen kennismaken met het privé-domein van “ De Lovie “. We bevinden ons in het gehucht ’t Vogelken. Verscholen tussen het koren valt ons oog er meteen op het pittoreske kloostertje van dit Poperings erfgoed. Het werd gesticht in 1837 , toen de toenmalige deken van Poperinge er naast het klooster , tevens een schooltje en kapel liet bouwen.


Iets verder wacht ons in de annexen van een plantenkwekerij een tweede rust. Hoogtijd om bij deze extreme wandeltemperaturen ons vochtgehalte wat bij te schaven , alvorens ons hierna op te maken voor een tweede trek door het domein van de Lovie. Een prachtige beukendreef loodst ons het domein binnen. Het domein was eertijds tussen 1930 en 1960 een sanatorium voor TBC – patiënten , terwijl het thans een tehuis is voor mentaal gehandicapten. De fraaie rondtrek brengt ons voorbij het mooie classicistische kasteel dat zich heerlijk weerspiegelt in verscheidene vijvers en alwaar enkele prachtexemplaren van zeldzame boomsoorten onze aandacht trekken. Daar alwaar we het domein betraden , mogen we het ook verlaten en hierna wacht ons een doortrek rond het heilige land van de abdij van Sint Sixtus. Een karrenspoor gunt ons een enig zicht op de ‘ grafelijke ‘ skyline van de Poperingse Hoppestad. Geprangd tussen de prikkeldraad voert een veldwegel ons nu in de richting van een stukje Bardelenbos en daar tussen de rust , het gezang van de vogels en de geuren van kamperfolie duid opeens een drietalige wegwijzer ons de richting uit van de Abdij – Abbey & Abbaye de Sint Sixtus.



Het is hier dat voor een paar flesjes van dit heerlijk trappistenbiertje van West-Vleteren , mensen van overal te landen soms uren in de file staan op de landelijke weg naar Sint Sixtus. Wij nemen de onzekerheid voor de zekerheid en begeven ons naar het nabijgelegen claustrum ‘ In de Vrede ‘ . Want hier wordt :

“ Iedere jongeling eerst man , als hij een goed biertje drinken kan.
Proef dan een trappist van West-Vleteren ,

want nergens vind men een beteren.
Alleen hier vindt men dit fijn bier ,

en is het drinken ervan een waar plezier.
Zijn internationale faam , Vlaamse bourgogne is zijn naam.
Trotseert het alle grote bieren , dus mogen we het zekers vieren.
Leve het Trappistenbier , dat men drinken kan HIER ! “

We hoeven waarschijnlijk niemand te overtuigen dat het gesmaakt heeft , waarna we ons hierna mogen opmaken voor een stukje van de Sint-Sixtuswandelroute. Een karrenspoor neemt ons nu geruime tijd mee door het landbouwgebied dat van oudsher deel uitmaakt van de hoppestreek rond Poperinge. Voor het eerst op ons traject maken we kennis met de intense teelt van de hopperanken , waarna iets verder we een tijdlang mee mogen golven langs de rand van een tweede stukje Bardelenbos. De indrukwekkende gebouwen van de abdij blijven een gestadige leidraad gedurende deze lus , daar alwaar de monniken in hun wit-zwarte pij net pinguïns lijken en er een leven lang , zoekend naar God , een stil en bescheiden leven proberen te leiden maar bovenal ook wel een ‘ goddelijk ‘ drank brouwen.

Kort hierna valt ons oog op het ‘ Dozinghem Military Cemetery ‘ , aan de rand van het bos tekenen zich de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog uit. De talrijke zerken met de naam van Britse soldaten lopen even egaal als de wel met meer dan 20.000 bloeiende pôlyantha rozen binnen het kerkhofperk. In de regio liggen dan ook meer dan 10.000 Britse soldaten begraven , waaronder in het begin van deze eeuw het feminisme nog uiterst beperkt bleef. Want slechts één vrouw kwam er om , een Engelse verpleegster. De jeugd maakte er wel furore , waarbij de jongste gesneuvelde nauwelijks vijftien was. Een legende beweerd , dat niemand zo luid heeft geschreeuwd om zijn moeder dan deze jonge snaak. Vandaar ook dat de tuinmannen het gras er zo kort houden , opdat bij de minste huilende wind de stemspleet van deze jonge puber nog hoorbaar zou blijven voor NEVER WAR AGAIN …

Tenslotte bereiken we terug het abdijdomein van Sint-Sixtus , alwaar de dreef van de Onze Lieve Vrouw van Lourdesgrot ons naar een laatste rust brengt.

Krombeke ligt nu niet meer veraf , onder gloedhete omstandigheden begeleid een kilometerslange betonstrook ons , tot we tenslotte terug de gotische hallenkerk van dit piepkleine dorpje aan de horizon ontwaren en ons tevreden neerpoffen in het OC Bampoele.

18:03 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.