21-08-06

IN DE VOETSPOREN VAN SINT-HERMES ...

32° Mars der Vlaamse Ardennen

Vlam Ronse ~ 20/08/2006

 

Zo'n 35 jaar terug ontsproot in de schoot van de Vlaamse Ardennen een ware Marcheerdersgroep , ze zouden doorgaan als de V.L.A.M. Ronse. Meteen waren ze ook één der pioniers van de Vlaamse wandelsport , alwaar heroïsche kilometertochten destijds de bovenhand haalden. We waren wel benieuwd wat de Vlam zoveel jaren later nog te bieden zou hebben en verheugden ons reeds op een unieke zwerftocht door één van Vlaanderens mooiste hoekjes.

Hier klopt immers het hart van deze prachtige streek , als ‘ koningin der Vlaamse Ardennen ‘ moesten we het bij aanvang van onze wandelescapade vooralsnog stellen met de grijze achterbuurt van de nostalgische textielnijverheid. Maar eens de behuizing voorbij opende zich een enig spervuur van adembenemende zichten op de heuvels der Vlaamse Ardennen en de skyline van Ronse. Met de “ Ten Berg “ werden we meteen een eerste heerlijke beproeving voorgeschoteld , alwaar een deinende graswegel ons geruime tijd tussen de akkers op sleeptouw nam in de richting van het Muziekbos.

In de verte pronkte de groenrijke bult van de Muziekberg rijkelijk en het bleek reeds duidelijk dat deze vandaag een centrale plaats zou gaan innemen in ons verhaal. De naam van het bos had weliswaar niks met muziek te maken, maar zou eerder verwijzen naar het Keltische ‘ Muz ‘ dat een drassig lapje grond gelegen tussen watertjes zou betekenen. Een kramikkig pad erlangs een ruig kabbelend beekje dat moest doorgaan als wandelpad klonk echter wel als muziek in de oren en zou de ouverture gaan vormen van onze avontuurlijke trektocht door het 50ha groot beukenbos. Een miniscuul pad langs de bosrand door moest ons tenslotte een eerste maal naar de top van de Muziekberg hesen. We dachten eventjes te kunnen uitwaaien , maar de aangeboden donkere bospaden vertoonden zodanig nog de sporen van de voorbije regendagen , dat zonder enige behendigheid en concentratie men nooit heelhuids zou boven geraken. De gezapige beklimming langs de golvende bospaden bracht ons tenslotte tot aan de Boekzitting , alwaar eens een schandpaal en veel later een enorme rode beuk stond. En tussen het groene lover het pittoreske kerkje van het gehucht Louise Marie reeds kwam piepen.

Leunend tussen de linden bereikten we tenslotte het dorpspleintje , alwaar we in de schaduw van de OLV de la Salette kerk een eerste rust troffen na zes fabelachtige kilometers. De beeltenis van Louise Marie wees ons hierna terug de juiste weg en zwierde ons zo de dieperik in langs een uitloper van het Muziekbos , vlug gevolgd door een tweede knoertige beklimming in de richting van de Boekzitting.

Een splitsing wijst er ons op dat we straks hier nogmaals een derde keer mogen komen zwoegen , doch vooreerst neemt een smeuiïg boerenspoor ons mee over een opener landschap met een enig zicht op de vallei en het gehucht Louise Marie. Beeldig golvend en kronkelend tussen de landerijen , blijft de parcoursmeester de stukjes onverhard aan elkaar rijgen. Ter hoogte van een oude zandwinning voert een zoveelste veldweg van statige populieren ons nu door de vallei van de Trochbeek en in de richting van het gehucht Koekamer.

Het plaatselijke feestgedruis van een rommelmarkt dreigt letterlijk en figuurlijk in het water te vallen , wanneer nog maar eens de hemelsluizen worden geopend en wij ons tussentijds verzuipen in de blubber van een afgemaaid korenveld en een kanjer van een karrenspoor. Een holle wegel wees ons iets later de richting aan van een stukje bos Ten Houte , alwaar we als volleerde equilibristen op de glibberige boswegels proberen recht te blijven .

Op een bijzonder onderhoudende manier bereikten we alzo terug Louise Marie. Met zijn opvallend mooie kerkje dat vanop een hoogte zijdelings neerkijkt op het nestje huizen dat het aan de overkant van de weg wist te vergaren en alwaar menig pelgrim hun tandpijn komen verpatsen aan Sint Apollinia .

Hierna wacht ons andermaal de beklimming van de Muziekberg , zei het via dezelfde weg van daarnet. Boven wacht ons gelukkig een afdaling van de Kanarieberg , waarna we het weelderig groen van golvende weiden en akkers weten te torsen en nu regelrecht afstevenen in de richting van Ellezelles. Een schitterende sompige veldweg neemt ons nu bijna een halfuur mee over de glooiingen en langs groene bosdoorsteekjes. Prachtig zijn hier in elk geval de weidse gezichten op de lappendeken , die als een rustige golfslag naar de einder wegdeinden. Onze wandelschoenen zijn ondertussen allang niet meer voor aan te kijken , wanneer blijkt dat we terug effenaf staan aan de voet van de kanarieberg en ons mogen opmaken voor de apotheose van deze Mars der Vlaamse Ardennen.

Gestadig klimmend , laten we achter ons de kapel van Olv de Lorette , waarna een pittoresk brokkenpad geprangd tussen de kouters ons verder op sleeptouw neemt tussen muren van groen. En nadat we pas de kanarieberg overwonnen hadden , maakte de fortuinberg het geheel compleet met een ware plejade van nostalgische veld- en kerkwegels.

Via de Bosrede belandden we zo terug in de bewoonde wereld , alwaar we even verstrikt raken in de drukte van de moderne autobeschaving en iets verder in het plaatselijke schooltje van Sint Pieters onze laatste rust treffen.

Nog enkele kilometers scheidden ons van de aankomst, waarbij we als sluitstuk nog eventjes tussen de toeristische trekpleisters van Ronse mogen kuieren. De statige Sint Hermeskerk , de belleman , het textielmuseum en de Hoge Mote zorgden dan ook voor de finale van een flinke portie natuurlijk en sportief wandelplezier zoals we het graag hebben.

 

Klik op de foto voor een uitgebreide fotoreportage :

 

 

22:23 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

02-08-06

BELGIË BIERPARADIJS ...

Ergens verscholen tussen de golvingen van het Poperingse Hoppeland , vindt men het heilig land van de abdij van Sint Sixtus.  Meerbepaald in West-Vleteren , bij Ieper en Poperinge , dicht bij de Franse grens.

 

De abdij brouwt er één van de zeven authentieke trappistenbieren , doch hier in het kleinste trappistenbrouwerijtje , brouwt men maar " zoveel als we nodig hebben om van te leven " , aldus vader abt. 

 

Het betekent dan ook dat de ketels slechts eenmaal per week worden aangestoken , het bier wordt uitsluitend verkocht aan een loket en in het vlakbij gelegen claustrium ' In de Vrede '. En sinds het bier is uitgeroepen tot beste ter wereld , is het dan ook een raar unicum geworden , waarbij mensen van overal te lande er soms uren voor overhebben enkele flesjes van dit afrodisiacum te kunnen kopen.   Tegenwoordig doet men er zelfs best over op voorhand te bellen , want anders riskeert men van een kale reis terug te komen.

 

Wij van onze kant konden niet zolang wachten om van dit heerlijk trappistenbiertje te proeven en begaven ons dan maar ' In de Vrede '  (www.indevrede.be)

 

In de uitgebreide ruime en moderne gelagzaal , kan men naast het degusteren van de heerlijke trappisten van West-Vleteren , tevens een hele resem verse snacks bekomen. Gaande van boterhammen met paterskaas , abdijpaté en ham , gegarneerde croque monsieur met groentjes. Ook een ruime keuze aan ijsdessert zijn voorradig , waarbij de coupe maison met echt trappistenbier best te versmaden is. 

Qua bierkaart is uiteraard enkel de trappist van West-Vleteren voorradig

 

De trappisten van St Sixtus brouwen er dan ook vier , waarbij telkens de mouttoets uitstekend is afgerond.

Het tafelbier van 4° , enkel voor persoonlijk gebruik van de trappisten zelf is goudkleurig , licht en droog , met een late bittere hoptoets.  (3.6 % in gewicht , 4.5 % in volume)

 

 

Het 6° biertje of Westvleteren blond, met groene kroonkurk , is het bewijs dat Trappistenbier niet noodzakelijk straffe bieren moeten zijn. Met zijn alcoholpercentage van 5.8 % , heeft het een gouden kleur , een krachtige smaak en een redelijke bitterheid. Het bier wordt dan ook best fris gedronken en kan niet jarenlang bewaard blijven.

 

De Westvleteren 8 , met blauwe kroonkurk  (6.4 % in gewicht en 8 % in volume) is bourgogne roodbruin van kleur.  Het heeft een romig aroma , een grote stevige schuimkraag met een iets zoetere en fruitigere smaak

 

En dan blijft er nog de Westvleteren 12 , uitgeroepen door de website Rateit.com  als beste bier ter wereld. Men kan het bier herkennen door de gele kroonkurk.  Is roodbruin , heeft een romig aroma en heeft een uiterst rijk , karamelachtig ,  moutig smaakpalet. Het is 8.8 % in gewicht en 11% of zelfs meer in volume. 

 

Wij hebben het ons in ieder geval laten smaken !

 

 

 

19:45 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

RUST IN VREDE BIJ DE PATERS VAN WEST-VLETERN

Witsoonestapperstocht

Witsoonestappers Krombeke

21 juli 2006

 

Het piepkleine Krombeke , ergens verscholen in het Poperingse hoppeland , leeft volledig in ban van ridder Cornelius Witsoone , zo ook de plaatselijke wandelclub wist er haar naam aan te verbinden met ‘ de Witsoonestappers ‘.

Het is dan ook een lange tijd geleden , dat op een zwoele zomerse dag , in de bossen van Krombeke , Ridder Witsoone verdwaalde en hij alle hoop bleek te hebben opgegeven. Ware het niet dat hij na 72 uur rondzwerven en de uitputting nabij , plotseling de Angelusklokken hoorde luidden. Hij ging op het geluid af en kwam uiteindelijk in Krombeke terecht. Uit dankbaarheid schonk hij de arme bevolking van het dorpje 72 ellen grond en gaf hij de opdracht aan de bevolking elke avond de klokken van Krombeke 72 keren te slaan , gelijk aan het aantal uren dat hij verdwaald was in het bos.

Vandaag net op de zwoele zomerse 21ste juli , hielden de Witsoonestappers hun gelijknamige wisselbekertocht. Meteen een reden te over om in het zog van Ridder Witsoone , te genieten van een stukje Hoppeland en vooral van de bossen rond Sint Sixtus met zijn wereldvermaarde abdij en heerlijk trappistenbier.

Het beloofde alvast een verschroeiende wandeldag te worden en wijselijk waren reeds meer dan 600 deelnemers ons voor , toen ook wij rond de klok van negen , in de schaduw van het Sint Blasiuskerkje en de pastorie met het imposante Ridder Witsoonebeeldje , ons op gang trokken voor onze 30 kilometers lange wandelescapade.

Meteen mochten we met volle teugen genieten , toen een kanjer van een ouderwetse kasseiwegel , ons in de groene romantiek van de weidse valleien met zijn prachtige hommelhoven en de onvergetelijke landschappen van het heuvelland op de achtergrond dropte. Langs slingerende wegels ; schaduwrijke groene doorsteekjes en wiegende landerijen van de Hapjeshoek , konden we de frisse lucht van een nog ongerepte stukje Westhoek ademen op zoek naar onze eerste rust na een kleine vijftal kilometers.

Het Canadabos zou ons hierna opnemen in een lommerrijke trek van heerlijke deinende eik- & haagbeukdreven. Tussen de donkere contouren van de hoogstammige bomen , weerspiegelen zich als nevelslierten de zonnestralen gretig. Ter hoogte van een bosrand wringen we ons tussen een oerwoud van manshoge koningsvarens , terwijl zeldzame zandoogjes en koolwitjes speels fladderen van de éné paarse kattenstaart naar de andere.

Het bos spuwt ons tenslotte uit ter hoogte van de gelijknamige staminee , alwaar we iets verder via de Chinese poort een eerste maal kort mogen kennismaken met het privé-domein van “ De Lovie “. We bevinden ons in het gehucht ’t Vogelken. Verscholen tussen het koren valt ons oog er meteen op het pittoreske kloostertje van dit Poperings erfgoed. Het werd gesticht in 1837 , toen de toenmalige deken van Poperinge er naast het klooster , tevens een schooltje en kapel liet bouwen.


Iets verder wacht ons in de annexen van een plantenkwekerij een tweede rust. Hoogtijd om bij deze extreme wandeltemperaturen ons vochtgehalte wat bij te schaven , alvorens ons hierna op te maken voor een tweede trek door het domein van de Lovie. Een prachtige beukendreef loodst ons het domein binnen. Het domein was eertijds tussen 1930 en 1960 een sanatorium voor TBC – patiënten , terwijl het thans een tehuis is voor mentaal gehandicapten. De fraaie rondtrek brengt ons voorbij het mooie classicistische kasteel dat zich heerlijk weerspiegelt in verscheidene vijvers en alwaar enkele prachtexemplaren van zeldzame boomsoorten onze aandacht trekken. Daar alwaar we het domein betraden , mogen we het ook verlaten en hierna wacht ons een doortrek rond het heilige land van de abdij van Sint Sixtus. Een karrenspoor gunt ons een enig zicht op de ‘ grafelijke ‘ skyline van de Poperingse Hoppestad. Geprangd tussen de prikkeldraad voert een veldwegel ons nu in de richting van een stukje Bardelenbos en daar tussen de rust , het gezang van de vogels en de geuren van kamperfolie duid opeens een drietalige wegwijzer ons de richting uit van de Abdij – Abbey & Abbaye de Sint Sixtus.



Het is hier dat voor een paar flesjes van dit heerlijk trappistenbiertje van West-Vleteren , mensen van overal te landen soms uren in de file staan op de landelijke weg naar Sint Sixtus. Wij nemen de onzekerheid voor de zekerheid en begeven ons naar het nabijgelegen claustrum ‘ In de Vrede ‘ . Want hier wordt :

“ Iedere jongeling eerst man , als hij een goed biertje drinken kan.
Proef dan een trappist van West-Vleteren ,

want nergens vind men een beteren.
Alleen hier vindt men dit fijn bier ,

en is het drinken ervan een waar plezier.
Zijn internationale faam , Vlaamse bourgogne is zijn naam.
Trotseert het alle grote bieren , dus mogen we het zekers vieren.
Leve het Trappistenbier , dat men drinken kan HIER ! “

We hoeven waarschijnlijk niemand te overtuigen dat het gesmaakt heeft , waarna we ons hierna mogen opmaken voor een stukje van de Sint-Sixtuswandelroute. Een karrenspoor neemt ons nu geruime tijd mee door het landbouwgebied dat van oudsher deel uitmaakt van de hoppestreek rond Poperinge. Voor het eerst op ons traject maken we kennis met de intense teelt van de hopperanken , waarna iets verder we een tijdlang mee mogen golven langs de rand van een tweede stukje Bardelenbos. De indrukwekkende gebouwen van de abdij blijven een gestadige leidraad gedurende deze lus , daar alwaar de monniken in hun wit-zwarte pij net pinguïns lijken en er een leven lang , zoekend naar God , een stil en bescheiden leven proberen te leiden maar bovenal ook wel een ‘ goddelijk ‘ drank brouwen.

Kort hierna valt ons oog op het ‘ Dozinghem Military Cemetery ‘ , aan de rand van het bos tekenen zich de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog uit. De talrijke zerken met de naam van Britse soldaten lopen even egaal als de wel met meer dan 20.000 bloeiende pôlyantha rozen binnen het kerkhofperk. In de regio liggen dan ook meer dan 10.000 Britse soldaten begraven , waaronder in het begin van deze eeuw het feminisme nog uiterst beperkt bleef. Want slechts één vrouw kwam er om , een Engelse verpleegster. De jeugd maakte er wel furore , waarbij de jongste gesneuvelde nauwelijks vijftien was. Een legende beweerd , dat niemand zo luid heeft geschreeuwd om zijn moeder dan deze jonge snaak. Vandaar ook dat de tuinmannen het gras er zo kort houden , opdat bij de minste huilende wind de stemspleet van deze jonge puber nog hoorbaar zou blijven voor NEVER WAR AGAIN …

Tenslotte bereiken we terug het abdijdomein van Sint-Sixtus , alwaar de dreef van de Onze Lieve Vrouw van Lourdesgrot ons naar een laatste rust brengt.

Krombeke ligt nu niet meer veraf , onder gloedhete omstandigheden begeleid een kilometerslange betonstrook ons , tot we tenslotte terug de gotische hallenkerk van dit piepkleine dorpje aan de horizon ontwaren en ons tevreden neerpoffen in het OC Bampoele.

18:03 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |