07-02-07

CASSEL , TOIT DES FLANDRES ...

Cassel, hoogste heuvel van Frans-Vlaanderen

Vlaemsh Huizeke odewaersvelde

4 februari 2007

 

Terdeghem , een onooglijk klein pittoresk dorpje van amper 500 inwoners dat aanleunt tegen de Casselberg en een streek dat bijzonder mooi oogt door het fraai heuvellend en bijna ongerept landschap zou vandaag onze uitvalsbasis vormen voor een verfijnde wandelescapade door het hartje van Frans-Vlaanderen.

In de schaduw van het Sint-Maartenskerkje blies ‘ het Vlaemsch Huizeke Godewaersvelde ‘ verzamelen voor hun ‘ Marche autour du Mont Cassel ‘. En wie de organisaties van het Vlaemsch Huizeke een beetje op de voet volgt weet dat de belangrijkste ingrediënten van hun wandeltochten steeds gekruid zijn met een schier van eindeloze veldwegen en karrensporen die zich gestaag over de heuvels hezen en de wandelaars op een verrukkelijke wijze langs en door de velden leidt naar bescheiden dorpjes , alwaar het hart en de taal nog steeds sterk aanleunt aan Vlaanderen.

Alleen wou het weer vandaag niet echt mee , zodat dikke nevelslierten vooralsnog het landschap verborgen hield. Nochtans veel voeten had het niet in de aarde toen we bezijden het dorpje onmiddellijk in een feestelijk boeket van smeuïge veldwegen belandden die zich dwars door de golvende akkers boorden en ons onderdompelden in de volmaakte rust van dit heerlijk stukje Frans-Vlaanderen.

We doorkruisten immers een prachtig landschap , hier en daar sporadisch gespeend van enige bebouwing en waardoor ogenschijnlijk alleen maar veldwegen liepen die elkaar midden de golvende akkers kruisten. Meer dan een uur lang konden we ons vermeien aan beeldige boerenslagen met Vlemsche namen , die soms op een schitterend wijze opklommen naar een heuveltop. Doch waarachter de waarschijnlijk majestueuze panaroma’s zich alsnog verscholen hielden.

IMG_8459

 


Een schitterende holle natuurwegel , luidend naar de naam kerckhofstraete en waarbij de ouderwetse kinderkopjes nog maar amper zichtbaar waren onder een dikke laag aarde , moest ons heelwat hogerop brengen naar het historische dorpje Cassel en zijn gelijknamige ‘ Mont ‘.

Het was dan ook via de voormalige barokke Jezuïtenkerk dat we onze opwachting maakten van deze “ Castellum Menaporium “. Kassel was ooit in de Romeinse tijd een versterkte burcht en vormde het vertrekpunt van zeven heerwegen naar onder meer Arras , Wervik , Doornik en Boulogne sur Mer. In de Middeleeuwen was het de hoofdplaats van een kasselrij van het graafschap Vlaanderen en werd het dan ook meerdere keren geplunderd en verwoest. Een resem oudbollige Romeinse heerwegstenen stuurden ons nu resoluut naar het dak van de Westhoek , de top van de Mont de Cassel. Alleen gunde de mist ons geen enkele kans om neer te kijken over dit enig schouwspel die Cassel vormt. Gelukkig konden we op de ‘ vue panoramique ‘ nog een wazig beeld meepikken van ‘ Castel Meulen ‘ en een imposant beeld van Maréchal Foch , alvorens de afdaling aan te vatten langs een glibberig brokkenpad.

Het zou ons afzetten op het schattige marktpleintje van Cassel alwaar de geuren van die overheerlijke warme beenhesp ons reeds tegemoet kwamen. Hoogtijd om ons grommende maag te vullen en op tijd door te spoelen met een St Bernardusbiertje.

Het was de machtige ‘ Porte d’aire ‘die ons terug op gang bracht langs nauwe doorgangen en stekelige brokkelpaden van ‘ les remparts ‘, overblijfselen van de oude Middeleeuwse verdedigingsmuren.

En ook hierna bleef de tocht gewoon op zijn elan verder gaan , waarbij we bleven balanceren tussen de Mont de Cassel en de Recollettenberg. Ondertussen probeerde het zonnetje zich te priemen door het mistige sluimerdek , zodat achter ons de Casselberg zich majestueus boven het landschap verhief. Een leuke wegel geprangd tussen prikkeldraad deed ons flirten met de flanken van de Woumenberg terwijl we ons blik gericht hielden op de glibberige ondergrond en een dikke streep groen in de verte.

We zouden nu een tijdlang zoet gehouden worden met verrukkelijke karrensporen , schitterende smeuïge paden en oubollige kasseiwegen die ons zo weer in de richting van Terdeghem stuurden. Na een dag onvervalst wandelgenot van de pure klasse !

21:26 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

LE DOUDOU ET ST-GEORGES

17° Marche de Saint Georges

Police de Mons

3 februari 2007

 

Precies 57 dagen na Pasen staat Bergen telkenjaar in het teken van ‘ la Ducasse de Mons ‘ , een 7 eeuwen oude processie met een veeleer historisch dan religieus karakter. Waarbij rond het middaguur de beroemde beklimming van de ‘ Car d’or ‘ plaats vind . De weelderige “ Car d’or “ draagt dan ook het schrijn van de Heilige Sainte-Waudru. Waarna op de grote markt van Bergen iets later op de tonen van de ‘ Doudou ‘ (een populair lied , dat het ritme van de festiviteiten aangeeft) het gevecht van St-George met de draak plaats vind. Het gevecht ‘ Lumeçon ‘ genaamd , symboliseert de overwinning van het goede op het kwade.

Een gevecht met St-George zouden we vandaag niet aangaan, wel deelnemen aan de 17de Marche de St-George van ‘ La Police de Mons ‘, die alzo met hun 50km klassieker , een ode brengen aan hun historische held. In de koelte van een nevelige ochtend verheugden we ons reeds aan een zoveelste Waals wandelavontuur en toen we vanuit het schamele inschrijvingszaaltje meteen het aanlokkelijke Bois de Havré werden ingestuurd , kregen we een veelbelovende opener aangeboden.

De heerlijke natuurdoorsteek was echter van korte duur , toen sombere woonwijken van le Borinage het overnamen op zoek naar een eerste rust. Rauwgrijze straatbeelden passeerden nu resoluut de revue sporadisch opgevuld met een groenrijk doorloopje van het kasteel van Mons-Borinage. De brug over het ‘ Canal du Centre ‘ bracht geen verdere soelaas , integendeel drukke steenwegen zochten hun weg op in de richting van Obourg met zijn Sint-Maartenskerkje. Alwaar het rioleringswater het dorpje middendoor snijd en ons enige tijd als metgezel vergezelde tot een tweede rust. Weinig kleurrijke beelden hadden we tot hiertoe in ons opgenomen van deze wandeling en toen een loodrechte drukke baan omhuld in een sluimerige nevel ons twee kilometer verder bracht naar het dorpje Saint Denis voor een derde rust na amper vijftien kilometer, was de kous helemaal van de dam.

Gelukkig konden enkele dappere Krijgertjes uit Oudenaarde ons alsnog overhalen de volgende lus te stappen. Het schattige dorpje van Saint-Denis gaf voorlopig door de hardnekkige mist maar weinig van haar schoonheid prijs, maar het zou de intro vormen van een majestueuze lus , alwaar de natuur nooit veraf zou zijn ... We werden losgelaten in een overblijfsel van het oeroude bos van Brocqueroie en ritselden ons een weg tussen een opeenvolging van statige dreven en miniscule bospaadjes waarbij het ontluikend groen en de eerste voorjaarsbloeiers schitterden onder de nevelslierten . Iets verder ontwaarden we het statige kasteeldomein van la Roquette met een aftandse oude watermolen , waarna de op- en neergaande wandelpaden langs de kronkelende gelijknamige beek ons bleven bekoren en ons brachten naar ‘ Les Etangs ‘. De glimmende nevelslierten over de fraaie waterpartijen lieten ons wegdromen in het mysterieuze leven van gedrochten en draken die alhier in de vijvers zouden leven en waarbij we als een Don Quichote of Saint George de strijd aangingen met de losliggende kruipende wortels van bomen,overwoekerende aanplantingen en glibberige smeuiïge paden. Als overwinnaars grabbelden we ons tenslotte uit de strijd alwaar we werden overmand in the middle of nowhere door de schoonheid van een ‘ cascade d’eau ‘ en l’ Abbaye de St-Denis de Brocqueroie. En iets later konden bekomen van deze heerlijke lus in een plaatselijke gelagzaal met de fantasierijke naam ‘ Aux Joyeux Asticots ‘’.


 

IMG_8405



De mist had ondertussen plaats gemaakt zodat een enig zicht op het dorpje van Saint-Denis zich tentoonspreidde. Het was dan ook een graswegel bezijden het kerkje dat ons op sleeptouw nam en ons nu de richting van Obourg opstuurde. Kilometers lang moesten we het hierna stellen met een kijkje op de stoomaflatende schouw van de nabijgelegen cementfabriek van Obourg toen een rechte kasseiweg ons rond de oude steengroeven loodste. Niks bijzonders aan dit vrijwel volledig saai stuk tot we uiteindelijk een strookje van ‘ le Canal du Centre ‘ mochten opzoeken. De zon had ondertussen het pleit duidelijk gewonnen , zodat het glimmend wateroppervlak gretig zoog van de gouden stralen en we alsnog wat konden genieten van de ons voorbijschietende natuurimpressies. Het zou ons tenslotte brengen naar Nimy met zijn pittoresk kerkje omgeven door enkele statige knoerten van oude eiken.

We hadden er allang de brui aangegeven en toen enkele vlugge afstandstappers ook al niet veel lovend waren over de bijkomende lus die ons moesten brengen langs ‘ le canal du centre ‘ en ‘ le grand large de Mons ‘, stond ons besluit vast. Het zou een ‘ retour à la salle ‘ worden na 27 kilometers!

Aanvankelijk mochten we nog wat gezellig rommelen met een op- en neergaand stukje onverhard , waarbij alweer de contouren van de Holcimgebouwen aan de horizon prijkten . Het wandelsprookje was echter ook nu weer van korte duur , zodat we uiteindelijk ons maar weer mochten tevreden stellen met de bewoonde wereld van Mons-Borinage en een petieterig stukje Bois de Havré om een eind te maken aan deze laagvlieger van de lange afstand en weemoedig ons soelaas zochten in de schuimende kraag van een Saint-Feuillien.

Jammer want Saint-George had ongetwijfeld beter verdient !

21:20 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Tussen broeken en schelde

Scheldebroektochten

Boerenkrijgstappers Overmere-Donk

28 januari 2007

 

De Boerenkrijgstappers stonden vandaag vanuit Overmere Donk garant voor het eerste deel van hun ‘ Drieluik van het Donkmeer ‘. De Scheldebroektochten moesten ons dan ook brengen door een weelde van groen waarbij onverharde veld- & boswegels door de nabijgelegen broekmeersen steevast de bovenhand zouden halen.

Bij onze aankomst in de ruime evenementenhal van het Donkmeer heerste reeds een drukte van jewelste rond de klok van tien. Zo’n negenhonderd stappers waren ons voorgegaan , toen na een heerlijke koffie , we via de oevers van het toeristische meer ook aan onze wandeling zouden beginnen.

We werden er meteen opgevangen door de heerlijkheid van Bareldonk , alwaar sedert onheuglijke tijden het pittoreske Bareldonkkapelletje uit 1774 hoog geheveld op een zandheuvel waakzaam regeert over de naburige residentiële villawijk. Het was alhier dat in 1652 destijds een kapelletje aan onze Lieve Vrouw van 7 Smarten was toegewijd. Waarna in 1935 een nieuwe bedeweg met indrukwekkend kalvarieberg en 7 kapelletjes (allen kunstwerken van Aloïs De Beule) werd aangelegd.

Kort hierna duikelen we de Broekse Vaart in , voor een heerlijke natuurdoorsteek doorspekt van ondergelopen broeken , waterplassen en vijvers bedolven met algroene eendenkroos. Het domein maakt dan ook deel uit van het Berlaarse Broek , een in 1862 drooggelegd moeras waarin 53 vijvers werden aangelegd of uitgediept. De vegetatie die we er dan ook tegenkomen bevat hoofdzakelijk populieren die vroeger werden aangewend voor de luficersfabricage. In de onderetage bemerken we els en wilg en in mindere mate zelfs boskers , berk , spork , vlier en olm.

De groene doorsteekjes van het Berlaarse broek brengen ons tenslotte terug tussen de behuizing van Berlare , alwaar de statige kasteeldreef ons loodrecht naar het mooie en vredige dorpspleintje brengt . In de schaduw van het Sint-Martinuskerkje treffen we een overvolle rust. Het blijkt duidelijk dat de Boerenkrijgstappers vandaag op een onverhoopt succes afstevenen. We lessen dan maar genoodzaakt onze dorst in één van de aanpalende staminées, alvorens onze weg verder te zetten. Op de hoek bemerken we het klassevol restaurant ’t Laurierblad van Guy Van Cauteren , alleen hebben we zojuist onze boterhammetjes al op.

IMG_8367

 


Hier gingen we opnieuw kopje onder via een rustig wandelpad in het groenrijke landschap van het Berlaarse broek, ooit ontstaan uit een oude meander van de Schelde. Eeuwen terug werd een gedeelte van de stroom rond een stuifzandheuvel (De donk) onderhevig aan een proces van verlanding en turfvorming. Zodat in de 18de en het begin van de 19de eeuw de turf werd ontgonnen als brandstof voor woningen. Na de turfwinning liepen de ontstane putten van het zogenaamde Berlaars en Overmeers Broek geleidelijk onder water. Het Berlaars Broek werd leeggepompt, eerst in 1862 en daarna opnieuw na de Eerste Wereldoorlog. Vooreerst werd het hoofdzakelijk bebost met wijmen (of tenen voor mandenvlechtwerk) en na de Tweede Wereldoorlog met populieren, waarna het sinds enkele jaren wordt beheerd door het Bestuur van Water en Bossen. Het was dan ook zalig te flaneren op de verhoogde bermen van deze broeken , alwaar een smalle wegel ons kronkelend tussen het struikgewas in de richting van de Gratiebossen stuurde. Ooit berucht en onveilig gemaakt door de roversbende van Jan De Praet die zich er schuil hielde en geen gratie kende.

Het was de erg lange dam langs de Turfputten die ons een laatste maal de winterse natuur binnenloodste alwaar de wilgenkatjes reeds weelderig en sierlijk ontluiken. Een laatste lange veldwegel gunde ons nog een overweldigend panorama over het landschap en de glimmende waterspiegel van het Donkmeer. Waarna we de gezelligheid van de nokvolle feesthal van het Donkmeer opzochten en nagenoten van een kwaliteitsvolle vijfsterrentocht op alle vlakken. Beloond met om en bij de drieduizend stappers !

21:16 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

LANGS DE BRUGSCHE VESTEN ...

Rondom Brugge

Brugsche Globetrotters

20 januari 2007

 

De oude stadspoorten van Brugge , maakten tijdens de 13de een 14de eeuw de Middeleeuwse verdedigingsgordel uit die rond de stad werd aangelegd. Vandaag vormen deze stadsvestingen een riante groene gordel rond de binnenstad die leiden tot mooie wandelingen. Dit moet de Brugsche Globetrotters niet zijn ontgaan , want met hun Brugse Vestentocht begin januari verheugden we ons reeds op een poëtische wandeling langs de buitengrachten en stadspoorten van Brugge die Schone.

Alleen het poëtische was vandaag veraf te zoeken , en dit was enkel en alléén maar te wijten aan de kille , miezerige regen , toen de Globetrotters de stappers al direct door de historische Smedenpoort stuurden. Een tijdlang volgden we de buitengracht van de Boeverievest , die duidelijk enkele beelden van de voorbije stormnacht aan ons liet voorbijgaan.

Door de slechte weersomstandigheden lag de anders zo drukke stationsbuurt er vandaag bijzonder rustig bij , toen we van onder het regenscherm ons alsnog een blik gunden op de meest idyllische plekjes van Brugge met zijn Minnewater . De gekende torens met het belfort bovenop , lagen in een mistige regenskyline toen een natuurlijke doorsteek ons naar de Brugse vesten en de Ringvaart bracht. Een gezellig onverhard pad omgeven door robuuste eeuwenoude kastanjebomen en platanen nam het hierna lange tijd over. Het zou ons sturen langs de Poertoren (destijds gebruikt als opslagplaats en productieplaats van buskruit) en de Gentpoort. De ‘controversiële ‘ Conzett brug van de gelijknamige Zwitserse architect , zou ervoor zorgen dat we onze vestentocht konden verder zetten met een enig zicht op de coupure met zijn verende bootjes en de sierlijke typische Brugse gevelhuisjes van de Kazernevest. Waarna de Kruispoort zijn opwachting maakte en ons op weg zette naar de hellingen van de Kruisvest met zijn vier geïmporteerde windmolens met ronkende namen als Bonne Chiere, de Sint-Janshuysmolen, de Nieuwe Papegaai en de Nieuwe Koelewei.

IMG_8278

 


Ter hoogte van de verdwenen Dampoort en het Dampoortsas lieten we het schone Brugge en vestenwandeling achter ons , gestuwd door een hevige wind en regenbui zouden enkele randstadstraten ons nu in de richting van de havenbuurt sturen, alwaar we ons vergaapten aan de Brugse stadskraan . Althans een replica ervan gemaakt door leerlingen van het VTI en bedoeld voor Brugge 2002 , Culturele hoofdstad van Europa. Ze namen als voorbeeld de oude stadskraan , die in de late middeleeuwen hoofdzakelijk op het Kraanplein stond en ongeveer lasten van twee ton kon dragen. Bovenin op de stadskraan dient men vooral op te letten op de afgebeelde vogel : een kraanvogel.

Een wijde zwaaikom bracht ons nu naar het kanaal Gent-Brugge-Oostende , alwaar de Sint Pieterskaaibrug ons feilloos overzette en we zo op een rustige manier trokken naar een eerste controle in een volkscafé en de drukte van enkele handelspanden van de vroege groenten- en vleesmarkt.

Hierna moesten we een tijdje vrede nemen met wat stille woonbuurten en de stationsbuurt van Sint Pieters Brugge , het zou ons brengen aan de oevers van de Oostendse vaart en de Scheepsdalebrug, waarbij aan de horizon de Brugse Hallentoren boven de daken hoog uittorende. Hierna mochten de langere afstanden er eventjes alleen op uit trekken alwaar we werden getrakteerd op een paar kilometer puur wandelgenot binnen het Waggelwaterbos en we warempel ons paraplu definitief mochten gaan opbergen. Zacht verende graswegels en smeuïge paden loodsten ons op een heerlijke manier rond de waterplas , waarna we terug tussen de huizen een tweede controlepost mochten opzoeken.

Er resteerden ons een tweetal kilometers , waarbij we voorbij de Canadabrug ( ter herinnering aan de bevrijding van Brugge door de Canadezen op 12/09/1944) meteen de toeristische beelden van Brugge terug tot ons konden opnemen en de tocht eindigden daar waar we die vanmorgen waren begonnen met een strookje buitengracht tot aan de Smedenpoort.

Nog eventjes doorbijten op de voormalige voetbalterreinen van De Klokke , thans Edgard Desmedtplantsoen en we konden onze wandeling afsluiten met een verfrissende ‘ Brugse Zot ‘ en heerlijke hutsepot.

21:12 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

THE BURNING HILL AT MESSINES ...

Kratertocht

Pwc Heuvellandstappers

14 januari 2007

 

Een verscholen dorpje tussen de glooiingen en voorbodes van het Heuvelland , zo schoon en zo puur als haar mooiste inwoonster ‘ Miss België 2007 Annelien Coorevits ‘. Juist , vandaag bevinden we ons in Wijtschate , alwaar de Heuvellandstappers instaan voor hun winterse Kratertocht.

Veel winters was er echter niet aan , vandaag opende de hemel zich na lange tijd eindelijk op een prachtig spervuur van heerlijke zonnestraaltjes en een blauwe skyline , zodat we na onze inschrijving en een verrassende begroeting van onze twee Nederbelgen Patrick en Linda , meteen werden opgevangen in een adembenemend decor van groenrijke dalingen en golvingen . Nochtans kende deze streek gelegen tussen de waterscheidingslijn van het Ijzer- en Scheldebekken tijdens de Eerste Wereldoorlog een bewogen tijd en werd het dorpje dan ook zowel voor Britten als Duitsers een strategisch punt.

Hier begon de oorlog pas definitief eind oktober met de zware beschieting van 31 oktober 1914. De Duitsers stonden toen aan de oostkant van Wijtschate , terwijl de Britten (de London Schottish Division) vanuit Ieper naar Wijtschate oprukten. Ze trokken aan de westkant voorbij en namen diverse stellingen in langs de heuvel van het Helletje en in het oosten van de weg Wijtschate-Mesen. De Britten zijn echter nooit in Mesen zelf geweest en ook de verhalen rond de ‘ Burning Hill at Messines ‘ klopt niet , want de molen die zij bedoelden stond wel degelijk in Wijtschate. De London Scottisch leden zware verliezen en werden dan ook in de loop van de nacht teruggetrokken.

Vandaag ligt de zo bevochten heuvelrug er vredig bij , en genieten we volop van de prachtige panoramas op de Ieperse skyline en de bulten van het Heuvelland met de Kemmelberg en tout grandeur. Hier en daar midden het decor net als een eilandje waakt een oorlogsmonument of begraafplaats over ‘ Messines Ridge ‘. Momenten om nooit te vergeten.

Het was hier dat onder leiding van Rupprecht van Beieren de Duitsers tussen 1914 en 1917 een 40 meter hoge heuvel ombouwden tot de immense onneembare Bayernwaldvesting . En toen een ongewrongen kleverig stukje onverhard ons rond de contouren van de Spanbroekmolenkrater bracht , konden we zowaar ervaren hoe jonge Duitsers en Britten alhier al ploeterend in barre omstandigheden, in wind en weerwil hun leven lieten voor vrijheid. Op deze site brak op 7 juni 1917 de hel los , toen de Britten in alle geheim 19 dieptemijnen met een totale lading dynamiet van 500000 kilo tot ontploffing lieten komen. Het geluid was naar verluid zelf te horen tot in Londen .

Wij genoten alvast van de immense rust als we iets later deinend door het landschap van de Mittelweg in de richting van Mesen afstevenen. Wellicht het kleinste stadje van Vlaanderen met een eigen autoritair bestuur en burgemeester. Ter hoogte van het Messines Ridge British Cemetery stuurt een resem van aftandse kerkwegels ons rondom het dorpje , alwaar reeds van ver de stugge Ierse Vredestoren aan de horizon prijkt.

Meteen vormde het ‘ Island of Ireland Peace park ‘ ons volgend stapdoel : als vlonderpaden ons langs de New Zealand Memorial en de vredestoren om sturen. De heerlijke wandelpaden , het goddelijke wolkje natuur waarin we toefden en het schitterend weertje maakten van dit stukje ongetwijfeld het absolute hoogtepunt van deze wandeldag. En verre was het nog niet gedaan , toen een sappige graswegel met enig zicht op de dikkop of Sint-Niklaaskerk van Mesen een vervolg breidde aan deze wandelescapade.

Uiteindelijk bereikten we onder de harmonieuze klanken van de vredesbeiaard het nokvolle rustzaaltje . Maar gauw afstempelen en wegwezen . Waarna we tussen de behuizing en een zicht op het vroegere gerechtsgebouw (thans gemeentehuis) en kiosk van Mesen , algauw te velde werden gedropt voor een nieuwe verfrissende lus rond het vredesstadje. Een sfeervol beeld van groepjes verende wandelaars die ver voor of achter ons meegolfden met de kim van het landschap was dan ook ons richtpunt . Waarbij ons bijblijft dat het zicht op de skyline van de Rijselse voorstad en de Leievallei maar steeds overweldigender werd.

Aan de vele calvariekruiskes en bedehuisjes te zien , vertoefden we duidelijk op en langs de paden van een eeuwenoude processieweg , die alhier tijdens de maand september deel uitmaken van ‘ de Grote Keer ‘ en de Onze Lieve Vrouw van Mesen eren. Het ommetje brengt ons tenslotte terug in de richting van Mesen , andermaal ontwaren we een enig zicht op de ‘ the Irish Round tower ‘ . Symbool van verzoening tussen de Ierse protestanten en katholieken , die hier destijds tijdens de Eerste Wereldoorlog zij aan zij streden op onze fronten voor de vrede . Waarna we voor een tweede maal in de schaduw van de Sint-Niklaaskerk , de rust in het plaatselijke schooltje opzoeken.

We kregen maar niet genoeg van de heerlijke wandelmomenten , toen we ons terug op gang zetten en verkozen het extra traject van de 27km te volgen. Het zou ons brengen in een lucratief uitloopstuk in de richting van de Lindenhoek met zijn oud schooltje en de vallei van de Wambeek . Ook hier herinneren menig Britse begraafplaats aan de gruwelen van het oorlogsverleden. Wanneer het kerkje van Wijtschate terug aan de horizon priemt zit alras het einde van een schitterende wandeldag er aan te komen …

Met de gedachte naar al wie dit wil herbeleven of aan diegenen die er vandaag niet bij waren , volgende zondag de Wervikse wandelsport hun ‘ Memorial March of Peace ‘ houden vanuit Mesen !

 

 


IMG_8213

 

21:03 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |