03-03-07

IN HET LAND STREUVELS EN MIRA

Wintertocht

Wsk Marke - 11 februari 2007

 

In het land van Streuvels en Mira bevind zich een ongerept stukje landschap , doorspekt van eeuwenoude hoeves , pittoreske dorpjes met hun dorpscafés , het machtige kasteel van Bossuit en de rode molen van Outrijve …

 

Vandaag staat Wsk Marke garant voor een verkenning van de West-Vlaamse Scheldestreek , waarbij talrijke land- en kerkwegels zich over de velden hevelend ons zullen brengen naar het kanaal Bossuit-Kortrijk en het scheldedorpje Outrijve.

 

Sint-Denijs een deelgemeente van Zwevegem , liggend in een sterk heuvellend landschap bezuiden Kortrijk en aan de voorbodes van de Vlaamse Ardennen zou vandaag onze uitvalsbasis vormen.  Het is dan ook in het zog van de Sint-Dionysus & Sint-Genesiuskerk dat we deze winterse wandeling aanvatten. Sint-Denijs behoorde voor de Franse Revolutie deels tot Doornik en deels tot de Kasselrij Kortrijk. De parochie had dan ook een dubbel bestuur: een Vlaams en een Frans en dat duurde tot in 1785.  Met als gevolg dat Sint-Denijs op de dag van vandaag nog steeds twee patroonheilige heeft : Sint Dionysus voor de Vlamingen en Sint-Genesius voor onze Franstaligen.

 

Tijdens onze inleidende trip pronkte de ons omringende streek dan ook rijkelijk met akkers en weiden die zich in een speels , golvende beweging naar de horizon lieten rollen en waarbij menig staptegel of kerkwegel nooit veraf zou blijken. Rechts van ons ontwaarden we in de donkere contouren van een dreigende hemel , als een zwart toupetje de sierlijke stenen molen van Ter Claere op onze weg naar het gehucht de Bouverie.

 

Het zou de ingeleide vormen van een stukje jaagpad langs het Kanaal Bossuit-Kortrijk , waarbij aan de einder de top van de Kluisberg zich weerspiegelde.  Het kanaal zelf werd halfweg de 19de eeuw gegraven om een kortere weg te maken tussen het Henegouwse steenkoolbekken en de Noordzee. Het zou een omweg langs Gent met acht dagen verkorten. Ruim 1200 arbeiders graafden hier drie jaren lang , zeven dagen op zeven , met schoppen. De uitgegraven klei zou dienen voor bakstenen en het bouwen van 15 sluiswachterwoningen. Doch ook nog 11 sluizen en 18 bruggen hoorden bij het project.  Ondertussen werd begin de jaren  70 het kanaal verbreed , waarbij  menig oude kanaalarm omgetoverd is dit natuurdomein.

 

Onze trek langs het kanaal werd dan ook een flinke natuurlijke wandeling die ons zou brengen voor een eerste maal naar het streekbezoekerscentrum of oude pompgebouw van Bossuit voor een rust.  Het pompgebouw werd dan ook in de 19de eeuw gebouwd , waarbij het water van de Schelde werd overgeheveld naar het kanaal. Aanvankelijk werden de pompen aangedreven door enorme stoommachines op steenkool . Er was ook een werkplaats met smidse en een opslagruimte voor de steenkool. Later namen elektrische pompen de taak over , maar door de toenemende industrie en de steeds groter wordende capaciteit van de binnenschepen moest ook dit pompgebouw haar deuren sluiten.  Een nieuwe diepgang van het kanaal werd getraceerd , alsook een nieuwe krachtigere pompinstallatie iets verderop gebouwd.  Begin de jaren ’90 werd het oude pompgebouw dan maar omgetoverd tot een toeristisch recreatief centrum en vormt het ongetwijfeld een unicum van weleerse nostalgie.

 

tombeelmolen

 

Het was dan ook het jaagpad langs de Schelde dat ons nu geruime tijd op sleeptouw nam in de richting van Outrijve.  Het dorpje bestaat al sinds de Middeleeuwen , wat duid op Autryve , Haute Rive of hoge oever. En inderdaad de oevers waren hier iets hoger in vergelijking met de omgeving. Aan de horizon priemt dan ook tussen statige populierenrijen door het kleine Sint-Pieterskerkje daterend uit de 10de eeuw . In de kerk valt een orgel uit 1741 op ; het is van de hand van de befaamde orgelbouwer Pieter van Peteghem.  Tijdens onze landelijke doortrek was het net alsof de tijd in dit rustige dorp langs de Schelde wel is blijven stilstaan  , waarbij iets verder de knalrode Tombeelmolen onze aandacht vestigt.  De rode molen van Outrijve was oorspronkelijk in hout opgetrokken tot hij in 1918 door de Duitse troepen in aftocht in brand werd gestoken.  Het was pas in 1923 dat de molen volgens een klassiek patroon werd herbouwd , zei het nu in baksteen. In de zomermaanden maalt hij dan ook tijdens de eerste en laatste zondagnamiddag van de maand.

 

Het brengt ons tenslotte terug naar het oude pompgebouw van Bossuit voor een tweede rust.

 

11:16 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.