03-03-07

DANS LE PAYS DE LA DYLE ROMANE ... entre les ZOUAVES

Marche des Zouaves

Compagnons de la Dyle Romane

24 februari 2007

 

Le Roman Païs , le pays du Maca , la Vallée de la Basse Dyle : allen maken ze onderdeel uit van een bijzonder aantrekkelijk doch ongekend stukje Waals-Brabant. Een streek die net als onze hoofdstad kan buigen op een rijk historisch verleden en dat zich weerspiegelt in de talrijke hoogstandjes van kunst en architectuur.
De dorpjes als Genval , Rixensart , La Hulpe en ongetwijfeld het Waterloo waar Napoleon zijn onvergetelijk avontuur beleefde : zijn slechts enkele trekpleisters van deze bijzondere rijke streek.

We zijn vandaag te gast bij ‘ Les Compagnons de la Dyle Romane ‘ die er vanuit Limal hun ‘ Marche des Zouaves ‘ houden, genaamd naar de infanterietroepen die alhier streden onder leiding van Napoleon. Uit ervaring verheugden we ons reeds op de groene loper die zich voor ons zou uitrollen doorheen een prachtig heuvellend landschap , waarbij kleine dorpjes vaak doorsneden door drukke verkeersaders toch hun eigenheid wisten te behouden en alwaar uitgestrekte landerijen met typische Brabantse hoeven midden een weids landschap ons dan weer de inspiratie geven voor een stressloos bestaan na een drukke werkweek.

Limal , net over de taalgrens aanleunend tegen de Waals Brabantse hoofdplaats Wavre , is vooral bekend wegens zijn zeer fraaie Sint-Martinuskerk in barokstijl. Maar ons meeting-point deze ochtend was de Complexe Communale van waaruit we onze wandelescapade zouden aanvatten. Het dorpje beklemtoonde alvast direct zijn heuvelachtig karakter met een steile klim die ons uit de dorpskern moest brengen. Leuke groenrijke wegjes , brachten ons hierna binnenom in de buitenwijken van vele gegoede burgers die zich alhier een prachtige residentie hebben gepermitteerd in de groene rand rond Brussel. Zo bereikten we al heel gauw Rixensart , waar we in de plaatselijke petanqueclub onze eerste rust troffen. De tocht bleef vooralsnog nog wat op zijn lauweren wachten en daar waar de huizen even opzij weken , probeerden we dan toch maar eens neer te kijken op dat prachtig golvend landschap. Tot ter hoogte van de imposante ‘ ferme de Froidmont ‘ een steil pad ons de hoogte injoeg en een geïmproviseerde akkerdoorsteek ons eindelijk binnenleidde in een weidse , open vlakte met alom verblindende velden en de schittering van een hemels doch dreigend wolkendek.

Het zou ons brengen naar het minuscule gehucht Rofessart , alwaar we in de schaduw van het pittoreske Sint-Jozefskerkje onze tweede rust treffen. Kilometers lang dwaalden we nu door een winters landschap van ‘ le champs du Bois d’Aywiers ‘ over smeuïge veldpaden die soms schitterend holle paden werden met muren van ontluikend groen en alwaar hier en daar een fraai sereen bedehuisje het geheel flankeerde. Als de laagstaande zon , na een zoveelste fikse bui het eventjes toelaat vanonder ons paraplu te kruipen , konden we ver voor ons , grijze trosjes wandelaars zien opschuiven naar het petieterig Lasne-Chapelle St Lambert. Eennietig maar o zo schoon dorpje dat kan bogen op een schitterende dries , die een pittoresk 18de eeuw Sint-Gertrudekerkje en een trosje huisjes rond zich vergaarde. Een gladde bolle kasseiweg brengt ons tenslotte naar een bescheiden schooltje dat nog de sporen draagt van de voorbije carnavalviering voor een derde rust.

Van hieruit scheidden ons slechts enkele luttele kilometers naar het mondaine Lasne. Niet voor niks uitgeroepen als stad met de hoogste inkomens . We werpen vooreerst een bewonderend blik op het kasteel van Lasne dat hoog op zijn bult het hinterland domineert , tot we perplex komen te staan omtrent het dorpszicht van Lasne dat zich nu subliem in de laagte etaleert. Het dorp wordt dan ook nadrukkelijk gedomineerd door de toren van de St-Etiennekerk en de romp van een indrukwekkende Brabantse hoeve die reeds eeuwenlang een voorname rol speelde voor de machtige omliggende abdijen.

Heel eventjes moesten we nu wat openbare weg gedogen om zo geleidelijk aan naar het dorpscentrum van Lasne af te zakken en aldaar onze vierde rust op te zoeken. Tijd om de terugweg aan te vatten en van hieruit dreven enkele kasseiwegen en karrensporen ons weer in de verlatenheid van het landschap en de Lasnevallei . Tot alwaar we even verder, op zoek naar onze tweede passage in Chapelle St Lambert, zowaar botsen op een haaks kapelletje ter ere van Sint Jacobus van Compostella .

Het volgende stukje sneden we dan ook aan met een riskante doorsteek van schitterende puur-natuurlijke en vettige kerkwegels. Als volleerde equilibristen , nu eens wijdbeens , dan eens schoorvoetend , doken we een onverdroten stukje wandelplezier van ‘ Le sentier de la Huisière ‘ in. De unieke belevenis van kronkelende op- en neergaande paadjes tussen het winterse groen moet ons tenslotte terug heelhuids brengen nabij het kerkje van Rofessart , alwaar we ook hier een tweede maal mogen stempelen.

Nog 5 kilometer scheidden ons van de aankomst, en wie dacht dat na al dat wandelgeweld we nu wat tijd zouden hebben om te bezinken komt bedrogen uit. Een lange , beeldige wegel links van ons stuurt ons zo de lens geregende weide in , terwijl we rechts nog maar eens intens van het bekoorlijke groen van dit natuurlandschap kunnen genieten. De blubber van het pikzwarte wandelpad die we nu volgen nemen we er met een kwinkslag nog maar eventjes bij. Het brengt ons tenslotte voorbij het stationnetje van Profondsart , en de naam laat ons al niet veel goeds vermoeden. Profond , duid op diep. En ja hoor iets later mogen we gewoon de handrem opzetten als een verkeersbord ons 30% aanwijst en we zodoende langs een slingerende en glibberige kasseiweg de dieperik worden ingestuurd. Waarna een laatste dorpswegel ons tenslotte terugbrengt daar waar de tocht deze morgen begon in ‘ le Complexe Communale.

Waarbij een welverdiende blauwe Chimay , meteen zorgde voor een prachtige uitsmijter van deze bekoorlijke winterwandeling !




Stefaan Bailleur
 

 

11:25 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

SCHELDELAND VAN GHELLINCK ... IN ELSEGEM

5° Rondom Elsegem

't Klavertje Vier Oudenaarde 

17 februari 2007

 

Ergens gekneld tussen het West- & Oostvlaamse scheldeland , ligt het dorpje Elsegem , mooi te kijk gelegd in een landschap dat al wat onrustig begint te kabbelen in voorbereiding van het serieuzere heuvelwerk van de Vlaamse Ardennen iets verderop en de weelderigheid van vlakke kouters van de Scheldekant.

Vanuit het schamele parochiezaaltje hield wandelclub ’t Klavertje Vier uit Oudenaarde er vandaag hun 5° Rondom Elsemgemtocht met afstanden tussen 5 en 23 km . We kozen tenslotte voor de 13 km en heel veel tijd om het pleit te winnen hadden we niet nodig , toen meteen een snoer van enkele kerkwegels ons op gang stuurde en we konden aanvoelen dat we lichtjes opklommen naar een breed front van groen in de verte. Vanop onze hoge positie op de kim van de Bergstraat konden we hier grandioos neerkijken op de Scheldevallei die zich breed voor ons uitsmeerde. Genietend van het schitterend spel van steeds wisselende landschapsbeelden maakten we een wijde kronkel omheen Elsegem. Rustige paadjes die vrolijk op- en neergaand de zachte glooiingen van het landschap volgden gunden ons nu een enig zicht op de Vlaamse Ardennen met de Kluis- & Koppenberg en tout grandeur.

En even verder konden we dan ook kennismaken met Petegem-aan-de-Schelde , één van de fraaiste en intiemste dorpjes van de Scheldevallei, alwaar de centrale rust wachtte. Waarna een paar schitterende natuurpaden bezijden het schattige Romaanse kerkje met omarmd kerkhof , ons daarna lieten afbuigen via een mix van rustige , landelijke wegjes en onverharde paden in de richting van het golfterrein en oud kasteel van Beaulieu. Een knisperend wandelpad leidde ons langs de uitbundigheid van een oude scheldearm , die ons finaal zou afzetten op het jaagpad langs de Schelde.

IMG_8526

 


Aanvankelijk lag de Schelde nog verborgen achter flink wat groen , maar al vlug kwamen er gaten in het groene scherm en gunde het landschap ons een panoramisch zicht op het brede water dat onrustig aan de oevers knabbelde telkens een zwaar beladen aak ons zwoegend voorbijstak. Brede wapperende rietkragen en zompige schorren van de Scheldekant bleven deze wandeling illustreren toen we de dijk afdaalden en via een verademend natuurgebied van het domein van Ghellinck terug afzwenkten naar Elsegem. Een smal , oud kerkstraatje zond ons tenslotte nog eens omheen het kerkje van Elsegem en een paar honderd meter verder lag dan reeds de aankomst te wenken van een lucratief zaterdagtochtje

11:21 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

IN HET LAND STREUVELS EN MIRA

Wintertocht

Wsk Marke - 11 februari 2007

 

In het land van Streuvels en Mira bevind zich een ongerept stukje landschap , doorspekt van eeuwenoude hoeves , pittoreske dorpjes met hun dorpscafés , het machtige kasteel van Bossuit en de rode molen van Outrijve …

 

Vandaag staat Wsk Marke garant voor een verkenning van de West-Vlaamse Scheldestreek , waarbij talrijke land- en kerkwegels zich over de velden hevelend ons zullen brengen naar het kanaal Bossuit-Kortrijk en het scheldedorpje Outrijve.

 

Sint-Denijs een deelgemeente van Zwevegem , liggend in een sterk heuvellend landschap bezuiden Kortrijk en aan de voorbodes van de Vlaamse Ardennen zou vandaag onze uitvalsbasis vormen.  Het is dan ook in het zog van de Sint-Dionysus & Sint-Genesiuskerk dat we deze winterse wandeling aanvatten. Sint-Denijs behoorde voor de Franse Revolutie deels tot Doornik en deels tot de Kasselrij Kortrijk. De parochie had dan ook een dubbel bestuur: een Vlaams en een Frans en dat duurde tot in 1785.  Met als gevolg dat Sint-Denijs op de dag van vandaag nog steeds twee patroonheilige heeft : Sint Dionysus voor de Vlamingen en Sint-Genesius voor onze Franstaligen.

 

Tijdens onze inleidende trip pronkte de ons omringende streek dan ook rijkelijk met akkers en weiden die zich in een speels , golvende beweging naar de horizon lieten rollen en waarbij menig staptegel of kerkwegel nooit veraf zou blijken. Rechts van ons ontwaarden we in de donkere contouren van een dreigende hemel , als een zwart toupetje de sierlijke stenen molen van Ter Claere op onze weg naar het gehucht de Bouverie.

 

Het zou de ingeleide vormen van een stukje jaagpad langs het Kanaal Bossuit-Kortrijk , waarbij aan de einder de top van de Kluisberg zich weerspiegelde.  Het kanaal zelf werd halfweg de 19de eeuw gegraven om een kortere weg te maken tussen het Henegouwse steenkoolbekken en de Noordzee. Het zou een omweg langs Gent met acht dagen verkorten. Ruim 1200 arbeiders graafden hier drie jaren lang , zeven dagen op zeven , met schoppen. De uitgegraven klei zou dienen voor bakstenen en het bouwen van 15 sluiswachterwoningen. Doch ook nog 11 sluizen en 18 bruggen hoorden bij het project.  Ondertussen werd begin de jaren  70 het kanaal verbreed , waarbij  menig oude kanaalarm omgetoverd is dit natuurdomein.

 

Onze trek langs het kanaal werd dan ook een flinke natuurlijke wandeling die ons zou brengen voor een eerste maal naar het streekbezoekerscentrum of oude pompgebouw van Bossuit voor een rust.  Het pompgebouw werd dan ook in de 19de eeuw gebouwd , waarbij het water van de Schelde werd overgeheveld naar het kanaal. Aanvankelijk werden de pompen aangedreven door enorme stoommachines op steenkool . Er was ook een werkplaats met smidse en een opslagruimte voor de steenkool. Later namen elektrische pompen de taak over , maar door de toenemende industrie en de steeds groter wordende capaciteit van de binnenschepen moest ook dit pompgebouw haar deuren sluiten.  Een nieuwe diepgang van het kanaal werd getraceerd , alsook een nieuwe krachtigere pompinstallatie iets verderop gebouwd.  Begin de jaren ’90 werd het oude pompgebouw dan maar omgetoverd tot een toeristisch recreatief centrum en vormt het ongetwijfeld een unicum van weleerse nostalgie.

 

tombeelmolen

 

Het was dan ook het jaagpad langs de Schelde dat ons nu geruime tijd op sleeptouw nam in de richting van Outrijve.  Het dorpje bestaat al sinds de Middeleeuwen , wat duid op Autryve , Haute Rive of hoge oever. En inderdaad de oevers waren hier iets hoger in vergelijking met de omgeving. Aan de horizon priemt dan ook tussen statige populierenrijen door het kleine Sint-Pieterskerkje daterend uit de 10de eeuw . In de kerk valt een orgel uit 1741 op ; het is van de hand van de befaamde orgelbouwer Pieter van Peteghem.  Tijdens onze landelijke doortrek was het net alsof de tijd in dit rustige dorp langs de Schelde wel is blijven stilstaan  , waarbij iets verder de knalrode Tombeelmolen onze aandacht vestigt.  De rode molen van Outrijve was oorspronkelijk in hout opgetrokken tot hij in 1918 door de Duitse troepen in aftocht in brand werd gestoken.  Het was pas in 1923 dat de molen volgens een klassiek patroon werd herbouwd , zei het nu in baksteen. In de zomermaanden maalt hij dan ook tijdens de eerste en laatste zondagnamiddag van de maand.

 

Het brengt ons tenslotte terug naar het oude pompgebouw van Bossuit voor een tweede rust.

 

11:16 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |