20-05-07

Flotant comme un ecureuil ....

Marche du Rénouveau

Les Ecureuils de Chatelet

5 mei 2007

 

 Wie tot op vandaag dacht dat ‘ la capitale des spiroux ‘ kadert in een kleurloos decor van rauwe appartementsblokken , sociale woonwijken en criminele voorsteden , zou bedrogen kunnen uitkomen. Charleroi heeft veel meer te bieden ... en sinds gisteren hebben de mannen en vrouwen van wandelclub ‘ l’Ecureuil Chatelet ‘ de stad dan ook weer op de wandelkaart gezet van wandelminded Vlaanderen en Wallonië.

Net ten zuiden van de grootstad baadt Charleroi immers in een groene gordel van imposante bossen , waarbij l’Ecureuil dan ook gretig gebruik van maakte. Het was dan ook van de legendarische lange afstandsmars Chimay-Chatelet geleden dat we onze wandelhorizon in die richting uitschoven , l’Ecureuil kende hierna een sombere periode , waarna ze nu met hun Marche du Rénouveau het tijdperk van weleer proberen nieuw leven in te blazen. En hoe !!!

Geborgen in de nabijheid van de drukke R3 en geprangd tussen de voorsteden van Chatelet en Couillet treffen we de kraaknette inschrijvingszaal in het Parc Communal. Meteen een gezapig strookje groen om de tocht op gang te laten schieten en ons tussendoor te deponeren langs een verweesde spoorweglijn waarbij de natuur stilaan de bovenhand haalt. Het stuurt ons regelrecht in de richting van het vredige Bouffioulx en zijn ‘ Maison de la Poterie ‘. Het dorpje is dan ook gekend om zijn pottenbakkersambacht , waarna het centrum zijn verleden etaleert in het belang van de woonwijken. Hier leidt de tocht ons langs zijn oude huisjes van dikke muren in typische bouwsteen , een romantisch steegje klimt gezapig met ons mee tot de flanken van zijn Sint-Gerykerkje waarbij Bouffioulx straalt in zijn verleden met zijn vestingen soms pittoresk , soms meewarig of nostalgisch verscholen in een klein hoekje.

Het steegje laat ons uitdeinen in de vallei van de Biesme , waarbij een verstrekkend zicht op de contouren van Charleroi aan de éné zijde en het deinend groenrijk landschap aan de andere kant zich voor ons ontrolt. We laten ons dan ook ettelijke kilometers meedeinen met de miniscule veldwegel die zich een weg baant door het hoge gras en zich scheurt door de glooiende vallei. Tot de wegel ons gestaag klimmend op de grens van Loverval en Bouffioulx brengt voor het opzoeken van een eerste rust na vijf succulente openingskilometers.

Vlug duurt het niet alvorens we terug de behuizing worden uitgejaagd en de parcoursmeester ons een tijdlang koest houdt met een rits van idyllische groene doorsteekjes van ‘ Le Bois du Champs de Borniaux ‘, nu eens geprangd tussen de behuizing door , dan weer langs een klatterend beekje . Een imposante beukendreef brengt ons tenslotte aan de drukke ‘ Chaussée’ die Charleroi met Philippeville verbind . Eventjes dwarsen en daar worden we alweer gedropt in de rust van een volgend strookje natuur en een tweede bosdoorsteek. Wulps huppelend als een speels eekhoorntje banen we ons een weg door de lommer van het struikgewas en de hoogstammige boomstronken. Hier en daar ontwaren we nog een zinnige ontplooiing van veel te vroeg uitgebloeide wilde blauwe hyacinthen , tot we langs de bosrand door terug de bewoonde wereld instappen van het dorpje Gerpinnes voor een tweede rust in de één of andere garagebox.

Het is een aftandse kerkwegel die ons terug de richting aanwijst van een opener gedeelte. Onder een helderblauwe hemel weerspiegelen zich dan ook aan de horizon de kerktorentjes van Nalinnes en Nalinnes Haies , meteen ons volgend stapdoel die we ook nu weer aanvatten via een kanjer van een brokkenpad. We verheven ons alover de deinende akkers en landschappen , alwaar enkele naarstige landbouwers hun gewassen overschouwen. De bermen kleuren rood geel wit en blauw van klaproos , vlasbloem , wilde magriet tot sleutelbloem. Dwars door de priemende mäisplanten komen we zowaar toch nog eens op een stukje asfalt terecht. Het slingert ons navenant dwars door de leefkern van het rustige landbouwersdorpje Les Haies en de visvijvers van les Six Etangs. Waarna een kapelletje ter ere van Onze Lieve Vrouw van Bon-Secours de weg aanduid in de richting van l’eau d’Heure. De oevers van dit glashelder en kolvend rivierbeekje vormen enige tijd onze metgezel tot wanneer een grimmig brokkenpad ons de hoogte injaagt voor een verfrissend bosstrookje. Vanop de hoogte zien we de bedding van l’eau d’heure nu eens veraf , dan terug dichtbij doorheen het landschap meanderen.

Onopvallend bereiken we zo de rand van het dorpje Beignée , alwaar we nog maar eens de nodige energie bovenhaalden om een volgende beklimming aan te gaan. Waarna we bijna boven weer het bos indoken voor een paar benauwelijke bosdoorsteekjes à l'Ardennaise , die ons nog maar eens royaal lieten kennismaken met de heerlijke vallei van l’ Eau d’heure en een waaier van schitterende landschapelementen. Een niet risicoloos sprongetje over een bronbeekje introduceerde ons dan maar in het Bois de Marbaix , alwaar een resem van schitterende bospaden resoluut de bovenhand haalden en ons langzaam lieten opschuiven naar een volgende bevoorradingspost in de voetbalkantine van Fc Jamioulx.

Eventjes de emoties wegspoelen met een heerlijke Waalse trappist , waarna we terug op expeditie werden gestuurd langs de oevers van l'eau d'heure en het dorpje van Jamouilx. Een erehaag van groene doorsteekjes vormt dan zo de aanzet voor een volgend partijtje bos en wandelplezier in het Bois de Lobbes. We krijgen er een bijzondere prettige en gevarieerde wandeling door lapjes bos die met schitterende natuurpaden worden aaneengeregen.

Nog maar eens laten we de laatste boom achter ons om af te buigen naar het dorpje van Loverval en zijn feodaal kasteel. Een trappenconstructie maakt een omslachtige beweging rond het dorpje , waarna we nog maar eens worden losgelaten in een stukje bos van " Le Bois du Vieux Frene ". Een rits van schitterende bospaden neemt ons een tijdje mee langs een kabbelend beekje die we meermaals moeten dwarsen via een vlonderbrug en laat ons tenslotte uitmonden in Gerpinnes voor een voorlaatste rust.

getpicCAC3JSZY

 


Nog zes kilometers te gaan , die we al vlug cash betaald krijgen met een zoveelste beklimming. Boven worden we opgenomen in het enig kader van de ' vallei de Sébastopol '. Een zonovergoten panorama spreid zich uit wanneer we in rechte lijn terug de behuizing van Chatelet bereiken voor een laatste rust in het clublokaal van l'Ecureuil.

Nog twee kilometers te gaan en een opvallende bult van een oude steenkoolterril laat zich aan de horizon ontrollen. Als toemaatje krijgen we er nog een stevige kasseistrook bovenop , en als echte ' Flandriens ' gaan we dan maar de graskant of border gaan opzoeken. Een soort ereronde rond de terril brengt ons tenslotte heelhuids terug in le Parc Communal.

Jongens , bijna 30 jaar wandelervaring in de knieën en voeten hebben we tussentijds ... maar o wat hebben wij vandaag genoten van wellicht één der mooiste tochten in onze ganse wandelcarrière !

15:59 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.