20-05-07

In Flanders Fields : the poppies blow down ...

100km van Ieper

18 mei 2007 - Driedaagse van Ieper

 

Al 36 jaar vormt de ‘100 km van Ieper’ een icoon binnen de wandelwereld der lange afstand. Destijds stond “ Wandelclub Ieper “ dan ook aan de wieg van het georganiseerd wandelen binnen Vlaanderen. Met ups en downs wisten ze telkens, drie dagen lang groot en klein op verkenning te sturen naar de mooiste plekjes van Ypres Salient. Het geheel groeide dan ook uit tot een wandelklassieker met internationale uitstraling, waarbij menig Britten en Duitsers aan deelnamen.

Al 36 jaar vormt de ‘100 km van Ieper’ een icoon binnen de wandelwereld der lange afstand. Destijds stond “ Wandelclub Ieper “ dan ook aan de wieg van het georganiseerd wandelen binnen Vlaanderen. Met ups en downs wisten ze telkens, drie dagen lang groot en klein op verkenning te sturen naar de mooiste plekjes van Ypres Salient. Het geheel groeide dan ook uit tot een wandelklassieker met internationale uitstraling, waarbij menig Britten en Duitsers aan deelnamen.

070

Doch oude gloriën blijven blijkbaar niet eeuwig bestaan en medio de jaren ’80 komt een einde aan de Ieperse Wandelclub. Het is dan ook pas in 1986 dat een nieuw comité de “ Driedaagse 100 km van Ieper ‘ overneemt en de organisatie een nieuw elan instuwt tijdens het Hemelvaartweekend. Sinds enige jaren staat de vrijdag dan ook traditioneel in het teken van de groene longen rond Ieper, waarbij het provinciaal Domein “ De Palingbeek ‘‘, Zillebekevijver en de oude vaart Komen-Ieper worden aangedaan. Zaterdag wordt bestempeld als de koningin etappe, waarbij we worden ondergedompeld in de rijke natuurverscheidenheid van het Heuvelland, terwijl zondag “ Flanders Fields “ met zijn vele oorlogsmonumenten en kerkhoven de hoofdtoon gaan vormen.

Voor deze 36ste editie werden we meteen tevens een primeur voorgeschoteld, daar de startplaats in de gloednieuwe Fenixzaal aanvatte. Waarna de diverse afstanden  de imposante  Majoorgrachten werden opgestuurd voor een ontluikende verkenning van enkele Ieperse groene pareltjes langs de diverse Vauban-vestingwallen.  Als een baken weerspiegelt zich iets verder, het kleine Ramparts Cemetery Lille gate, in het roerloze water van de vestinggrachten. Samen met de 197 gesneuvelde en onbekende soldaten, die er begraven liggen, konden we zo uitkijken op de historische Rijselpoort en natuurpracht van het waterspaarbekken der “ Verdronken Weiden “. Het zou ons brengen in de richting van de Ieperse legerkazerne Lemahieu, welgekend als kampplaats tijdens de Vierdaagse van de IJzer waarna we eindelijk via een strookje van de oude vaart Komen-Ieper het hinterland introkken.

Het verhaal van de oude vaart illustreerde duidelijk hoe mooi de natuur hier stilaan de bovenhand haalt op het ingenieuze doch falende plan om een lange scheepvaartverbinding te maken tussen het Leie- & Ijzerbekken, toen we de richting afstevenden van die andere natuuroase “ het Provinciaal Domein De Palingbeek “. Bezijden het Cemetery, moesten we het vooralsnog stellen met de bosrand en een zicht op de skyline der Ieperse torens, teneinde in de annexen van de voormalige hoeve Callewaert onze eerste rust te treffen met een verfrissend yoghurtje en drankje.

De hoeve werd dan ook omgevormd tot een bezoekerscentrum, waarbij men nuttige tips kan verkrijgen voor het zorgzaam en diervriendelijk omgaan met huis- & neerhofdieren, alsook het ecologisch verbouwen van groenten. Een snoer van aangelegde wandelpaden leidde ons nu langs de ecologische tuin, waarbij zich de groenrijke contouren van “ de palingbeek “ duidelijk illustreerden en we eventjes konden nippen van een passage langs de sterrenwacht Astrolab Iris. We kozen echter de richting uit van het Molenbos, alwaar we konden wegmijmeren over een rijke waaier van bospaden en weidedoorsteken. Vlug gevolgd door een ander stukje heerlijk park- en natuurgebied van de Vierlingen. Selecte paden, die binnenkort onderdeel zullen uitmaken van een gloednieuw wandelnetwerk, baden zich een weg langs idyllische hoekjes van vijvers, kleinschalige graslanden met mooie poelen, hooilanden en de imposante mijnkrater “ Caterpillar “.

Het geheel mondde uit op een strookje asfalt die ons nu resoluut de weg aanwees tot de feitelijke toegang van het provinciaal domein. Aan de ingang wachtte ons vooreerst nog een tweede rust en gratis bevoorrading, waarna de glibberige kasseistrook langs de oevers van de waterplas ons enige tijd op sleeptouw nam voor een fijne afronding van dit enig mooi stukje natuurlandschap. Uiteindelijk mochten we het domein uitritselen ter hoogte van de Hollebeekse golfterreinen en bogen we af naar het gelijknamig kleine Westhoekdorpje, door een open landschap dat hier bijzondere onrustige golvingen door het landschap joeg en ons een enig zicht gunde tot tegen de West-Vlaamse heuvels.

In het zog van de driebeukige neogotische Onze Lieve Vrouwgeboortekerk troffen we andermaal een rust, alwaar een plaatselijk staminee zich ontfermde over ons met een natje en een droogje. Dat Hollebeke in 1973 ooit als eerste bloemendorp van Vlaanderen werd verkozen blijkt nu nog aan de kleurrijke netheid die het dorpje uitstraalde tijdens onze passage. Doch dat het dorp tevens begin september leeft in de ban van het feest van Maria-Geboorte zal menig zijn ontgaan. Ook bij de Hollebekenaars is het hun ooit gebeurd en dat brak hun volgens een aloude legende heel zuur op. De legende vertelt immers dat ooit in een ver verleden in de nabije bossen een houten Mariabeeldje werd gevonden. Het kreeg een plaats in de kapel en werd telkenmale op 8 september door het dorp gedragen. Eén keer waren de inwoners van Hollebeke de processie echter vergeten, zodat het beeldje de processie door de landerijen dan maar op eigen houtje had gedaan en ’s anderendaags het beeldje werd teruggevonden helemaal met modder besmeurd. Nooit of nooit zou een Hollebekenaar tegenwoordig deze traditie over het hoofd durven te zien.

Er restte ons immers nog een lange weg te gaan en het volgend stuk werd dan ook verlucht met een tweede strookje van het oude kanaal Komen-Ieper. Een schitterend stukje groen lint voerde ons langs een enige biotoop van open water met fonteinkruiden, waterweegbree, rietmoerassen met gele lis, zwanenbloem, ruigten van kattenstaart, koninginnenkruid of wilgenstruwelen en meer gesloten bosjes. Het was pas ter hoogte van de oude sluispoorten van Houtem dat we de wildernis uitkwamen en onze blikken eventjes konden afwenden op het kerkje van dit Waalse dorpje. Waarna onze voeten zich nu eventjes konden verluchten met een paar staptegels en stevige karrensporen en ons in een wijde boog rond Houtem stuurden met verhelderende zichten op de nabije Leievallei en het Heuvelland.  Ter hoogte van het gehucht ‘ de Chicane “ wendde ons wandelpad zich eventjes af in de richting van het Jacques Brel-dorpje Zandvoorde , waarbij het landschap uitnodigt om te kijken op het deinend bosrijk gebied van de Gasthuisbossen.  De omloop neemt echter een andere wending wanneer een kanjer van een karrenspoor ons terug de richting van Hollebeke opstuurt en we na 23 kilometers nog eventjes kunnen uitblazen in een druk beklante buitencontrolepost.                          

045

Hierna beroeren we eventjes de groenrijke fragiele doorsteekjes langs de spoorweglijn Poperinge-Kortrijk  , waarna de kasteelhoekstraat ons de hoogte injaagt voor een bijzonder prettig en gevarieerd lapje bos van de Gasthuisbossen en de Zwarte Leen.  Erlangs de behuizing worden we nu geloodst naar de historische “ Hill60 “, een plaats waar duidelijk blijkt hoe genadeloos de Eerste Wereldoorlog in deze streek heeft toegeslagen.  Een Memorial herdenkt de gesneuvelden , maar het terrein herbergt in feite ook veel lichamen die nooit of te nimmer nog zijn teruggevonden door de omgewoelde aarde tijdens hevige gevechten.

Een rits van staptegels tussen de deinende velden en akkers loods ons tenslotte nabij het “ Large Wood Railway Cutting Cemetery “ het grondgebied van Zillebeke binnen , alwaar we in de schaduw van de Sint-Katharinakerk onze laatste rust treffen in het plaatselijke dorpsschooltje.  Er restten ons nog een drietal kilometers te gaan , die we aansnijden met een gratis ijsje en de Zillebekevijver.  Een wandelpad langs de oevers van het slome water wordt nu enige tijd onze metgezel , tot wanneer de Ieperse torens zich aan de horizon boren en het eindpunt nu duidelijk niet meer veraf is.  En we zo deze eerste dag van de driedaagse kunnen bezegelen met een verfrissend en verkwikkend gerstenat.

 

16:26 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Flotant comme un ecureuil ....

Marche du Rénouveau

Les Ecureuils de Chatelet

5 mei 2007

 

 Wie tot op vandaag dacht dat ‘ la capitale des spiroux ‘ kadert in een kleurloos decor van rauwe appartementsblokken , sociale woonwijken en criminele voorsteden , zou bedrogen kunnen uitkomen. Charleroi heeft veel meer te bieden ... en sinds gisteren hebben de mannen en vrouwen van wandelclub ‘ l’Ecureuil Chatelet ‘ de stad dan ook weer op de wandelkaart gezet van wandelminded Vlaanderen en Wallonië.

Net ten zuiden van de grootstad baadt Charleroi immers in een groene gordel van imposante bossen , waarbij l’Ecureuil dan ook gretig gebruik van maakte. Het was dan ook van de legendarische lange afstandsmars Chimay-Chatelet geleden dat we onze wandelhorizon in die richting uitschoven , l’Ecureuil kende hierna een sombere periode , waarna ze nu met hun Marche du Rénouveau het tijdperk van weleer proberen nieuw leven in te blazen. En hoe !!!

Geborgen in de nabijheid van de drukke R3 en geprangd tussen de voorsteden van Chatelet en Couillet treffen we de kraaknette inschrijvingszaal in het Parc Communal. Meteen een gezapig strookje groen om de tocht op gang te laten schieten en ons tussendoor te deponeren langs een verweesde spoorweglijn waarbij de natuur stilaan de bovenhand haalt. Het stuurt ons regelrecht in de richting van het vredige Bouffioulx en zijn ‘ Maison de la Poterie ‘. Het dorpje is dan ook gekend om zijn pottenbakkersambacht , waarna het centrum zijn verleden etaleert in het belang van de woonwijken. Hier leidt de tocht ons langs zijn oude huisjes van dikke muren in typische bouwsteen , een romantisch steegje klimt gezapig met ons mee tot de flanken van zijn Sint-Gerykerkje waarbij Bouffioulx straalt in zijn verleden met zijn vestingen soms pittoresk , soms meewarig of nostalgisch verscholen in een klein hoekje.

Het steegje laat ons uitdeinen in de vallei van de Biesme , waarbij een verstrekkend zicht op de contouren van Charleroi aan de éné zijde en het deinend groenrijk landschap aan de andere kant zich voor ons ontrolt. We laten ons dan ook ettelijke kilometers meedeinen met de miniscule veldwegel die zich een weg baant door het hoge gras en zich scheurt door de glooiende vallei. Tot de wegel ons gestaag klimmend op de grens van Loverval en Bouffioulx brengt voor het opzoeken van een eerste rust na vijf succulente openingskilometers.

Vlug duurt het niet alvorens we terug de behuizing worden uitgejaagd en de parcoursmeester ons een tijdlang koest houdt met een rits van idyllische groene doorsteekjes van ‘ Le Bois du Champs de Borniaux ‘, nu eens geprangd tussen de behuizing door , dan weer langs een klatterend beekje . Een imposante beukendreef brengt ons tenslotte aan de drukke ‘ Chaussée’ die Charleroi met Philippeville verbind . Eventjes dwarsen en daar worden we alweer gedropt in de rust van een volgend strookje natuur en een tweede bosdoorsteek. Wulps huppelend als een speels eekhoorntje banen we ons een weg door de lommer van het struikgewas en de hoogstammige boomstronken. Hier en daar ontwaren we nog een zinnige ontplooiing van veel te vroeg uitgebloeide wilde blauwe hyacinthen , tot we langs de bosrand door terug de bewoonde wereld instappen van het dorpje Gerpinnes voor een tweede rust in de één of andere garagebox.

Het is een aftandse kerkwegel die ons terug de richting aanwijst van een opener gedeelte. Onder een helderblauwe hemel weerspiegelen zich dan ook aan de horizon de kerktorentjes van Nalinnes en Nalinnes Haies , meteen ons volgend stapdoel die we ook nu weer aanvatten via een kanjer van een brokkenpad. We verheven ons alover de deinende akkers en landschappen , alwaar enkele naarstige landbouwers hun gewassen overschouwen. De bermen kleuren rood geel wit en blauw van klaproos , vlasbloem , wilde magriet tot sleutelbloem. Dwars door de priemende mäisplanten komen we zowaar toch nog eens op een stukje asfalt terecht. Het slingert ons navenant dwars door de leefkern van het rustige landbouwersdorpje Les Haies en de visvijvers van les Six Etangs. Waarna een kapelletje ter ere van Onze Lieve Vrouw van Bon-Secours de weg aanduid in de richting van l’eau d’Heure. De oevers van dit glashelder en kolvend rivierbeekje vormen enige tijd onze metgezel tot wanneer een grimmig brokkenpad ons de hoogte injaagt voor een verfrissend bosstrookje. Vanop de hoogte zien we de bedding van l’eau d’heure nu eens veraf , dan terug dichtbij doorheen het landschap meanderen.

Onopvallend bereiken we zo de rand van het dorpje Beignée , alwaar we nog maar eens de nodige energie bovenhaalden om een volgende beklimming aan te gaan. Waarna we bijna boven weer het bos indoken voor een paar benauwelijke bosdoorsteekjes à l'Ardennaise , die ons nog maar eens royaal lieten kennismaken met de heerlijke vallei van l’ Eau d’heure en een waaier van schitterende landschapelementen. Een niet risicoloos sprongetje over een bronbeekje introduceerde ons dan maar in het Bois de Marbaix , alwaar een resem van schitterende bospaden resoluut de bovenhand haalden en ons langzaam lieten opschuiven naar een volgende bevoorradingspost in de voetbalkantine van Fc Jamioulx.

Eventjes de emoties wegspoelen met een heerlijke Waalse trappist , waarna we terug op expeditie werden gestuurd langs de oevers van l'eau d'heure en het dorpje van Jamouilx. Een erehaag van groene doorsteekjes vormt dan zo de aanzet voor een volgend partijtje bos en wandelplezier in het Bois de Lobbes. We krijgen er een bijzondere prettige en gevarieerde wandeling door lapjes bos die met schitterende natuurpaden worden aaneengeregen.

Nog maar eens laten we de laatste boom achter ons om af te buigen naar het dorpje van Loverval en zijn feodaal kasteel. Een trappenconstructie maakt een omslachtige beweging rond het dorpje , waarna we nog maar eens worden losgelaten in een stukje bos van " Le Bois du Vieux Frene ". Een rits van schitterende bospaden neemt ons een tijdje mee langs een kabbelend beekje die we meermaals moeten dwarsen via een vlonderbrug en laat ons tenslotte uitmonden in Gerpinnes voor een voorlaatste rust.

getpicCAC3JSZY

 


Nog zes kilometers te gaan , die we al vlug cash betaald krijgen met een zoveelste beklimming. Boven worden we opgenomen in het enig kader van de ' vallei de Sébastopol '. Een zonovergoten panorama spreid zich uit wanneer we in rechte lijn terug de behuizing van Chatelet bereiken voor een laatste rust in het clublokaal van l'Ecureuil.

Nog twee kilometers te gaan en een opvallende bult van een oude steenkoolterril laat zich aan de horizon ontrollen. Als toemaatje krijgen we er nog een stevige kasseistrook bovenop , en als echte ' Flandriens ' gaan we dan maar de graskant of border gaan opzoeken. Een soort ereronde rond de terril brengt ons tenslotte heelhuids terug in le Parc Communal.

Jongens , bijna 30 jaar wandelervaring in de knieën en voeten hebben we tussentijds ... maar o wat hebben wij vandaag genoten van wellicht één der mooiste tochten in onze ganse wandelcarrière !

15:59 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-05-07

Met Louise Marie op stap in de Vlaamse Ardennen ...

Louise Marie tocht

Kbg Op stap Nukerke

28 april 2007

 

Louise Marie een onooglijk piepklein dorpje verscholen tussen de glooiingen der Vlaamse Ardennen vormde op deze zonovergoten zaterdagochtend onze uitvalsbasis voor de gelijknamige ‘ Louise Marie – tocht ‘.

 

Met de vorige edities in onze gedachten was onze keuze vlug gemaakt en al na de inschrijving in het aftandse cultuurzaaltje van La Salette was het meteen raak. De zon streelde al vriendelijk onze kruin toen we de wandeling opstartten en al vlug de leefkern met zijn schattig kerkje achter ons lieten voor een heerlijk inloopstukje , dat ons gezapig via een resem van schitterende bospaden geflankeerd door hoge varens  het Daelbosch door stuurde.

 

Toen we langs de bosrand door werden uitgespuwd , onthulde zich een breed uitgespannen beeld over de glooiende landschappen van de Vlaamse Ardennen. Het was dan ook een kanjer van een graswegel op het gehucht Leideveld , dat ons ettelijke kilometers op sleeptouw dreef en ons in de richting stuurde van het Omer Wattezdorpje ‘ Schorisse ‘ voor een eerste rust. 

Het dorpje werd op dit vroege uur dan ook letterlijk onder de voeten gelopen door voorbij vliegende wielertoeristen en wandelaars , waarna we in de schaduw van de Sint-Pieterskerk het plaatselijk Omer Wattezwandelpad volgden en meteen het ruigere klimwerk werden voorgeschoteld. Vooralsnog bewandelden we de blote flank van de Foreerst , waardoor we nog eventjes ons zicht konden laten uitzwermen op de verhelderende vergezichten der Vlaamse Ardennen. Maar algauw mochten we ons gaan schrap zetten voor de potige beklimming van de Steenberg en Ganzenberg. Bijna boven laat een stevige graswegel ons afzwenken naar het natuurreservaat ’t Burreken. Het betekend de aanzet van een schitterende pleiade aan brokkenpaden en verloren gewaande kasseiwegels die ons langs dikke schermen groen van hazelaar en es moeten brengen. Gezellig op- en neergaand huppelen we hier en daar over een vliedend beekje  , waarna een draaipoortje ons letterlijk door een kleurrijke weidedoorsteek de hoogte in troont en we iets later door een wel erg smalle wegel ons mochten gaan wringen tussen wel erg vervaarlijke brandnetels.

 

Eens boven is het genieten van het weidse landschap van vers ingezaaide akkers en tal van groene weilanden.  Waarna de holle wegel van de Foreerst met ons de dieperik in dook en een schitterende veldwegel zich een weg boorde doorheen de vallei om ons uiteindelijk voor een tweede maal neer te poten in de schaduw van de rust in ‘ zaal de Wante ‘ van Schorisse. Na een controlestop stortten we ons weer in het heerlijke heuvellende landschap en nadat een netelig brokkenpad geprangd tussen de prikkeldraad en een rij kaarsrechte populieren ons voorbij een oude ‘kasteel’watermolen gebracht had , liet een zoveelste venijnige beklimming ons oprukken naar de contouren van het bosdomein Ter Rijst.  Doch vooralsnog bleven de voorraad aan natuurpaden zich opvolgen langs uitgestrekte geploegde akkers  of moesten we een tijdlang dwars door het frisgroene gras waden. Uiteindelijk was het een zonovergoten wegje dat ons alsnog met een krachtig en nijdig klimmetje tussen de lekkere koele en verende bospaden van Ter Rijst bracht.  Prachtig ingekleurd met een blauw wit tapijt van hyacint , look zonder look en anemoon werden de lapjes bos en groene doorsteekjes aanééngeregen. Een bijzonder stukje die ons tenslotte terug langs de bosrand uitstootte dwars door een vers omgeploegd veld  en waarbij de bomen gelukkig hun schaduw in de goede richting liet vallen moesten ons nu brengen naar een laatste rust met een bekertje gratis water aan het kapelletje van Annoven .

 

     Klik op de foto om de bijhorende fotoreportage te zien

IMG_9364

 

Bij het verlaten van het kleine gehuchtje keken we neer op een imposante beboste kruin van ‘ le Bois de la Houppe en zijn radartoren ‘.  Een bekoorlijk stapdoel die we weliswaar links lieten liggen , toen de parcoursmeester van dienst ons de richting van het gehucht Koekamer aanwees , alwaar een smalle wegel geprangd tussen twee huizen ons andermaal op een verbluffende wijze laat lopen langs een erehaag van groen en de kasteeldreef van het domein Gauthier.

 

Aan de horizon verscheen, zo voor het grijpen terug het Sint Apolliniakerkje van Louise Marie.  Echter werden we nog eventjes het hoekje omgeleid , alwaar een smal pad langs een oude spoorwegberm nog maar eens voor een prachtig natuurkransje ging zorgen en ons de richting uitstuurde van het Muziekbos.  We bleven gelukkig gespaard van de lange beklimming naar de Boekzitting  , gezien we via een smal pad langs de bosrand door op een authentieke manier een punt mochten zetten achter deze grandioze Louise Marie tocht.

 

Een tocht doorspekt met  sappige veldwegen , verrassende groene bosdoorsteken , hobbelige brokkenpaden tussen en langs of zelfs dwars door maïs- & korenvelden  steeds gekleurd met wisselende zichten op de Vlaamse Ardennen.  Een tocht alwaar Etienne , den facteur , zich andermaal overtrof en steeds stof leveren tot heel wat straffe wandelanekdoten …

 

Zo hebben we ze graag !

 

11:12 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |