12-09-08

PROVINCIALE WANDELROUTE : DODE IJZERWANDELROUTE

dodeijzerWanneer men op verkenning gaat in de Westhoek in de omgeving van Poperinge , moet men er zeker en vast eens halt houden in Roesbrugge.  Wellicht zou men het eveneens de titel van ‘ mooiste dorp van West-Vlaanderen ‘ kunnen bestempelen , doch samen met fusiegemeente Haringe – een van de oudste fusies in België trouwens – is het dorp bijzonder de moeite waard.  Er is veel bedrijvigheid , het dorpje kende een rijk handelsverleden en het patrimonium wordt goed bewaard. De driebeukige neoclassicistische Sint-Martinuskerk is eerder uitzonderlijk in de streek en ook het oude gemeentehuis/vredegerecht uit 1880 , nu weliswaar te koop gesteld , domineert de skyline.

Maar Roesbrugge is ook het dorp waar de zogenaamde ‘ Dode Ijzer ‘ stroomt , een meander van de Ijzer die al in de 13de eeuw werd afgesneden , alwaar vissers hun hengel uitsmijten en waterhoentjes en ander gevogelte zich thuis voelen.  Daarnaast is er ook de ‘ echte Ijzer ‘ , want Roesbrugge is het laatste dorp waar de rivier kabbelt vooraleer de Franse grens of de schreve (zoals het ze het alhier mooi zeggen) over te steken.  Rond het thema van die ‘ Dode Ijzer ‘ is een Provinciale wandelroute uitgestippeld , waarbij landelijke kerk- en rustige wegen de mooiste natuurgebieden aandoen  langs een natuurlijke landgrens van de Zwijn- , de Ijzer en de Heidebeek. Stille wegen alwaar eertijds de smokkel heerste brengen je naar het pittoreske dorpje van Haringe.

WANDELBESCHRIJVING :

In de schaduw van de het Roesbrugse marktplein , alwaar zomers de huiszwaluwen hun nesten onder de dakgoten bouwen , stap je naar de Rohardusbrugge.  Meteen het startpunt van onze wandeling en het ontstaan van Roesbrugge want hier in de 12de eeuw werd door ene Rohardus over de Isera of’ het heldere water ‘ een brug geworpen.  Meteen nemen we net over de Ijzerbrug het verend graspad alwaar we in de informatieluifel onze kennis over de Ijzer en de vallei kunnen aanvullen.

Een voetgangersbruggetje neemt u mee over de Dode Ijzer en door vette weiden waar in de zomer koeien grazen en het best opletten is voor de vele taartenvlaaien.  We krijgen er een prachtig zicht op de Ijzervallei : zijn bedding , zijn oevers.  Maar ook het pittoreske dorpje laat zich kenmerken aan de horizon waarbij hoog boven de daken van het gewezen gemeentehuis , de kerktoren torent en de resten van het brouwershuis in empirestijl prijken.


DSC_0001 - kopie DSC_0004 - kopie DSC_0011 - kopie

Natuurliefhebbers komen hier aan hun trekken. Verschillende soorten watervogels zijn hier thuis. De reiger , waterhoen , fuut , witte ibis , enzovoort vinden hier hun halte- of broedplaats. Een kleine buiging van het traject brengt ons terug in landbouwgebied van Sint-Omaars met pittoreske hoeven. Hier leven ook de verhalen op over “Blauwers en Commiezen”  aangezien we eigenlijk voortdurend op korte afstand van de grens wandelen.

In de verte hebben we reeds zicht op de kerktoren van Oost-Cappel waar de grens dit Noord-Frans dorpje eigenlijk in twee verdeelt. Een typisch grensgeval, rijk aan verhalen uit de blauwerstijd, hanengevechten, grensoverschrijdende feesten en heel veel folklore.

Een korte tijd later verlaten we weer de verharde weg voor een weide pad die door een prachtig stukje natuur langs de Zwijnbeek of “ Zwyne Becque ‘’ voert.  De beek vormt hier de grens tussen Vlaanderen en Frans-Vlaanderen tot de Ijzer.  Een opmerkzaam vogelliefhebber zal hier zeker wel de aalscholver , zwarte ruiter en de opvallende geelgorzen waarnemen. Je stapt er zowaar voorbij sleepruim en meidoorn , waarbij steevast rijke zandleemakkers volgestouwd met tarwe , aardappelen , suikerbiet en maïs de horizon vullen. 

Een sierlijke voetgangersbrug laat ons nog maar eens de stroom dwarsen waarbij ons blik glijdt over de meanders van de Ijzer en de vele waterlelies op het wateroppervlak. We komen terecht in een gebied van ‘ broeken ‘ doorspekt met jagersputten waarop houten lokeenden dobberen. Ja de Franse jagers houden hier soms nogal oneerbiedig huishouden in het waterwild.  Maar we vergeten de wereld van lokeenden , jagers en aardse zorgen. Laten onze fantasie de loop en herinneren ons dat hier ooit op die smalle Ijzer de Noormannen voeren en tientallen generaties boeren hebben gezaaid en geoogst.

We volgen verder stroomopwaarts onder de ruisende waaipopulieren en voorbij een oude spoorwegberm waar heel wat geschiedenis aan verbonden is.  Het is de monding van de Heidebeek of Ey Becque in de Ijzer en het vormt net al de Zwijnbeek , de natuurlijke grens tussen Frankrijk en België.  Het gebied vormt een mijlpaal in de geschiedenis van blauwers en commiezen , verkenners en verklikkers.  Ruim twee eeuwen lang werden tabak , alcoholische dranken , boter , zelfs levende runderen over de beek en de grens gesmokkeld.  Het waren heroïsche tijden die doorleven in volksverhalen als die van Karel (Velde) De Blauwer.

Rechts van ons is er een uitnodigend bruggetje over de Heidebeek die het GR-pad langs de Ijzer volgt. Alweer een plek die druipt van de blauwersverhalen , maar we weten ons te beheersen en zwenken af richting Haringe. Tussen twee zomereiken en geprangd tussen een mäis- en kolenveld soest opeens de dorpskom van het stille Haringe voor u uit.  Bij het betreden van het dorp merken we op zijn sokkel en in volle actie een bronzen versie van Karel de Blauwer.  Een monument ter herinnering aan al de smokkelaars van de Westhoek , die dankzij dit beroep-aan-de-rand , zo hun leven en dat van hun kinderen meer leefbaar maakte.


DSC_0019 - kopie DSC_0021 - kopie DSC_0030 - kopie

Reeds van ver hadden we de laatgotische hallenkerk van Haringe ontwaart . Je geniet gewoon van het stemmige kerkpleintje met zijn  drie beuken , de fraaie deur met bas-reliëf , de ingetoomde linden rond de kerk , de pastorie en het omgeven kerkhof met oude grafzerken. Tot tussen de pastorie en de kerk door je tussen de linden een aftandse kerkwegel wordt ingestuurd langs een meidoorn- en ligusterhaag.

Voorbij de dorpskom merken we dat het pad je hoger en droger voert tussen de velden en akkers met zicht op de Ijzervallei.  Waarna we via een hek in een prachtig weiland rakelings langs de Kerkebeek terechtkomen.  Forse meidoornstruiken , knotwilgen en populieren vormen terug de metgezel  waarbij reeds aan de horizon , het dorp van Roesbrugge met een rijk handsverleden wenkt.

Bekijk eveneens de bijhorende fotoreportage

15:30 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-09-08

ELFBERGENTOCHT KIEST RESOLUUT VOOR DE CASTBERG

De Elfbergentocht van Pwc Heuvellandstappers staat in wandelmiddens bekent als één der absolute pronkstukken van de wandelsport in Vlaanderen. Ook nu weer zou de parkoersmaker van dienst ons verrassen met een  ongemeen rijke keus aan natuurpaden die hij wist aan één te rijgen langs de schitterende glooiende landschapsbeelden van het West-Vlaamse en Franse Heuvelland.


IMG_3981 - kopie IMG_3983 - kopie IMG_3991 - kopie

De helse stortbuien van de voorbije nacht hadden er ons wijselijk attent op gemaakt dat deze Elfbergentocht anno 2008 terug enkele heroïsche modderstroken in zich zou houden ,  zodat we maar wijselijk in de vroege ochtend verkozen het wat rustiger aan te doen en de 26 kilometers voor ons te nemen.  Ook bij de organisatoren had het in laatste instantie wat voor kopzorgen gezorgd , zodat mits enkele kleine aanpassingen deze Elfbergentocht niks van zijn kwaliteit zou dienen in te leveren.

Met start vanuit het pittoreske dorpje Westouter tekenden de silhouetten van de heuveltjes zich reeds duidelijk af in het vlakke landschap. En het duurde dan ook niet lang toen we de pittoreske dorpskern en het kleine Sint-Eliugiuskerkje achter ons hadden gelaten en een eerste avontuurlijk wandelpad voor onze voeten werden gestrooid richting de Hille.

Meteen de beproeving van een reeks hellingen die zouden volgen , al moeten we zeggen dat de Hille met zijn 70 meters weliswaar een leuke intro zou gaan betekenen. Een gezellig op- en neergaand asfaltwegje waarlangs menig bedehuisje was neergepoot wees er ons duidelijk op dat we dit jaar de richting van Frans-Vlaanderen en de platte bult van de Catsberg zouden opgaan.  Maar hiervoor was het weliswaar nog te vroeg , want via de imposante Vitsemolenhoeve en de Pudefort mochten we erlangs  nog wat flirten met de Frans-Belgische schreve, alvorens via een grenspaal uit 1821 definitief Frankrijk binnen te loodsen.

Het zou de inzet gaan worden van een ware pleiade van schitterende karrensporen en wegels die ons tussen de velden door telkens maar weer adembenemende zichten gunde op de karakteristieke contouren van het Heuvelland en de dorpjes van Boeschepe en Berthen.  In één trek gunde de parcoursmeester ons immers alle facetten die het prachtige glooiend landschap van Heuvelland te bieden had , fenomenaal kon het immers genoemd worden.

Ondertussen  hadden we de flanken van de 112 meters hoge Kokereelberg reeds verteerd , een heuvel van derde categorie maar toch goed genoeg om eventjes een tandje bij te zetten en vooral de prachtige beelden op het Oud-Vlaams stadje van Bailleul (Belle) en het achterland van Picardie tot ons te nemen.  Waarna een gedegen veldwegel ons tenslotte afzette in Berthen voor een eerste controle in het toepasselijke Rust’hof.

Het was duidelijk dat na de controle de Heuvellandstappers de kaart hadden uitgekozen van de Catsberg.  Breed en gedrongen met zijn trappistenabdij en rode tv-mast bovenop de berg zou hij nu enkele uren ons gezichtsbeeld gaan bepalen. Een resem van bolle en holle wegels behaagd met hagen , houtkanten , bomenrijen en straatnaambordjes als Cappelstraete , Yperstraete en Vlaeminckstraete vertelden ons dat in dit hoekje van Frans-Vlaanderen het Vlaams nog duidelijk aanwezig is.  We bleven weliswaar wat op onze honger zitten toen de beklimming van de Catsberg net aan de voet ervan uitbleef en we na tal van heerlijke omzwervingen op de flanken van deze en ‘ le sentier autour du Monastère ‘  een tweede maal belandden in de rustpost van Berthen.

We zijn ondertussen reeds ruim halfweg , waarna een geoogst stoppelveld ons geruime tijd op sleeptouw neemt over de diverse heuvelruggen en we achter ons nog een laatste zicht op de Catsberg nemen.  De ellenlange veldweg die we volgen zou de aanval gaan inzetten op de Zwarte Berg zo dachten we.  Doch bijna “ puffend “ boven met een feestelijk zicht op de contouren van het Heuvelland maken we rechtsomkeer en duiken naar beneden richting Berthen en le Purgatoire.   Juist , het vagevuur komt eraan !

Een imposant brokkenpad ‘ impasse de Bowland ‘ , gelukkig bewaakt door het kapelletje ter ere van Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen en ditmaal kurkdroog , zet ons klaar voor een tweede aanval op de Zwarte Berg en het park van Marguerite Yourcenar.  


IMG_4007 - kopie IMG_4018 - kopie IMG_4010 - kopie

Het laat ons uitdeinen op de flanken van de Zwarte berg en enkele imposante zichten op de hoppevallei van Poperinge , alvorens de  laatste en obligate buitenrust te treffen in het domein zelf. Pas echt spectaculair werd het , toen we ons door het bos een weg zochten op de kruin van de Zwarte Berg . De wandeling vond onmiddellijk zijn avontuurlijke aard terug om ons over en tussen de vele glooiingen door op te maken voor een raid op de Zwarte & Vidaigneberg. Via een nauwe doorgang aan de voet van de berg wrongen we ons de hoogte in om rakelings langs de ‘ Camping du Mont Noir ‘ te scheren en warempel onverwachts uit te mondden in de nabijheid van de Heuvellandse kabellift en het drukkere en befaamde uitgangsdecor  van de Mont Noir.

Het grootste klim- en klauterwerk hadden we nu wel duidelijk achter de rug. Er volgde nog een weergaloos wandelpad doorheen de visvijvers van de Ponderosa tot we in de diepte alras het schattige Sint-Eligiuskerkje van Westouter zagen schitteren.  Meteen het richtpunt om via enkele rustige boerenwegels uit te bollen en deze succulente Elfbergentocht feestelijk af te ronden met een verfrissende Keizer Karel.

Neem eveneens een kijkje naar de bijhorende fotoreportage

11:38 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-09-08

PROVINCIALE WANDELROUTE : KRATER & MIJNENWANDELROUTE


                                                                            Kraters%20en%20mijnenpad%20klein
   7 juni 1917 zou een belangrijke mijlpaal gaan betekenen in de geschiedenis van de 1ste Wereldoorlog. Op die dag zorgden de geallieerden voor een verrassingsoffensief dat naar verluid zelf tot in Parijs en Londen te horen was.  Ze lieten 19 dieptemijnen onder de Duitse stellingen tot ontploffen komen. Door die aanval veroverden
de Geallieerden het gebied tussen Wijtschate en Mesen.

De provinciale Kraters- & Mijnenwandelroute van 7 km lang , gekenmerkt door zijn zeshoekige bordjes herinnert en verbindt de meeste zichtbare relicten van die dag in en rond Wijtschate.

WANDELBESCHRIJVING :

Heuvelland het uiterst zuidelijke puntje van West-Vlaanderen wordt gekenmerkt door zijn typisch glooiend karakter , zijn beboste hellingen , prachtige vergezichten en weidse landbouwgronden. Doch het draagt ook de zichtbare sporen van de 1ste WO met zich mee. De scheidingslijn tussen de Duitse troepen en de geallieerden liep immers dwars door Heuvelland. De bloedigste wapenfeiten waren de slag om de Kemmelberg in april 1918 en de mijnenslag van Wijtschate (juni 1917).

Heel toepasselijk start de Kraters- & Mijnenwandelroute dan ook in de schaduw van de Wijtschaatse Sint-Medarduskerk , cruciaal gelegen op de hoogte van de Kapelenie zal het gebouw gedurende gans de tocht als een baken domineren en ons een eerste maal een enig zicht gunnen op de gracieuze golvingen en het nabijgelegen Bayernwald.

Van hieruit kan de stapper een extra lus maken van 2 km richting de Kroonaard , wij verkiezen de drassige verende graswegel voor ons die de richting uitwijst van het 19ha groot Kampagnebos. Langs het best smeuïg bospad stootten we zowaar op een bunkertunnel die nu omgevormd is tot vleermuizenhol. Het bos geleid door de nabije Wijtschatebeek  en tijdens de Eerste wereldoorlog in handen van de Duitse troepen , was een belangrijk gebied voor de Geallieerden. Het was dan ook reeds vanaf 1916 dat ze in deze regio volop aan het graven waren onder de Duitse stellingen. De Duitsers waren hiervan weliswaar op de hoogte en starten de bouw van een 30-tal verticale schachten die uitliepen in horizontale tunnels om de Britse aanvalstunnels te contouren. Eéntje ervan “ de Dietrich schacht ‘’ werd recent gerenoveerd en opengesteld voor het publiek. De schacht ligt dan ook op het traject van deze provinciale wandelroute.

Waarna het verder gaat naar de site van ‘ le Petit Bois ‘ en we in de verte twee kraters ontdekken. Het is hier dat in maart 1917 voor het eerst een elektrische graafmachine uitgetest werd om ondergrondse tunnels uit te graven. Het werd een mislukking en de zware machine boekte nauwelijks vooruitgang. Ze werd alras na enkele maanden stilgelegd en onder de grond achtergelaten. Daar bevindt ze zich nu nog steeds.

IMG_3894 - kopie IMG_3870 - kopie IMG_3877 - kopie

Hierna dienen we een tijdlang de drukke Wijtschatestraat te volgen , maar de enige zichten op het glooiend landschap en de robuuste Kemmelberg op de achtergrond maken veel goed. Hier vochten de katholieke 16th Irisch Division en de protestantse 36th Ulster Division op 7 juni 1917 hand in hand een verbeten strijd om de inname van Wijtschate .  Links in de richting van Kemmel valt ons oog op een zoveelste mijnkrater. Het is die van Peckham , alwaar zo’n 39500 kilo munitie op de bewuste zero-day tot ontploffing werd gebracht.  

Waarna de Scheerstraat ons verder over de glooiingen hevelt en via een karrenspoor de richting van de ‘ Spanbroekmolenkrater ‘ uitkiest. Drie eeuwen lang heeft de wind op deze hoogte de Spanbroekmolen aangedreven. Tot in november 1914 , toen hij tijdens hevige gevechten in Duitse handen terechtkwam.  De Spanbroekmolen lag op een heel strategische plek want vanaf hier tot in Belle ( Bailleul) konden de geallieerden geen voet meer verzetten of de Duitsers hadden het gezien. Deze plaats was van enorm belang tijdens de Britse offensief , doch het liep fataal af. Op het afgesproken tijdstip (zero hour) haperde het ontstekingsmechanisme. Toen de soldaten van de Ulster divisie uit hun loopgraven klauterde om de aanval in te zetten , liepen ze recht in de armen van de Duitse machinegeweren. En dan luttele seconden te laat ontplofte alsnog de mijn en raakten vijand en vriend bedolven onder dezelfde aarde.

De krater gegraven door the 171 Tunneling Company in 1916 is de best bewaarde en waarschijnlijk wel ook meest gekende . Omgedoopt tot ‘  Pool of Peace ‘ is het nu een vredevol oord van bezinning waarbij in de zomer wel honderden waterlelies het wateroppervlak sieren. Hier net ver vandaan in de schaduw van enkele knotwilgen kregen een 88 tal Britten een eeuwige rustplaats in het Lone Tree Cemetery , ze sneuvelden allen tijdens de eerste dag van de beruchte ontploffing.

Momenten die ons doen wegmijmeren tot bezinning wanneer we ons terug op pad begeven in het landschap van ‘ Messines Ridge ‘ en de Kruisstraat. Tussen steevast elkaar opvolgende glooiingen ontwaren we aan de horizon de merkwaardige koepeltoren van de Mesense  Sint-Niklaaskerk met in zijn zog de Ierse Vredestoren. Het was hier dat op 7 juni 1917 , 19 mijnen de stilte verscheurden en een gigantische vuurzee veroorzaakten. Het was hier dat op die bewuste dag de heuvelrug tussen Wijtschate en Mesen heen en weer schudde als nooit voorheen.

IMG_3885 - kopie IMG_3915 - kopie

Ze verschenen als negentien gigantische rozen met karmijnrode blaadjes of als enorme paddenstoelen die traag en majestueus oprezen uit de grond en daarna met een grandioze knal in stukjes uiteenspatten , waarbij veelkleurige zuilen van vuur , gemengd met aarde en scherven de hoogte injoegen.

Langzaam laten we ons leiden door dit heden ten dage vredig landschap , alwaar tenslotte een laatste stukje onverhard ons tussen de behuizing door feilloos afzet op de dries van Wijtschate.

Bekijk eveneens de bijhorende fotoreportage

 

14:23 Gepost door stefba in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |